2. Het projectenportfolio van de energietransitie
In dit hoofdstuk
- Energiebesparing door het isoleren van woningen
- Verduurzamen Bedrijven en maatschappelijke organisaties
- Duurzame opwek
- Energie-infrastructuur
- Ontwikkeling Energiesysteem
- Samen Stad Maken
Energiebesparing door het isoleren van woningen
Ook in 2025 zien we dat bewoners de gemeente steeds beter weten te vinden. Dit blijkt onder andere uit het aantal bezoekers van het energieloket. Ook vragen steeds meer bewoners isolatiesubsidie aan. Dit gaat zowel om de landelijke Investeringsubsidie Duurzame Energie die bewoners kunnen aanvragen als om de gemeentelijke isolatiesubsidie. Dit laat zien dat veel bewoners daadwerkelijk stappen zetten om hun woning te isoleren. Zij maken hierbij gebruik van de informatie, het advies en de begeleiding die hiervoor beschikbaar is. Uit onze jaarlijkse monitoringscijfers blijkt dat niet alle instrumenten even goed worden benut. Daarom blijven we daarop sturen en onderzoeken hoe we deze kunnen blijven verbeteren.
De gestegen aantallen zijn met name afkomstig uit de VvE-aanpak die in 2025 van start is gegaan. Grote VvE's krijgen begeleiding bij het isoleren en verduurzamen van hun panden. Er zijn verschillende subsidieregelingen die hen daarbij financieel ondersteunen. De eerste VvE’s zijn inmiddels begeleid en de eerste subsidie voor een grote VvE is uitgekeerd. Er hebben zich ook al veel VvE’s aangemeld voor deelname.
Eerste vve in Overvecht gaat ambitieus isoleren! In Overvecht is de vve aan de Santiagodreef en Valparaisodreef het eerste project dat tot uitvoering overgaat. Dit complex uit circa 1970 (toen isolatiestandaarden nog matig waren) was hard toe aan een opknapbeurt. De vve bestaat uit 39 sociale huurwoningen van woningcorporatie Portaal en 21 particuliere koopwoningen. Afgelopen juli werd besloten tot toepassing van een “Zeer Energie Zuinig”-pakket: waarbij het gebouw wordt geïsoleerd alsof het een nieuwbouwwoning is. “We zijn heel blij dat het nu echt gaat gebeuren, dat we onze woningen echt goed kunnen gaan isoleren en het achterstallig onderhoud kunnen verhelpen. We zijn vanuit het bestuur al heel lang bezig om dit samen met Portaal mogelijk te maken. Sinds we ook een interne verduurzamingscommissie hebben gevormd met andere particuliere eigenaars, is het werk leuker en gezelliger geworden. Zo'n commissie vind ik echt een aanrader!”, de voorzitter van de vve Julia Williams. Hier lees je het hele verhaal
Leerervaringen
- De kracht van herhaling: via verschillende communicatiekanalen wijzen we bewoners al enkele jaren op onze instrumenten en de voordelen van het isoleren van de woning. We merken dat bewoners meerdere contactmomenten (zoals een brief of een bijeenkomst, etc.) nodig hebben om over te gaan tot een isolatiemaatregel. Een voorbeeld is de wijk Noordwest. Samen met het wijknetwerk hebben we daar op verschillende manieren aandacht gevraagd voor energie besparen en verduurzamen, zoals via brieven, straatgesprekken, informatiebijeenkomsten, sociale media en aanbelacties. Dat werpt nu zijn vruchten af.
- Veel bewoners vragen om maatwerk: in ons contact met bewoners komt regelmatig naar voren dat bewoners niet zomaar binnen een standaardaanpak voor een hele buurt passen. Waar mogelijk proberen we maatwerk te leveren. Dit betekent wel dat bijvoorbeeld onze subsidieregelingen regelmatig herzien moeten worden om het maatwerk mogelijk te maken. Dit is een juridische vereiste.
