Rijnenburg
Aan de zuidwestkant van Utrecht komt de grootste woningbouwlocatie van Nederland. In het gebied Groot Merwede (rondom de A12 in Utrecht en Nieuwegein) en in de nieuwe stadswijk Rijnenburg komen in totaal 63.000 - 75.000 extra woningen en werk voor 33.000 - 45.000 mensen.
In Rijnenburg komen vanaf 2035 uiteindelijk zo'n 50.000 mensen te wonen. De wijk wordt klimaatbestendig, duurzaam, groen en waterrijk. Er komt ruimte voor sport, bewegen en ontmoeting. In het noorden van Rijnenburg ligt straks een van de grootste landschapsparken van Nederland, met een grote waterplas en ruimte voor het opwekken van duurzame energie, natuur, sport en recreatie.
Rijnenburg biedt voor woningzoekenden een betaalbare optie. Rijnenburg moet vooral bereikbaar worden en blijven door goed openbaar vervoer en goede fietsverbindingen.
De ontwikkeling van Rijnenburg is complex: de gemeente Utrecht is de komende jaren nog bezig met het maken van de plannen, de bouw start rond 2035 en zal dan nog tientallen jaren duren.
Het is nodig om hierbij nu al de mening te horen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in Utrecht en die van de omliggende buurgemeenten. Uiteindelijk wordt Rijnenburg gebouwd, zodat mensen hier in de toekomst fijn kunnen wonen en de omgeving van Rijnenburg hier ook plezier aan beleeft. Met de peiling in het Bewonerspanel wil de gemeente een beter beeld krijgen van hoe Rijnenburg zou moeten worden.
Deze vragenlijst is zowel via het Bewonerspanel als via het platform DenkMee verspreid. Alle antwoorden worden verwerkt in een verslag dat in het najaar van 2026 klaar is. De aangeleverde ideeën worden zoveel mogelijk meegenomen in de plannen voor Rijnenburg. De resultaten in deze rapportage gaan alleen over de resultaten die zijn opgehaald in het Bewonerspanel.
Peiling
Van dinsdag 7 april tot maandag 21 april heeft Onderzoek & Advies een peiling gehouden onder leden van het Bewonerspanel. 4.115 panelleden hebben de vragenlijst (deels) ingevuld. Dat is een respons van 52%.
Vergeleken met de Utrechtse bevolking kent het Bewonerspanel een oververtegenwoordiging aan mensen met een hbo- of wo-opleiding. De resultaten zijn daardoor niet zonder meer te vertalen naar de (gemiddelde) mening van Utrechters, maar de resultaten van de peiling geven wel een goede indicatie. We spreken daarom niet over Utrechters, maar over panelleden of respondenten. Meer informatie staat op de website www.utrecht.nl/bewonerspanel.
In onderstaande tabel staat de verdeling van het panel naar wijk, opleiding en leeftijd. Alle wijken zijn vertegenwoordigd in het panel. Wel is te zien dat er relatief minder Utrechters uit Overvecht in het panel zitten en relatief meer uit Noordoost. Er zijn ook relatief veel Utrechters met een hbo- of wo-opleiding lid van het panel. Verder bestaat het panel uit relatief weinig leden van 34 jaar of jonger.
Kenmerken van panelleden Bewonerspanel Utrecht (april 2026)
14% van de panelleden is op zoek naar een woning
Als eerste is gevraagd aan de panelleden of ze op zoek zijn naar een woning. 14% van de panelleden geeft aan op zoek te zijn naar een woning. 81% geeft aan niet op zoek te zijn naar een woning. 5% geeft ‘anders’ aan.
Bent u op zoek naar een woning?
Vervolgens is aan de woningzoekenden gevraagd wat voor woning zij zoeken. Ze konden meerdere antwoorden geven. De meerderheid (71%) geeft aan op zoek te zijn naar een koopwoning. 15% zoekt een huurwoning in de vrije sector. 23% zoekt een sociale huurwoning. 11% geef aan het (nog) niet te weten.
Wat voor woning zoekt u? Meer keuzes mogelijk
Twee op de drie panelleden vindt de nieuwe wijk een goed idee
Op de vraag of men in het algemeen het plan om in de toekomst een nieuwe wijk in Rijnenburg te gaan ontwikkelen geeft 67% van de panelleden aan dat ze het een goed idee vinden. 19% vindt het geen slecht idee, geen goed idee. 7% vindt het een slecht idee. Ook geeft 7% van de panelleden aan het niet te weten of geen mening te hebben.
