1. Het energieveld in beweging
In dit hoofdstuk
- Inleiding
- Voortgangsrapportage Energie van de stad als onderdeel van de beleidscyclus
- Trends en ontwikkelingen in 2025
Inleiding
Het stroomnet in Utrecht zit nog steeds overvol en de problemen van het overvolle stroomnet nemen toe in Utrecht. In de huidige geopolitieke ontwikkelingen, zoals nu weer in het Midden-Oosten, zien we dat het steeds belangrijker wordt om onafhankelijker te worden van fossiele brandstoffen als stad. Steeds meer bewoners, bedrijven en instellingen merken dat energie schaars wordt. We werken vandaag al aan het energiesysteem van de toekomst, waar energieverbruik, opwek en opslag dichter bij elkaar komen. Zo gaan we zuiniger met energie om en zijn we minder afhankelijk van de buitenwereld voor onze energievoorziening.
Voortgangsrapportage Energie van de stad als onderdeel van de beleidscyclus
Het doel van de voortgangsrapportage is om, naast de jaarstukken, meer informatie te geven over de voortgang, resultaten en leerervaringen van het energiebeleid in de stad. Dit is verdiepende informatie waarvoor in de jaarstukken geen ruimte is. De jaarstukken hebben als doel om financiële verantwoording af te leggen in relatie tot de vastgestelde beleidsdoelstellingen van het programma Klimaatvriendelijke stad. De Voortgangsrapportage heeft als doel om meer inhoudelijke verdieping te geven over dit programma Klimaatvriendelijke stad. Naast deze voortgangsrapportage over energie, krijgt de gemeenteraad voor de Voorjaarsnota (voorjaar) en na de programmabegroting in het najaar via een brief extra informatie over het programma Klimaatvriendelijke stad. Vanwege de afspraak om een beleidsarme Voorjaarsnota te maken vervalt dit jaar de brief in het voorjaar. In de brieven wordt een verdere onderverdeling gemaakt naar activiteiten voor de energietransitie die op het niveau van de Voorjaarsnota en programmabegroting niet wordt gemaakt.
Deze extra informatiestroom vanuit energietransitie is het resultaat van twee moties (motie 2024/307 Geef inzicht over Energie & Klimaat en motie 2024/320 ‘Maak duurzaamheidsverslag onderdeel P&C-cyclus' en is onderdeel van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek Grip energietransitie.
In onderstaand plaatje hebben we aangegeven hoe we invulling geven aan de beleidscyclus van energietransitie.
Plaatje jaarcyclus
In deze voortgangsrapportage is op drie onderdelen gerapporteerd:
1. Trends en ontwikkelingen in de energietransitie
2. De voortgang van het projectenportfolio energie met daarbij de geleerde lessen
3. Feitelijke resultaten op zowel resultaten en effecten
Trends en ontwikkelingen in 2025
Het stroomnet in Utrecht zit nog steeds overvol en we zien dat de energietransitie stagneert in de stad, bijvoorbeeld in een lichte stijging van het totale energieverbruik met 2% (grafiek 3.1.3). Door het nemen van tijdelijke maatregelen in de vorm van congestieverzachters om de ontwikkelingen in de stad te faciliteren worden de stad weer meer afhankelijker van fossiele brandstoffen en zal de uitstoot van CO2 juist toenemen. Terwijl we in deze rapportage zien dat de CO2-uitstoot van de stad tussen 2023 en 2024 daalde met 3% (grafiek 3.1.1).
Voor de energietransitie is het juist nu belangrijk om keuzes te maken die passen bij het (toekomstbestendige) energiesysteem voor onze stad. We moeten werken aan keuzes die passen bij het geïntegreerde energiesysteem waarin opwek, opslag en verbruik van zowel elektriciteit als warmte meer decentraal in tijd en plaats georganiseerd zal zijn. Dit soort energiesystemen zijn de toekomst voor onze stad.