- Uitdaging voor eigenaar-bewoners in VvE's: Eigenaar-bewoners van VvE’s geven aan dat het uitdagend is om samen met buren overeenstemming te bereiken over een pakket aan isolatiemaatregelen. De gemeentelijke subsidies helpen om meer eigenaar-bewoners binnen VvE's te interesseren voor verduurzaming. Eigenaar-bewoners van grote VvE's ervaren verduurzaming vaak als complex, omdat het gaat om omvangrijke gebouwen met technisch uitdagende isolatiemaatregelen. In zowel kleine als grote VvE's geven eigenaren die eerder niet in actie kwamen aan dit nu wél te doen, omdat zij vertrouwen hebben in de ondersteuning van het gemeentelijke VvE-loket.
- Pas je communicatie aan op de doelgroep: in een buurt waar de doorstroom relatief hoog was, bleek de woningwaarde na verduurzaming het belangrijkste argument voor bewoners om actie te ondernemen. Daar hadden we onze communicatie vanaf het begin op kunnen richten.
Toelichting op de voortgang
De projecten lopen volgens verwachting en planning. We maken in deze rapportage onderscheid tussen drie doelgroepen:
- Grondgebonden/eengezinswoningen
In het algemeen zien we dat veel bewoners van eengezinswoningen in Utrecht stappen willen zetten in het isoleren van hun woning. Dit blijkt onder andere uit het aantal bezoekers van ons vernieuwde energieloket, waar bewoners informatie vinden over verschillende vormen van verduurzaming, waaronder isolatie. Daarnaast zien we dat bewoners daadwerkelijk isolatiemaatregelen uitvoeren. Dit is terug te zien in het aantal subsidieaanvragen voor zowel de gemeentelijke isolatiesubsidie als de landelijke ISDE-subsidie. Zie grafiek 3.2.3
Bij een aantal instrumenten zien we echter een terugval in het aantal aanvragen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de collectieve inkoopacties (figuur 3.2.4. Ook zijn er minder energieadviezen gegeven. We onderzoeken per instrument wat dit betekent en voeren eventueel wijzigingen door die nodig zijn. In oktober 2025 is een nieuw energieloket geopend waar bewoners de benodigde informatie kunnen vinden om te starten.
- VvE's
De instrumenten voor VvE's zijn uitgebreid en geïntensiveerd in 2025. Binnen de VvE-aanpak maken we onderscheid tussen kleine VvE's en grote VvE's, omdat deze zowel bouwkundig als qua organisatievorm verschillend zijn. De aanpak voor grote VvE's is op stoom en er komen steeds meer aanvragen binnen om hen de komende tijd te begeleiden met het verduurzamen. Ook de aanpak voor kleine VvE's begint te lopen en zien we kansen om met intensivering de aantallen te verhogen.
- Huur/energiearmoede
Met de door het rijk beschikbaar gestelde middelen voor armoede hebben we ook in 2025 de doelgroep goed weten te vinden. Dat deden we met name via de huis-aan-huis Energiebox. En een grote groep bewoners maakte gebruik van de verlengde witgoedregeling.
Verduurzamen Bedrijven en maatschappelijke organisaties
In 2025 hebben wij ons aanbod aan de (maatschappelijke) ondernemers in de stad verder uitgebreid en toegankelijker gemaakt. We hebben een klantreis ingericht met informatie – advies - financiële hulp in de vorm van subsidie – Energiefonds voor leningen voor de investering. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in het toegang krijgen tot de netwerken van (maatschappelijk) ondernemers. In 2025 zijn 90 gratis energiescans uitgevoerd bij MKB-ondernemers en 33 bij maatschappelijke organisaties. De maatregelen die naar aanleiding van de energiescans in 2024 en 2025 zijn genomen, zorgen inmiddels voor een jaarlijkse CO₂-besparing van minimaal 69 ton.
Sinds begin oktober 2024 is een MKB-subsidieregeling opengesteld met gemeentelijke middelen. In 2025 zijn er 30 subsidie aanvragen gedaan voor € 52.177,-. Deze regeling stopt in 2026 maar we onderzoeken of we de regeling kunnen verlengen voor 2026. De ondernemers hebben dan de tijd om naar aanleiding van de adviezen uit de energiescans ook de geadviseerde verduurzamingsmaatregelen toe te passen met de hulp van de subsidieregeling. De combinatie van advies via de energiescan en een subsidie op de uitvoering van maatregelen wordt zeer goed ontvangen door ondernemers. We hebben een brede communicatiecampagne ingezet en attenderen ondernemers actief op de subsidieregeling via de netwerken die we hebben opgebouwd.