Respondenten konden ook hun antwoord toelichten. De reacties op het idee van een nieuw stadsdeel in Rijnenburg laten een duidelijke spanning zien tussen woningbouw en behoud van groen en open ruimte. Veruit het meest genoemde argument vóór ontwikkeling is de grote woningnood. Tegelijkertijd bestaat er veel zorg over het verlies van open landschap, poldergebied en natuur, zijn er zorgen over de bereikbaarheid van het gebied en twijfelt men over de geschiktheid van de locatie.
Per saldo overheerst een positieve houding: veel respondenten vinden dat er gebouwd moet worden vanwege het woningtekort, maar alleen als dat gepaard gaat met goede ontsluiting en bereikbaarheid, voldoende voorzieningen, betaalbare woningen, klimaatbestendige oplossingen en behoud van zoveel mogelijk groen en leefkwaliteit.
Wensen en dromen voor Rijnenburg
Op de vraag welke wensen en dromen panelleden hebben voor het nieuwe Utrechtse stadsdeel komt naar voren dat als er een nieuwe wijk wordt gebouwd in Rijnenburg, dat Rijnenburg een ‘eigen stad’ zou moeten worden, met een eigen karakter, voorzieningen, groen, autoluw, duurzaam en bereikbaar. En een plek waar mensen betaalbaar, prettig samen kunnen leven en waar ook wooncarrière kan worden gemaakt. Vaak wordt aangegeven dat er goed moet worden nagedacht over woonruimte voor senioren (hofjeswoningen), maar dat er ook goed moet worden nagedacht over het toenemend aantal éénpersoonshuishoudens en dat er ruimte moet zijn voor jongeren.
Het vaakst wordt genoemd dat deze wijk groen moet worden, en dat mensen in het park echte natuur willen. Daarnaast is er de wens om niet alleen het landschapspark, maar ook groene linten door de wijk heen te maken, dichtbij woningen. Het groen zou plekken moeten hebben waar je elkaar kunt ontmoeten, en waar je samen activiteiten kunt ondernemen, zoals ook het onderhouden van het groen of volkstuinen.
De wijk zou ook toekomstbestendig, klimaatadaptief en duurzaam moet worden. En voorzieningen zoals openbaar vervoer, een huisarts, winkels, ruimte voor culturele activiteiten, broedplaatsen sportmogelijkheden moeten al in een vroeg stadium aanwezig zijn. Liefst in een levendig centrum.
Panelleden wensen verder dat Rijnenburg leefbaar wordt, dat mensen er met plezier wonen, elkaar kunnen ontmoeten en naar elkaar omkijken, dat er plek is voor kinderen, dat het veilig is en dat mensen uit Utrecht die al jaren op de wachtlijsten staan voor een (sociale) woning hier een plek gaan vinden. Hierbij wordt vaak genoemd dat er geëxperimenteerd zou moeten met meer coöperatief bouwen en verschillende woonvormen.
Trots eigen buurt
Uit de antwoorden blijkt dat inwoners vooral trots zijn op buurten waar groen, voorzieningen en sociale samenhang hand in hand gaan. Groen is veruit het meest dominante thema. Respondenten noemen parken, plantsoenen, bomen, water en recreatiemogelijkheden als kwaliteiten die hun buurt aantrekkelijk maken. Het Máximapark wordt regelmatig als positief voorbeeld genoemd, net als het groen op korte afstand van de woning. Veel inwoners hopen dat Rijnenburg dezelfde combinatie van natuur, ruimte en dagelijks gebruiksgroen krijgt.
Ook voorzieningen dichtbij huis worden gewaardeerd. Bewoners noemen (liefst lokale) winkels, horeca, scholen, sportvoorzieningen en zorgvoorzieningen op loop- of fietsafstand als belangrijke redenen waarom zij prettig wonen. De combinatie van stedelijke voorzieningen met een rustige woonomgeving wordt vaak als ideaal beschreven. Daarbij wordt regelmatig verwezen naar de goede bereikbaarheid van Utrecht als stad.
