3. Onderwijssegregatie per wijk
- Onderwijssegregatie naar inkomen, opleiding en herkomst het grootst in Zuidwest
- In sommige wijken is er weinig diversiteit op school naar opleiding en inkomen
- In bijna alle wijken zijn alle drie de vormen van onderwijssegregatie gelijk gebleven of gedaald
- Nieuwe school en sterke daling in onderwijssegregatie in West en Vleuten-De Meern
- In Noordoost, Oost en Zuid een daling in onderwijssegregatie naar alle kenmerken
- Zuidwest draagt het meest bij aan schoolkeuzesegregatie naar inkomen, opleiding en herkomst
3.1 In welke wijk is de onderwijssegregatie het grootst?
Onderwijssegregatie naar inkomen, opleiding en herkomst het grootst in Zuidwest
Onderwijssegregatie naar inkomen is het hoogst in de wijk Zuidwest. 80% van de leerlingen in Zuidwest zou van school moeten wisselen om tot een evenwichtige verdeling te komen van leerlingen met een laag- en hoog huishoudinkomen, zie figuur 11. In Zuidwest is ook de onderwijssegregatie naar herkomst (60%) en opleiding (47%) het hoogst. De mate van onderwijssegregatie kan in Zuidwest hoger zijn door de grote verschillen binnen de wijk (zie paragraaf 1.4).
Figuur 11: Dissimilarity Index naar inkomen, opleiding en herkomst per wijk
In sommige wijken is er weinig diversiteit op school naar opleiding en inkomen
In een deel van de wijken gaan amper kinderen naar school met ouders zonder startkwalificatie (zie paragraaf 1.3). In Binnenstad en Noordoost is dit percentage 1% of minder. De totale mate van onderwijssegregatie naar opleiding in deze wijken is daarom minder relevant. Ook zonder deze maat kunnen we stellen dat leerlingen in deze wijken op school (bijna) geen kinderen tegenkomen met ouders zonder startkwalificatie. Dit zegt meer over de diversiteit op dit kenmerk in de wijk dan over onderwijssegregatie. In een weinig diverse wijk kan een gemengde school juist zorgen voor een hogere segregatiemaat (Dissimilarity Index). De lagere diversiteit in sommige wijken voor de gekozen groepen naar opleiding zien we ook voor inkomen. In Overvecht gaan weinig leerlingen naar school met een hoog huishoudinkomen (2%), daar zullen leerlingen (bijna) geen kinderen tegenkomen met een hoog huishoudinkomen. Voor de gekozen groepen naar herkomst is dit bij geen van de wijken het geval.
3.2 Hoe ontwikkelt de onderwijssegregatie zich in Utrechtse wijken ten opzichte van schooljaar 2020/2021?
In bijna alle wijken zijn alle drie de vormen van onderwijssegregatie gelijk gebleven of gedaald
De onderwijssegregatie naar herkomst en opleiding is in alle wijken in Utrecht gelijk gebleven of gedaald ten aanzien van de meting in schooljaar 2020/2021. Met uitzondering van een lichte toename in Overvecht en Zuidwest is in alle wijken in Utrecht ook de onderwijssegregatie naar inkomen gelijk gebleven of gedaald ten aanzien van de meting in schooljaar 2020/2021.
Figuur 12: Dissimilarity Index naar inkomen, opleiding en herkomst per wijk
Nieuwe school en sterke daling in onderwijssegregatie in West en Vleuten-De Meern
In de wijken met een grote daling van onderwijssegregatie zien we samenhang met de komst van een nieuwe school in de wijk. Bijvoorbeeld in West en Vleuten-De Meern, waar er in 2024/2025 een school meer is dan in 2020/2021 (zie H1.1). Van alle wijken daalde de onderwijssegregatie naar inkomen het sterkste in West en Vleuten-De Meern, zie figuur 12. Ook voor onderwijssegregatie naar opleiding en herkomst zien we een vrij grote daling in deze twee wijken. Dit zien we minder sterk in Overvecht, waar ook een school is bijgekomen sinds de vorige meting. De onderwijssegregatie naar inkomen stijgt in Overvecht zelfs licht. Nieuwe scholen kunnen dus zorgen voor een verandering in de verdeling van leerlingen over de wijk. Soms zorgt dat ervoor dat verschillende groepen leerlingen vaker samen naar school gaan, maar dat hoeft niet.