Ook voor maatschappelijke organisaties hebben we in 2025 gratis energiescans aan ons stimuleringsaanbod toegevoegd. Daarnaast hebben maatschappelijke organisaties dit jaar gebruik gemaakt van onze subsidieregeling voor isolatie. In totaal is er voor € 32.605 - aan subsidie aangevraagd. In 2025 zijn we gestart met de verkenning en uitwerking van een nieuwe subsidieregeling voor maatschappelijke ondernemers. Deze regeling richt zich breder op verduurzamingsmaatregelen dan de huidige isolatiesubsidie. Tevens wordt de doelgroep die aanspraak kan maken op de subsidie verruimd, waardoor ook monumentaal vastgoed in aanmerking komt. De komst van deze nieuwe subsidieregeling is gecommuniceerd met de maatschappelijke ondernemers. De nieuwe subsidie gaat in n 2026 in. Verder zijn we, naast de brancheaanpak voor zorginstellingen en sportverenigingen, gestart met de kenniscommunity voor verduurzaming van scholen. Zeven schoolbesturen, met samen 131 schoolpanden in gemeente Utrecht, nemen hier aan deel.
Bedrijven nemen het initiatief om energie te besparen en te verduurzamen
Een warme club: voetbalvereniging Eminent Boys
Bestuurslid Marco Engelsman vertelt enthousiast over voetbalvereniging Eminent Boys: een warme club waar iedereen zich thuis mag voelen. Sinds zijn toetreden tot het bestuur zet Marco zich in voor het verduurzamen van de club. De aanpak begon met een gratis energiescan. Hierna pakte de club concrete energiebesparende maatregelen aan, zoals het plaatsen van HR++ glas, het isoleren van het plafond en het vervangen van oude verlichting door LED. Hierdoor is de kantine nu snel warm en een stuk comfortabeler voor leden en bezoekers. Zie hier het hele filmpje
Restaurant Nul3Nul verduurzaamt met hulp van subsidies
Wat begon als shoarmazaak, verbouwde Mohamed El Haddad Assoufi samen met zijn ouders tot restaurant Nul3Nul in Zuilen. Nu verduurzamen ze het pand. "We knapten op en pakken nu ook het energieverbruik aan," zegt hij. Met hulp van het Energieloket voor ondernemers gingen ze aan de slag. Lees hier het hele verhaal
Leerervaringen
- Energieloket en subsidies: In 2024 was de energieloket subsidie, voor uitgebreid advies, onderbenut. In 2025 hebben we nauwer samengewerkt in onze netwerken van ondernemers in de wijk en op bedrijventerreinen. We zijn actiever de subsidie gaan promoten. Dit heeft geresulteerd in 2 grote collectieve subsidie aanvragen en 2 individuele aanvragen. Hiermee is het volledige budget van de subsidie op gegaan in 2025.
- We hebben geleerd dat het onder de aandacht brengen van onze subsidieregelingen en de diensten van het energieloket via ondernemersnetwerken leiden tot meer gerichte energievragen van ondernemers en meer subsidieaanvragen. Met een persoonlijke benadering, door actief contact te zoeken, relaties op te bouwen en aan te sluiten bij bestaande ondernemersnetwerken, zoals bijeenkomsten van ondernemersverenigingen, parkmanagementorganisaties en brancheverenigingen, krijgen ondernemers een gezicht bij het energieloket. Dat verlaagt de drempel om contact op te nemen en draagt bij aan vertrouwen in de gemeente als onafhankelijke verduurzamingspartner. Ook zien we dat als de organisatiegraad op bedrijventerreinen toeneemt, meer bedrijven bereikt worden en aan de slag gaan met verduurzaming. In een aantal netwerken zijn we inmiddels goed vertegenwoordigd, maar in andere nog niet. In 2026 willen ook deze netwerken bereiken en verder de organisatiegraad op bedrijventerreinen ondersteunen waar dit nodig is.