In 2025 zijn verschillende beleidsnota's vastgesteld waarmee een aantal belangrijke keuzes zijn gemaakt, zoals de beleidsnota Warmte en de Herijking Regionale Energiestrategie. Door voor een groot deel van de stad te kiezen voor collectieve warmteoplossingen, kiezen we voor de laagste maatschappelijke kosten voor bewoners en bedrijven en ontlasten we het elektriciteitsnet in de toekomst. Met de herbevestiging van onze inzet voor duurzame opwek (Herijking RES) laten we zien dat we toekomst zien in de directe koppeling tussen lokale opwek, opslag en afname. Ook ontlasten we het elektriciteitsnet. Daarnaast hebben we in 2025 een stap naar voren gezet door zelf een zonproject op de Nedereindse Plas te gaan ontwikkelen, omdat marktpartijen op dit moment niet bereid zijn te investeren in duurzame opwek. Verder zijn in 2025 zijn stappen gezet om aan te sluiten bij HVC als een publiek warmtebedrijf voor de levering van warmte aan onze inwoners.
De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de energietransitie een zaak van lange adem is. We zien een toenemende betrokkenheid bij bewoners, buurtinitiatieven, corporaties bedrijven en bedrijventerreinen om isolerende maatregelen te nemen en dit is terug te zien in de resultaten over 2025. We bereiken steeds meer inwoners en bedrijven met onze boodschap.
In nieuwbouwontwikkelingen zien we het aantal (netbewuste) lage temperatuurconcepten toenemen ten opzichte van de ‘standaard’ hoge temperatuuroplossingen zoals stadswarmte. We bewegen toe naar een (deels) decentraal integraal energiesysteem waarin uitwisseling en opslag tussen energiestromen de standaard is.
We leren van nieuwe strategieën die we inzetten om de volgende stappen te zetten. Een voorbeeld is de private-publieke samenwerking die we op Lage Weide hadden gevormd voor het ontwikkelen van geothermie. Hoewel uit onderzoek blijkt dat geothermie in Utrecht geen mogelijkheden biedt, is de vorm van samenwerking die was opgezet een vorm die we voor meer energieprojecten als kansrijk zien.
Belangrijke energiewetgeving aangenomen
In 2025 is met het vaststellen van de wet collectieve warmte (Wcw) een grote stap gemaakt voor de invulling van regierol van de gemeente in de energietransitie. Met deze wet en de al eerder vastgestelde Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) krijgt de gemeente de bevoegdheid om warmtekavels aan te wijzen en een aanwijsbevoegdheid (Wgiw) in te zetten om binnen een bepaalde periode een overstap naar een warmtealternatief te maken. Dit betekent dat de gemeente, onder randvoorwaarden zoals het aanbod van een betaalbaar en duurzaam warmtealternatief, buurten kan aanwijzen die binnen een bepaalde termijn van het aardgas afgaan. De wetten treden gefaseerd in werking in 2026 en 2027. In de Energiewet, die begin 2026 in werking is getreden, is het mogelijk gemaakt om energie te delen; met name relevant voor energie-initiatieven. Met de Beleidsnota warmte, die eind 2025 door de raad is vastgesteld, zijn anticiperend op deze wetten de gemeentelijke kaders voor de warmtetransitie vastgesteld.
In 2025 heeft de gemeenteraad ook de stap gezet om HVC aan te wijzen als het benodigde publieke warmtebedrijf in Utrecht voor de uitvoering van deze transitie. Het rijk verkent op dit moment de mogelijkheden om via publieke deelneming mede-eigenaar te worden van het nu nog private warmtebedrijf van Eneco.
Ondanks deze belangrijke stappen zijn de randvoorwaarden voor de overstap naar het collectieve warmtealternatief nog niet op orde. De betaalbaarheid van de overstap is voor onze inwoners nog niet geregeld in regelgeving of subsidies. Overstappen op een warmtenet of warmtepomp is vaak flink duurder dan verwarming via gas. Daarom blijven we ons, samen met partners zoals G4 en VNG, inzetten om het Rijk te laten zorgen voor de benodigde randvoorwaarden voor een betaalbaar warmtealternatief.
