Image

4. Bevolkingsgroei in de stad

In het vorige hoofdstuk zijn twee scenario’s van toekomstige woningbouw beschreven: het woning­bouwprogramma dat in lijn is met de ambitie van de gemeente en een gematigd bouwscenario. Beide versies zijn doorgerekend in het prognosemodel om inzicht te krijgen in hoe de Utrechtse bevolking zich kan ontwikkelen. Het resultaat hiervan geeft weer in welke omvang de bevolking zal groeien als deze bouwvolumes gerealiseerd worden en binnen welke bandbreedte zich dat kan bewegen. In het prognosemodel houden we daarnaast rekening met demografische trends rondom geboorte, sterfte en migratie, zowel voor de stad als landelijk. Deze trends zijn in beide scenario’s op dezelfde wijze doorgerekend.

Bevolkingsgroei Utrecht

Sinds het begin van de eeuw groeit het inwonertal van Utrecht sterk. Met de gemeentelijke herindeling van 2001 werd buurgemeente Vleuten-De Meern onderdeel van Utrecht. De bevolkingsomvang van de stad kwam door deze uitbreiding uit op 256.404 inwoners. Daarna ging het inwonertal van de stad snel omhoog. In het jaar 2009 passeerde Utrecht de grens van 300.000 inwoners en in 2018 werd de 350.000ste inwoner geboren. Begin 2026 had Utrecht 378.140 inwoners. Figuur 4.1 laat zien hoe de bevolking verder groeit in de twee scenario’s van woningbouw.

Figuur 4.1 – Aantal inwoners in Utrecht, 1 januari 2001-2045 (vanaf 2027 prognose) 

Infogram URL

Als het woningbouwprogramma in lijn met de ambitie wordt gerealiseerd (met gemiddeld 3.000 woningen per jaar), dan verwachten we dat Utrecht in het jaar 2030 het aantal van 400.000 inwoners passeert en in 2039 het aantal van 450.000 inwoners. In 2045 – het laatste jaar waarnaar we in deze prognose kijken – komt de prognose uit op 488.000 inwoners. In het gematigde groeiscenario (met 25% extra planuitval vanaf 2029) wordt de grens van 400.000 inwoners in 2031 bereikt en het aantal van 450.000 inwoners in 2041. In dit scenario komt Utrecht in 2045 uit op 463.000 inwoners.

Utrecht groeit naar verwachting met 85.000 tot 110.000 inwoners tussen 2026 en 2045

De bevolkingsprognose bestrijkt de periode van 1 januari 2026 tot 1 januari 2045. In het bouwscenario met gemiddeld 3.000 woningen per jaar groeit Utrecht met 110.000 inwoners in negentien jaar tijd (toename van 29%). Ter vergelijking: in de afgelopen negentien jaar kreeg Utrecht er 90.000 inwoners bij (tussen 2007 en 2026). In het bouwscenario waar vanaf 2029 het bouwvolume met 25% terugloopt groeit de bevolking met 85.000 inwoners (toename van 22%). De bevolking van Utrecht zal hoe dan ook fors groeien de komende jaren. Het verschil in de twee scenario’s komt over een periode van negentien jaar uit op ongeveer 25.000 inwoners.

Begin 2026 heeft Utrecht een bevolking van 378.140 inwoners en een woningvoorraad van 171.457 woningen. Dit komt overeen met een gemiddelde woningbezetting van 2,21 inwoners per woning. Door huishoudensverdunning is de gemiddelde woningbezetting in Utrecht de laatste jaren gedaald. In het ambitiescenario daalt de gemiddelde woningbezetting verder door naar 2,13 in 2045. In het gematigde groeiscenario zien we op termijn echter een stijging van de gemiddelde woningbezetting naar 2,25 in 2045. Als de bouwproductie achterblijft bij de woningbehoefte, dan wordt de druk op de woningmarkt groter. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemiddelde woningbezetting toeneemt.

Bevolkingsgroei per leeftijdsgroep

Utrecht is een jonge stad met veel kinderen en jongvolwassenen en relatief weinig ouderen. De typische leeftijdsopbouw van Utrecht heeft te maken met de grote aantrekkingskracht van de stad voor studenten, starters en arbeidsmigranten. De Utrecht Monitor geeft meer informatie over de huidige samenstelling van de Utrechtse bevolking naar leeftijdsgroepen en de ontwikkeling daarvan in de afgelopen jaren. Hieronder bekijken we voor de twee onderscheiden scenario’s hoe de afzonderlijke leeftijdsgroepen zich naar verwachting verder zullen ontwikkelen.

Tabel 4.2 toont voor verschillende leeftijds­groepen hoe sterk zij naar verwachting zullen groeien in de stad. De kolom met jaartal 2026 geeft de gerealiseerde inwonersaantallen op 1 januari 2026, zoals geregistreerd in de Basis­registratie Personen (BRP) van Utrecht. De percentages bij de jaartallen 2035 en 2045 geven het groeipercentage vanaf 2026 zoals te verwachten bij de twee verschillende scenario’s van woningbouw. 