- We hebben ons in 2025 verder gericht op het verbeteren van de klantreis van (maatschappelijk) ondernemers en het aanbod wat we hebben richting de doelgroep. Investeren in netwerken van ondernemers, verbeteren van organisatiegraad heeft de bekendheid van het energieloket vergroot. Door verbeteren van deze relatie neemt de kwaliteit van de inhoudelijke verduurzamingsadviezen toe. In 2026 zetten we deze lijn door, ondersteund door gerichte communicatie richting de doelgroep.
- In het kader van zon op dak en netoplossingen hebben we onderzoek gedaan naar slimme netoplossingen voor ondernemers in de vorm van vijf pilots. Tijdens de uitvoering van deze onderzoeken liepen we tegen verschillende uitdagingen aan, zoals de technische en organisatorische complexiteit en de financiële haalbaarheid. Deze pilots zijn inmiddels afgerond en hebben waardevolle informatie gegeven over de drempels waar ondernemers tegenaan lopen in relatie tot netcongestie en zon op dak. Deze ervaringen nemen we mee in de herijking van het uitvoeringsprogramma Energie besparen gebouwde omgeving inclusief zon op dak in 2026.
- In 2025 hebben we de eerste maatwerkafspraken laten maken tussen Omgevingsdienst Utrecht en Universiteit Utrecht. Met deze maatwerkafspraken zullen zij in een periode van 4 jaar 136 panden verduurzamen. Hieronder vallen ook panden die niet vallen onder de energiebesparingsplicht. Daardoor wordt er een hogere energiebesparing bereikt dan met de wettelijke energiebesparingsplicht. Deze aanpak wordt gemonitord. Bij tevreden resultaten onderzoeken we samen met Omgevingsdienst Utrecht of dergelijke afspraken kunnen maken met andere (maatschappelijke) organisaties in Utrecht met een grote vastgoedportefeuille.
Toelichting op de voortgang
- Na vaststelling van het uitvoeringsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen in maart 2024 zijn we in 2025 verder gegaan met de uitvoering van het programma door ontwikkeling van de initiatieven op de bedrijventerreinen. Dit doen we samen met het (georganiseerde) bedrijfsleven, de Provincie, ROM Regio en plaatselijke stakeholders, zoals parkmanagementorganisaties. Naast de samenwerking in de Green Deal Lage Weide werken we op andere bedrijventerreinen aan de organisatiegraad op energiegebied om vervolgens gerichte stimuleringsinstrumenten te kunnen implementeren. Vanuit de SpUk regeling zijn in 2025 twee aanjagers vanuit de provincie gestart op de bedrijventerreinen in Utrecht. Daarnaast is in samenwerking met parkmanagementorganisaties, het programma Verduurzamen Bedrijventerreinen (PVB), Provincie en gemeente voor de bedrijventerreinen Lage Weide, Nieuw Overvecht, Werkspoorkwartier en kantorenpark Rijnsweerd een project opgestart voor gratis energiescans op de bedrijventerreinen. In totaal worden er in 2026 125 gratis energiescans beschikbaar gesteld aan ondernemers in deze gebieden. We ondersteunen deze energiescans financieel door middel van de energieloket subsidie. Deze ondernemers kunnen voor uitvoer van geadviseerde maatregelen gebruik maken van de MKB subsidieregeling. Ook zijn in 2025 op Lage Weide en Nieuw Overvecht twee subsidieprojecten Werklandschappen van de toekomst gestart waar vergroening, klimaat adaptatie en verduurzaming centraal staat.
- In het kader van netcongestie oplossingen is in september 2024 de energie-hub (e-hub) op bedrijventerrein Lage Weide officieel van start gegaan. In 2025 zijn we op andere bedrijventerreinen collectieve netcongestie oplossingen samen met relevante stakeholders gaan onderzoeken. Dit heeft geleid tot een aantal bedrijven op de Wetering die samenwerken om een collectieve laadoplossing te realiseren. Ook op andere bedrijventerreinen verkennen we de mogelijkheid van samenwerking tussen bedrijven. We zien wel dat de het realiseren van een e-hub, zoals op Lage Weide, complex is en dat de voorwaarden voor bedrijven om in te stappen nog niet aantrekkelijk genoeg zijn. Hierdoor gaat de ontwikkeling langzamer dan verwacht.