Een andere belangrijke pijler is sociale cohesie. Veel respondenten zijn trots op het buurtgevoel in hun woonomgeving. Zij beschrijven buurten waar bewoners elkaar kennen, elkaar groeten en naar elkaar omkijken. Ook worden buurtapps, gezamenlijke activiteiten, straatfeesten en initiatieven rond buurtgroen genoemd als voorbeelden van betrokkenheid tussen bewoners. Voor Rijnenburg wensen respondenten dat er ruimte komt voor ontmoeting en gemeenschapsvorming. Hierbij worden ‘third spaces’ genoemd: plekken waar kunt zijn en mensen ontmoeten en waar je niet direct geld hoeft uit te geven.
Daarnaast hechten respondenten veel waarde aan veilige en kindvriendelijke buurten. Brede fietspaden, autoluwe straten, speelvoorzieningen en veilige routes naar school worden vaak genoemd. Ook een goede aansluiting op openbaar vervoer en het fietsnetwerk wordt belangrijk gevonden.
Tot slot blijkt uit de antwoorden een duidelijke voorkeur voor een wijk met een eigen identiteit. Bewoners wensen een gevarieerde wijk met verschillende woningtypen, bewonersgroepen en bouwstijlen. Zij waarschuwen impliciet voor een anonieme nieuwbouwwijk zonder karakter. Een ideaal Rijnenburg is groen, sociaal, betaalbaar, divers, goed bereikbaar, veilig en levendig, met voldoende ruimte voor ontmoeting en een herkenbare eigen sfeer.
Niet alle verwijzingen naar buurten zijn positief:
Een respondent noemt expliciet dat Rijnenburg "geen stenen Vinex à la Leidsche Rijn" moet worden. De ander noemt juist de architectuur en brede straten van Leidsche Rijn Centrum. Overvecht wordt genoemd in vergelijking met Zuilen: in Zuilen ligt volgens de respondent minder zwerfvuil dan in Overvecht. Ook noemden respondenten dat ze liever niet spreken over het woord ‘trots’ (te sturend) maar over wat ze waarderen in hun eigen wijk.
Een derde zou verhuizen vanwege de rustige, groene omgeving
Op de vraag wat voor hen een reden zou zijn om naar Rijnenburg te verhuizen geeft bijna de helft van de panelleden (47%) geen reden, omdat ze geen plannen hebben om te verhuizen. Redenen die wel genoemd worden:
- Een derde van de panelleden zou naar Rijnenburg verhuizen vanwege de rustige, groene omgeving
- Meerdere panelleden zouden verhuizen vanwege de woning: 23% vanwege een woningtype dat beter aansluit op hun woonwensen, 21% vanwege een betaalbare woning, 20% vanwege het comfort van een nieuwbouwwoning, 11% vanwege een eigen woning.
Wat zou voor u een reden zijn om naar Rijnenburg te verhuizen? Maximaal 5 antwoorden mogelijk
Een ambitieus idee
Op de vraag of panelleden een ambitieus idee hebben dat Rijnenburg interessant zou maken voor Utrecht, de regio of zelfs voor Nederland geven meer dan 2.200 panelleden een antwoord. 42% geeft aan het niet te weten of geen mening te hebben. Uit de antwoorden valt een clustering van ideeën te maken.
Natuur-, water- en klimaatlandschap: Rijnenburg als nationaal voorbeeld van leven met groen, natuur, water, waar klimaatadaptatie, recreatie, sport en wonen samenkomen. Voorbeelden zijn een groot bos, een nationaal water- en klimaatpark, drijvende woningen of een moderne Giethoorn-variant.
Voedsel- en landschapspolder: Rijnenburg als productief landschap, waar voedselproductie, recreatie, educatie en wonen geïntegreerd zijn. Bijvoorbeeld herenboeren, een vertical farm of een eetbaar landschap.
Creatief maakdistrict: Een permanent creatief district waar makers, kunstenaars en ambachtslieden wonen, werken, exposeren en verkopen. Bijvoorbeeld een kunstenaarsdorp, creatieve broedplaats, wijkbrede ateliers en markten.
Kennis- en innovatiecampus: Een kennisdistrict waar innovaties rondom klimaat, energie, mobiliteit en samenleven direct in de wijk worden getest. Zoals een Science Park 2.0, een intituut voor de Leefbare Stad of een Klimaatstartup-campus.
Sportlandschap van nationale allure: Rijnenburg als nationale sportproeftuin met zowel topsport als dagelijks bewegen. Bijvoorbeeld met een roeicentrum, een wildwaterbaan of een nieuw voetbalstadion.