Dit geldt ook als er een school vertrekt uit een wijk. Bijvoorbeeld in Binnenstad, waar een school minder is dan bij de vorige meting. Ook hier zien we een sterke afname van onderwijssegregatie naar inkomen, opleiding en in mindere mate herkomst. De afname in de segregatiemaat is hier groot door een verandering bij een klein aantal kinderen. In Binnenstad zien we de grootste afname in onderwijssegregatie naar opleiding van alle wijken. Vier jaar geleden zou 54% van de leerlingen van school moeten wisselen om tot een evenwichtige verdeling te komen, in de huidige meting is dit gehalveerd naar 27%. Tegelijkertijd is de aandeel kinderen met ouders zonder startkwalificatie in Binnenstad zo laag (afgerond 0%) dat we ook zonder deze maat kunnen we stellen dat leerlingen in deze wijk op school (bijna) geen kinderen tegenkomen met ouders zonder startkwalificatie. Verandering in het aanbod van scholen zorgt er in dit geval niet voor dat deze groepen leerlingen vaker samen naar school gaan. Ook het aantal kinderen met een laag huishoudinkomen is niet erg groot in Binnenstad (zie H1), al verdeelt deze groep zich wel gelijkmatiger over de verschillen scholen in de wijk dan in 2020/2021 (de Dissimilarity Index neemt af).
In Noordoost, Oost en Zuid een daling in onderwijssegregatie naar alle kenmerken
In de zes wijken zonder verandering in het aantal scholen zien we de onderwijssegregatie doorgaans geleidelijker veranderen (Noordwest, Noordoost, Oost, Zuid, Zuidwest en Leidsche Rijn). Deze verandering ontstaat als gevolg van jongere kinderen die een basisschool kiezen en door de uitstroom van oudere leerlingen die naar het voortgezet onderwijs gaan. In Noordoost, Oost en Zuid zien we een daling in onderwijssegregatie naar alle kenmerken. Bij onderwijssegregatie naar opleiding kan meespelen dat het aandeel kinderen met ouders zonder startkwalificatie in heel Utrecht daalt, van 6% in 2020/2021 naar 4% in 2024/2025. De mate van onderwijssegregatie is minder relevant als de samenstelling van een wijk steeds minder divers wordt, zoals we zien in Binnenstad. Utrecht is niet minder divers geworden voor groepen kinderen naar herkomst. De groep kinderen met twee ouders die in het buitenland geboren zijn (24%) is aanzienlijk en iets groter dan in 2020/2021 (23%). De afname van onderwijssegregatie naar herkomst in elke wijk betekent dat deze groep kinderen vaker samen naar school gaat met de groep kinderen waarvan beide ouders in Nederland geboren zijn (58%). De afname van onderwijssegregatie naar herkomst is het hoogste in Zuid, daar daalde de onderwijssegregatie van 0,32 in schooljaar 2020/2021 naar 0,19 in 2024/2025.
3.3 Welke wijken dragen het meest bij aan schoolkeuzesegregatie in Utrecht?
Zuidwest draagt het meest bij aan schoolkeuzesegregatie naar inkomen, opleiding en herkomst
Schoolkeuze van ouders is een verklaring voor onderwijssegregatie in het basisonderwijs. Een andere reden voor onderwijssegregatie is woonsegregatie: kinderen in de basisschoolleeftijd gaan vaak dichtbij huis, en daarmee voornamelijk binnen de wijk, naar school. De totale onderwijssegregatie naar herkomst wordt voor meer dan de helft (52%) verklaard door verschillen tussen wijken. Dit deel hebben we grofweg toegeschreven aan schoolkeuzesegregatie (hoofdstuk 2.3). Voor inkomen is dit 40% en voor opleiding 38%.
Deze schoolkeuzesegregatie is in te delen naar een bijdrage per wijk. Als de mate van schoolkeuzesegregatie even groot zou zijn in alle wijken, dan verwachten we dat de bijdrage van elke wijk gelijk is aan het aandeel Utrechtse leerlingen dat in die wijk naar school gaat.
In hoofdstuk 3.1 hebben we gezien we dat Zuidwest tot de wijken behoort met de meeste onderwijssegregatie (figuur 11). Deze wijk levert ook de grootste bijdrage aan de totale schoolkeuzesegregatie in Utrecht (figuur 13). Dit geldt voor alle achtergrondkenmerken.
In Zuidwest gaat 11% van de Utrechtse leerlingen naar school, terwijl de wijk verantwoordelijk is voor 29% (opleiding), 35% (inkomen) en 36% (herkomst) van de schoolkeuzesegregatie in Utrecht. Zuidwest draagt dus meer bij aan schoolkeuzesegregatie in Utrecht dan de andere wijken. In het geval van Zuidwest kijken we waarschijnlijk ook naar een deel woonsegregatie binnen de wijk. Dit is het gevolg van grote sociaaleconomische verschillen tussen de subwijken van Zuidwest (binnen de wijk, maar toch woonsegregatie). Bekijk eventueel ook de sociaaleconomische positie per subwijk in paragraaf 1.4 en alinea over woonsegregatie in de inleiding.
Figuur 13: Bijdrage van elke wijk aan totale onderwijssegregatie in Utrecht door verschillen binnen wijken (schoolkeuzesegregatie) op basis van de Hutchens Index