Netcongestie: het stroomnet in Utrecht zit vol
De problemen met het elektriciteitsnet zijn in 2025 niet afgenomen. Het stroomnet in Utrecht zit nog steeds vol. Bij de voorjaarsnota 2025 zijn incidentele middelen vrijgemaakt om op korte termijn maatregelen mogelijk te maken om de impact van netcongestie te verminderen en de ontwikkeling van de stad mogelijk te blijven maken. De aanvraag bij Stedin voor congestieverzachters voor de ontwikkelingen in het Beurskwartier en Papendorp is in 2025 ingediend. Met een congestieverzachter is het mogelijk om de piekbelasting op te vangen door de inzet van (gas)generatoren. Bij maatschappelijk vastgoed zijn accu’s geplaatst om piekbelasting op te vangen. Bedrijven worden ondersteund met een energiescan, zodat zij hun energiegebruik beter en efficiënter kunnen inrichten. Ook stimuleren we, met hulp van gemeentelijke adviseurs, dat in 2026 mogelijk met een aantal bedrijven samen een energiehub vormen om zo de druk op het energienetwerk te verminderen (Hoofdstuk 2 verduurzamen bedrijven en maatschappelijke organisaties). We merken dat met name kleinere bedrijven zich niet altijd bewust zijn van de mogelijke gevolgen van netcongestie.
In 2025 hebben we twee locaties beschikbaar gesteld voor het plaatsen van in totaal 40 MW van (nood)stroomgeneratoren. Zo kan Stedin een groot deel van het totaal benodigde vermogen van 60MW vóór de winter 2026 realiseren. Naast het toekomstige circulaire bedrijvenpark Strijkviertel waar 30MW geplaatst kunnen worden, is er een tweede geschikte locatie gevonden aan de Isotopenweg op Lage Weide voor 10MW aan (nood)stroomgeneratoren. Deze locatie heeft nu de bestemming bedrijventerrein, maar is in de Omgevingsvisie Lage Weide aangewezen als toekomstige Hoofdgroenstructuur. Omdat het gaat om een tijdelijke installatie, en de urgentie van netcongestie heel hoog is, stelt de gemeente de grond beschikbaar aan Stedin.
Isolatiemaatregelen gebouwde omgeving
In 2025 blijkt een groeiende groep bewoners de weg te vinden naar subsidies voor isolatie. Dat is terug te zien in de cijfers over landelijke subsidie ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie) (grafiek 3.2.3), maar ook de lokale subsidies (grafiek 3.2.2). Ook corporaties zijn bezig met een inhaalslag met verduurzaming van hun slechtst geïsoleerde bezit (energielabels E, F en G) (grafiek 3.2.9). We zien ook een toenemende belangstelling van bedrijven om verduurzamingsmaatregelen te nemen (grafieken 3.3.6 en 3.3.7)
Energiearmoede
Met de door het rijk beschikbaar gestelde middelen voor armoede hebben we ook in 2025 de doelgroep weten te vinden. Dat deden we met name via huis-aan-huis energiebox (grafiek 3.2.7). En een grote groep bewoners maakte gebruik van de verlengde witgoedregeling (grafiek 3.2.8). Aandacht voor energiearmoede blijft nodig. Hoewel de gasprijzen stabieler lijken dan een aantal jaren terug, moeten we altijd voorbereid zijn op onverwachte ontwikkelingen in de wereld, zoals nu in het Midden-Oosten.
Nog afgezien van de geopolitieke ontwikkelingen is de verwachting dat de gasprijzen niet meer terugzakken naar het niveau van voor 2022. En we voorzien de komende jaren wel een stijging, onder meer door de heffing op CO2-uitstoot die vanaf 2027 moet worden betaald en door de verplichte bijmenging van groen gas, dat over het algemeen duurder is dan aardgas. Het kabinet heeft plannen aangekondigd om huishoudens met een laag inkomen extra te gaan ondersteunen bij de energierekening. We zetten ons in om tot een goede invulling van deze ondersteuning voor onze bewoners te komen.