Romeins en historisch Rijnenburg: De geschiedenis van het gebied zichtbaar maken als identiteit van de wijk. Door bijvoorbeeld historische routes, een Romeins amfitheater, een archeologisch museum of door het zichtbaar maken van de kastelen die ooit in het gebied stonden.
(Radicaal) sociale wijk: Rijnenburg als experiment voor nieuwe vormen van samenleven. Bijvoorbeeld voor intergenerationeel wonen, knarrenhofjes, wooncoöperaties.
Een deel van de respondenten geeft ook aan dat het allemaal niet ambitieus hoeft, dat gewoon goede huizen bouwen voor de mensen die dit nodig hebben, met goede voorzieningen en goede bereikbaarheid (binnen budget) al heel mooi zou zijn.
Een sterke betrokken gemeenschap
De gemeente wil in Rijnenburg bouwen aan een sterke betrokken gemeenschap waar mensen elkaar kennen en naar elkaar omkijken. Aan panelleden is gevraagd hoe zij denken dat dit bereikt kan worden. Meer dan 1.300 panelleden hebben hier een antwoord op gegeven. 21% geeft aan het niet te weten of geen mening te hebben.
De reacties laten zien dat inwoners een sterke gemeenschap vooral zien ontstaan door ontmoeting, betrokkenheid en kleinschaligheid. Veruit het meest genoemde ingrediënt is het creëren van plekken waar mensen elkaar vanzelf tegenkomen zoals buurthuizen, broedplaatsen, sportverenigingen en parken.
Daarnaast vinden veel mensen dat een sterke gemeenschap begint bij een gemengde wijk. Veel respondenten pleiten voor een mix van jong en oud, huur en koop, verschillende inkomensgroepen en diverse huishoudens. Daarbij wordt vaak verwezen naar woonvormen zoals hofjes, knarrenhofjes, wooncoöperaties en gemeenschappelijke binnentuinen.
Een andere belangrijke rode draad is bewoners vanaf het begin betrekken. Veel respondenten willen toekomstige bewoners al tijdens de planvorming laten meedenken, samen beslissingen laten nemen en ruimte geven voor eigen initiatieven.
Ook wordt vaak genoemd dat de fysieke inrichting van de wijk bepalend is. Kleinschalige buurten, hofjes, autoluwe straten, speelplekken en groene ontmoetingsruimtes zouden ontmoeting bevorderen, terwijl grootschalige hoogbouw en anonieme woonomgevingen juist als risico worden gezien.
Tegelijkertijd klinkt er ook scepsis. Een deel van de respondenten denkt dat gemeenschapszin niet maakbaar is en vooral vanuit bewoners zelf moet ontstaan. Volgens hen kan de gemeente voorwaarden scheppen, maar niet afdwingen dat mensen naar elkaar omkijken.
Per saldo overheerst het beeld dat een sterke gemeenschap het meest kansrijk is wanneer fysieke ontmoetingsplekken, een diverse bevolkingssamenstelling, actieve bewonersparticipatie en ruimte voor lokale initiatieven vanaf het begin onderdeel zijn van de ontwikkeling van de wijk. En dat bewoners hierin worden ondersteund door sociaal werkers. Ook wordt erop gewezen dat hiervoor voldoende veiligheid nodig is in een wijk; veiligheid om te mogen zijn wie je bent, ‘ogen op straat’ (vooral 's avonds) maar ook politie in de wijk.
Een derde maakt zich zorgen over ontwikkelen in Rijnenburg
Op de vraag of panelleden zich zorgen maken over de ontwikkelingen in Rijnenburg en/of de effecten van de ontwikkeling op het gebied rondom Rijnenburg geeft 35% van de panelleden aan zich zorgen te maken. 47% van de panelleden maakt zich hier geen zorgen over. 17% van de panelleden geeft aan het niet te weten of geen mening te hebben.
Maakt u zich zorgen over de ontwikkelingen in Rijnenburg en/of de effecten van de ontwikkeling op het gebied rondom Rijnenburg?
Vervolgens is aan de panelleden die zich zorgen maken over de ontwikkelingen in Rijnenburg en/of de effecten van de ontwikkeling op het gebied rondom Rijnenburg gevraagd waar zij precies zorgen over hebben. De zorgen van respondenten gaan over vier grote thema’s: verkeer en bereikbaarheid, verlies van natuur en open landschap, druk op Utrecht als stad en de kwaliteit van de toekomstige wijk.