Tabel 4.2 – Groeipercentage per leeftijdsgroep van 1 januari 2026 tot 1 januari 2035 en 2045

Infogram URL

De mate waarin de bevolking gaat groeien verschilt per leeftijdsgroep. De oudere leeftijdsgroepen groeien relatief gezien het hardst, de groep van school­gaande kinderen groeit het minst hard. Dit geldt voor beide groeiscenario’s. In het gematigde bouwscenario groeien alle leeftijdsgroepen minder hard dan in het ambitiescenario. De lagere groei zien we vooral terug enerzijds bij de jongste leeftijdsgroep (0-3 jaar) en anderzijds bij de leeftijden die kenmerkend zijn voor mensen die zich nieuw in Utrecht vestigen (18-34 jaar, veel studenten en starters). Voor beide groepen geldt dat deze ontwikkeling op termijn doorwerkt in de daarop­volgende leeftijdsgroepen. Als er in de stad minder gebouwd gaat worden, heeft dat tot gevolg dat minder vestigers vanuit andere gemeenten naar Utrecht komen en in het verlengde daarvan er minder kinderen worden geboren. De gevolgen van een langzamer bouwscenario zijn minder groot bij de oudere leeftijdsgroepen, die blijven sterk groeien. 

In tabel 4.3 zoomen we nader in op de ontwikkeling van leeftijdsgroepen in het ambitiescenario. We kijken hierbij vooral naar doelgroepen voor gemeentelijk beleid. De prognosecijfers in de tabel zijn afgerond op honderdtallen. Bijlage 2 bevat een tabellenset waarin voor elke wijk afzonderlijk de ontwikkeling van leeftijdsgroepen wordt getoond.

Tabel 4.3 – Ontwikkeling inwonertal naar leeftijd in stad Utrecht, 1 januari 2026-2045

Infogram URL

Aantal jonge kinderen (0-3 jaar) daalt nog tot 2027, waarna het flink gaat groeien

In Nederland neemt het aantal jonge kinderen onder 4 jaar sinds het begin van deze eeuw af. Vanaf 2013 is deze trend ook zichtbaar in de G4-steden. Vanwege het lage geboortecijfer in de jaren 2022-2025 zal zowel in Nederland als in Utrecht het aantal jonge kinderen eerst nog verder dalen. Naar verwachting gaat vanaf 2027 het aantal jonge kinderen weer toenemen, zowel landelijk als in Utrecht. In 2045 heeft Utrecht naar verwachting ongeveer 21.000 kinderen onder 4 jaar, tegenover 15.400 nu (dit is een toename van 37%).

Aantal schoolgaande kinderen neemt eerst af, waarna het weer gaat toenemen

De ontwikkeling van het aantal jonge kinderen werkt op termijn door in de daaropvolgende leeftijdsgroepen. In Utrecht wonen momenteel 31.000 kinderen van 4-11 jaar en 23.200 van 12-17 jaar. Het aantal kinderen in de basisschool­leeftijd (4-11 jaar) neemt de komende jaren eerst af tot 28.900 in 2034, waarna het gaat toenemen tot 35.000 in 2045. De groep jongeren van 12-17 jaar blijft tot 2034 stabiel rondom de huidige omvang van 23.200. Daarna volgt eerst een lichte afname tot 22.100 in 2040 en daarna een toename tot 23.600 in 2045.

Aantal ouderen neemt sterk toe, maar blijft in Utrecht relatief gezien laag

Nederland vergrijst in rap tempo. Daarbij is sprake van ‘dubbele vergrijzing’: er komen meer ouderen en die worden bovendien steeds ouder. In de afgelopen 20 jaar tijd steeg het aandeel 65-plussers in de Nederlandse bevolking van 14% naar 21%. De vergrijzing voltrekt zich in de grote steden minder hard. Terwijl de vergrijzing op landelijk niveau al lang en breed was ingezet, was in de G4-steden tot 2011 nog een afname van het aandeel 65-plussers te zien. Sindsdien neemt het aandeel 65-plussers ook in de G4 toe, maar in Utrecht is deze toename nog beperkt. De Utrechtse bevolking bestaat nu voor 11% uit 65-plussers, minder dan in de andere G4-steden en ver onder het landelijk gemiddelde. 

De omvang van de groep 65-plussers zal echter ook in Utrecht sterk groeien: van 42.600 in 2026 naar ruim 67.000 in 2045, een toename van bijna 25.000 ouderen in negentien jaar tijd. Procentueel gezien betekent dit een groei van 57%, waarbij de groep 65 t/m 74-jarigen met 48% groeit en de groep 75-plussers met liefst 70%. Deze flinke toename komt door het ouder worden van de mensen die al in Utrecht wonen. Mensen die naar de stad Utrecht verhuizen zijn niet vaak ouder dan 65 jaar. Van de ruim 31.000 mensen die zich in 2025 in Utrecht vestigden was slechts 2% een 65-plusser. Zoals hiervoor aangestipt zal het aantal ouderen ook sterk toenemen in geval het bouwtempo achterblijft bij de ambitie.

Figuur 4.4 – Leeftijdsverdeling stad Utrecht op 1 januari 2026-2045

Infogram URL

De grote toename van het aantal ouderen in de stad brengt enige verschuiving in de leeftijdsopbouw van de Utrechtse bevolking met zich mee (zie figuur 4.4). In 2026 is 11,3% van de bevolking 65 jaar of ouder; dit aandeel stijgt geleidelijk naar zo’n 13,8% in 2045. Ten opzichte van andere gemeenten blijft dit aandeel laag. Het aandeel kinderen onder 18 jaar daalt in die periode van 18,4% naar 16,3%.