Image

3.6 Verduurzaming energiebronnen - warmte

In dit hoofdstuk:

Duurzaamheidsindicatoren warmtenet Eneco

Figuur 3.6.1 duurzaamheisindicatoren warmtenet Eneco

Infogram URL

Het stadsverwarmingsnet van Eneco bedient ongeveer 30% van de gebouwaansluitingen in Utrecht. Voor dit net is de afspraak om in 2040 100% duurzaam te leveren. Deze drie percentages in de grafiek geven aan hoever er is gevorderd in dit streven. Dit ligt op schema volgens deze cijfers. De drie lijnen in de grafiek zijn afkomstig van het warmte-etiket van Eneco:

  • Groen: Het percentage duurzame bronnen geeft aan hoeveel energie wordt geleverd uit de duurzame bronnen ten opzichte van het totaal. Bij aanvang van 2023 was er nog maar 1 duurzame bron op het warmtenet, namelijk de BioWarmteInstallatie (BWI). Eind 2023 waren de eerste buffers en de warmtepomp bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) afgerond. In 2024 is ook een elektroboiler toegevoegd. In 2025 is geen nieuwe bron in het net opgeleverd.  Er zijn wel veel voorbereidende onderzoeken en onderhoud uitgevoerd als investeringen voor de toekomst.
  • Geel: Het aandeel hernieuwbare energie geeft aan hoeveel hernieuwbare energie we gebruiken ten opzichte van het totaal aan energie-input. Aandeel hernieuwbaar gaat dus over de energie-input en aandeel duurzame bronnen gaat over de energie-output. Aandeel hernieuwbaar volgt uit de Europese rekenregels die ook in de warmtewet staan.
  • Blauw: Het percentage CO2-besparing geeft aan hoe efficiënt het totale warmtenet omgaat met energie, met name door het gebruik van duurzame bronnen, een verminderde inzet van piekketels en een betere benutting (uitkoeling) bij de gebruikers.

Het stadsverwarmingsnet wordt gevoed door de aftapwarmte (restwarmte) van elektriciteitscentrale, warmte uit de rioolwaterzuivering, een elektroboiler en de biowarmte-installatie (BWI) en piekketels. Het percentage van de duurzame bronnen in het Utrecht-Nieuwegein-net hangt af van verschillende onderdelen: 

  1. De hoeveelheid onderhoud die nodig was in dat jaar aan de broninstallaties.
  2. De totale energievraag van het hele Utrecht-Nieuwegein-net (deze nam sterk af in de periode met hoge energieprijzen).
  3. Het percentage van de tijd dat de BWI en andere bronnen maximaal kunnen worden benut. Dit percentage is lager als er in de zomer minder warmtevraag is dan de duurzame bronnen kunnen leveren, en als er minder opslagmogelijkheden in het net zijn.

Naast dit stadsverwarmingsnet is er ook een net op het Utrecht Science Park en een WKO net in Leidsche Rijn centrum, ook op het USP wordt gewerkt aan een duurzame invulling van het warmtenet Tevens komen er in de nieuwbouw nieuwe netten bij op basis van WKO en een andere duurzame bronnen. Waar nieuwbouwnetten nog voor een deel gevoed worden uit de stadsverwarming gaat dat deel mee in de verduurzaming van het stadsbrede net. Ongeveer 60% van de gebouwen in Utrecht heeft nog een gasaansluiting.

 

Warmtevoorziening nieuwbouwwoningen

In onderstaande grafiek is te zien dat van de 3.388 in 2025 vergunde nieuwbouwwoningen:

  • 6% wordt verwarmd met stadsverwarming, al dan niet in combinatie met Warmte Koude Opslag (WKO). In 2024 was dat nog 28%.  
  • 12% wordt verwarmd met een luchtwarmtepomp.
  • 82% wordt verwarmd met een efficiëntere waterwarmtepomp, met bodemenergie of een Photovoltaïsch Thermisch (PVT)-systeem (een systeem dat zonne-energie gebruikt om de woning en tapwater te verwarmen) als warmtebron. Nieuwbouwwoningen die gebruik maken van seizoensopslag (i.c. bodemenergie, waaronder WKO) kwalificeren als netbewust, omdat het overschot aan zomerse warmte in de winter gebruikt kan worden om de piekvraag te verkleinen. Dat geldt voor 84% van alle in 2025 vergunde projecten.

Figuur 3.6.2 Warmtevoorzieningen nieuwbouwwoningen, 2025

Infogram URL