Verkeersdrukte
Meest genoemd is de verwachting dat de ontwikkeling leidt tot meer verkeersdrukte en bereikbaarheidsproblemen. Veel respondenten wijzen op de al drukke situatie rond de A2, A12, Oudenrijn en de Utrechtse ring. Zij vragen zich af of wegen, openbaar vervoer en fietsinfrastructuur de groei van tienduizenden nieuwe bewoners kunnen verwerken. Een terugkerende zorg is dat woningen eerder worden gebouwd dan de infrastructuur en voorzieningen.
Verdwijnen groen en polder
Daarnaast maken veel mensen zich zorgen over het verdwijnen van groen, polderlandschap en natuur. Respondenten noemen verlies van open ruimte, landbouwgrond, biodiversiteit en leefgebieden van dieren. Voor velen vertegenwoordigt Rijnenburg een van de laatste open gebieden rond Utrecht waar mensen kunnen wandelen, fietsen en rust ervaren.
Drukte door groei
Een derde grote zorg is de verdere groei van Utrecht. Veel respondenten ervaren de stad nu al als druk. Zij vrezen extra belasting van het centrum, sportvoorzieningen, zorg, scholen, recreatievoorzieningen en het openbaar vervoer. Daarbij wordt regelmatig genoemd dat Utrecht haar schaal, karakter en leefbaarheid kan verliezen als de stad verder uitdijt.
Kwaliteit van de wijk
Tot slot bestaat er zorg over de kwaliteit van de toekomstige wijk. Respondenten waarschuwen voor een herhaling van eerdere nieuwbouwwijken: te veel hoogbouw, te weinig voorzieningen in de beginfase, een gebrek aan identiteit of sociale samenhang, en woningen die uiteindelijk te duur of juist te eenzijdig zijn. Ook worden waterveiligheid, de lage ligging van de polder, netcongestie en de mogelijke overlast van windturbines regelmatig genoemd.
Over de hele linie klinkt de wens door om niet alleen veel woningen te bouwen, maar vooral een goed bereikbare, groene, toekomstbestendige en leefbare wijk te realiseren.
Driekwart vindt wandel- en fietspaden het meest belangrijk in het grote landschapspark van Rijnenburg
Aan panelleden is gevraagd wat zij het meest belangrijk vinden dat er in het grote landschapspark van Rijnenburg komt.
- De meeste panelleden (76%) vinden wandel- en fietspaden het meest belangrijk
- Twee derde (66%) vindt het belangrijk dat er ruimte is voor de natuur
- Bijna de helft (46%) wil graag zwemwater in het grote landschapspark
- Ook bijna de helft (44%) vindt een tramhalte naar de stad belangrijk
- 41% vindt het belangrijk dat er picknick- of recreatieplekken komen
- 39% ziet graag moestuinen, bloementuinen of een voedselbos in het grote landschapspark
- 39% vindt het belangrijk dat er ontmoetingsplekken (voor jong en oud) zijn
- Een derde (34%) ziet ruimte voor kleine evenementen (zoals een foodtruckfestival of een buurtevenement)
- Ook een derde (32%) hecht waarde aan openbare sportplekken en –routes
- 30% vindt het belangrijk dat er speeltuinen komen
- 25% ziet graag kunst en cultuur in het grote landschapspark
- 21% wil graag een kinderboerderij in het grote landschapspark
- 18% wil meer ruimte voor duurzame energieopwekking
- 15% wil graag roeiwater in het grote landschapspark
- 14% ziet ruimte voor grote evenementen
- 10% geeft aan ander antwoord en 4% geeft aan het niet te weten of geen mening te hebben.
Wat vindt u het meest belangrijk dat er in het grote landschapspark van Rijnenburg komt? Meerdere antwoorden mogelijk
Een goede aansluiting op Nieuwegein en IJsselstein
Omdat Rijnenburg dicht bij Nieuwegein en IJsselstein ligt is aan panelleden gevraagd wat zij denken dat ervoor nodig is om de nieuwe wijk goed aan te laten sluiten bij wat er al is. Ruim 2.000 panelleden hebben hier een antwoord op gegeven. 35% geeft aan het niet te weten of niet in de buurt te wonen.
In de antwoorden komt één boodschap duidelijk terug: goede verbindingen zijn de sleutel. Respondenten vinden dat Rijnenburg geen losstaand eiland mag worden, maar goed verbonden moet zijn met Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein. Daarbij worden vooral hoogwaardige openbaarvervoerverbindingen, snelle fietsroutes, bruggen en tunnels over of onder de A2 en A12 genoemd. Veel mensen benadrukken dat deze verbindingen er moeten zijn vóórdat bewoners hun intrek nemen.
Een tweede belangrijk thema is afstemming van voorzieningen. Respondenten adviseren om goed te kijken naar wat er al aanwezig is in Nieuwegein en IJsselstein en nieuwe voorzieningen daarop aan te vullen. Voorbeelden zijn winkels, cultuur, sport, zorg en recreatie. De gedachte hierachter is dat gemeenten elkaar kunnen versterken en aanvullen.
Daarnaast wordt vaak genoemd dat bewoners van Nieuwegein en IJsselstein actief betrokken moeten worden bij de planvorming. Daarbij klinkt de wens door om samen te kijken naar kansen, zorgen en behoeften, zodat Rijnenburg als verrijking wordt ervaren en niet als een ontwikkeling die van buitenaf wordt opgelegd.
Over het ontwerp en de ligging van Rijnenburg bestaat er een duidelijke spanning tussen twee perspectieven. Een deel van de respondenten pleit voor sterke integratie met omliggende gemeenten en ziet Rijnenburg als onderdeel van een groter stedelijk gebied. Een ander deel vindt juist dat Rijnenburg een eigen identiteit moet krijgen, met voldoende voorzieningen in de wijk zelf en behoud van de eigenheid van Nieuwegein en IJsselstein. Hiervoor worden groene buffers en een geleidelijke overgang tussen de verschillende gebieden voorgesteld.
Over het geheel genomen wensen respondenten een wijk die goed verbonden is met de omgeving (onder andere door snelwegen te overkappen of ondertunnelen), voorzieningen slim afstemt met buurgemeenten en tegelijkertijd een herkenbaar eigen karakter ontwikkelt.
Verdere adviezen bij de ontwikkeling van Rijnenburg
Op de vraag welk advies de panelleden verder nog aan de gemeente geven dat zij belangrijk vinden bij de ontwikkeling van de nieuwe wijk Rijnenburg hebben geven meer dan 2.200 panelleden antwoord. 37% geeft ‘niets’ aan. Uit de antwoorden komen de volgende adviezen naar voren:
De antwoorden laten zien dat inwoners vooral waarde hechten aan een leefbare, betaalbare en toekomstbestendige wijk. Betaalbare woningen voor starters, gezinnen, alleenstaanden en ouderen worden veel genoemd. Respondenten vragen om een gevarieerd woningaanbod met sociale huur, middenhuur en koopwoningen, zodat een gemengde wijk ontstaat en geen eenzijdige of exclusieve woonomgeving.
Een tweede belangrijk thema is bereikbaarheid en infrastructuur. Openbaar vervoer, fietsroutes, scholen, winkels en andere voorzieningen moeten er zijn voordat bewoners hun intrek nemen. Tegelijkertijd bestaat een duidelijke discussie over de rol van de auto: sommigen pleiten voor een sterk autoluwe wijk, terwijl anderen benadrukken dat voldoende parkeergelegenheid noodzakelijk blijft.
Daarnaast wordt veel belang gehecht aan groen, natuur en klimaatbestendigheid. Inwoners willen veel bomen, water, biodiversiteit en klimaatadaptieve oplossingen zoals waterberging, schaduw en regenwateropvang. Een aanzienlijk deel van de respondenten uit zorgen over verlies van natuur en over de plaatsing van windmolens nabij woningen en wordt hier ook opgeroepen om de plannen voor Rijnenburg geen uitvoering te geven.
Ook participatie en communicatie worden benoemd. Respondenten willen vanaf het begin betrokken worden bij de planvorming. En transparantie en terugkoppeling over wat er met de inbreng gebeurt.
Tot slot benadrukken veel inwoners het belang van sociale cohesie en leefbaarheid. Er is behoefte aan veilige openbare ruimte, ontmoetingsplekken, sport, cultuur, zorgvoorzieningen en een wijk met een eigen identiteit en karakter. Veel respondenten adviseren om kwaliteit, lange termijnvisie en leefbaarheid zwaarder te laten wegen dan snelheid of maximale aantallen woningen.