- Op het USP is in 2025 akkoord gegeven voor de aanleg van een collectief warmtenet (WKO) door de Universiteit Utrecht. Dit warmtenet wordt gefaseerd aangesloten op meerdere gebouwen en partijen op het USP. De gemeente heeft de realisatie ondersteund met een eenmalige subsidie.
- Bedrijventerrein Lage Weide heeft in 2025 een subsidiebeschikking gekregen van RVO voor een MOOI aanvraag. In dit project gaan bedrijven op Lage Weide, samen met onderwijs- en onderzoeksinstellingen, gemeente en provincie werken aan innovatieve collectieve netcongestie oplossingen. Collectieve energieplannen worden ontworpen en getest, waarbij flexibiliteit, opslag en systeemverandering slim worden ingezet.
- Uitvoering programma zon op dak en netoplossingen: Ondanks netcongestie is het aantal zonnepanelen op daken in de gemeente Utrecht gegroeid, vooral op de kleine daken. Op de grotere (bedrijfs)daken is de impact van netcongestie groter en vlakt de groei af. In 2026 herijken we het uitvoeringsprogramma Energie besparen gebouwde omgeving. In deze actualisatie integreren we ook het programma Zon op dak en netoplossingen. Daarmee brengen we alle energiemaatregelen voor de verduurzaming van gebouwen samen in één uitvoeringsprogramma, wat zorgt voor meer samenhang in onze duurzaamheidsaanpak. In deze herijking nemen we alle recente ontwikkelingen mee om tot goede stimuleringsmaatregelen te komen voor zon op grote bedrijfsdaken.
Duurzame opwek
Utrecht is onderdeel van de regio RES U16. Samen met onze buurgemeenten willen we in 2030 circa 1,8 terawattuur (TWh) schone elektriciteit opwekken. Utrecht streeft naar een bijdrage van 523 GWh. Hiervan is in 2025 ca 75 GWh gerealiseerd door grootschalige zon op dak, 0,5 GWh door zonnepark Meijewetering en 3,8 GWh voor zonnepark Brailledreef.
Leerervaringen
- Het wordt steeds moeilijker voor marktpartijen om zonnevelden te ontwikkelen, zeker als de projecten klein en/of ingewikkeld zijn. Schommelende materiaalprijzen en energietarieven en onzekerheid over subsidies zorgen voor een slecht investeringsklimaat voor marktpartijen. In 2025 hebben we zelf het zonne-eiland op de Nedereindse Plas ontwikkeld tot en met de vergunningverlening en subsidieaanvraag. Door zelf de rol van initiatiefnemer op te pakken hebben we de ontwikkeling van dit zonnepark een fase verder gebracht, inzicht verkregen in de business case en goede ruimtelijke regie kunnen voeren door het zonnepark in goede afstemming met de ontwikkeling van het Nedereindse Park te ontwerpen.
-
Voor geothermie geldt dat we in 2025 hebben moeten besluiten om de zoektocht naar geothermieprojecten binnen onze gemeentegrens te staken. Uit geologisch onderzoek blijkt dat binnen onze gemeentegrenzen er geen mogelijkheden zijn om geothermie te ontwikkelen, We zijn teleurgesteld over deze tegenvaller, maar kijken terug op een periode waarin het gelukt is om op constructieve wijze met elkaar samen te werken. We stonden op het punt om een publiek-privaat-maatschappelijke samenwerkingsovereenkomst te sluiten. Deze samenwerkingsvorm kunnen we nu helaas niet verder ten uitvoer brengen, maar dit neemt niet weg dat we trots zijn op het resultaat van de inspanningen die eenieder hiervoor heeft geleverd. De ervaringen die we hebben opgedaan kunnen we goed inzetten voor andere projecten in de energietransitie.
Image
Toelichting op de voortgang
In 2025 is de omgevingsvergunning voor drijvend zonnepark Nedereindse Plas (5 GWh) vanuit onze zelf ontwikkelende rol aangevraagd en is deze verleend. Daarnaast hebben we bij het hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit aangevraagd en deze is ook verleend. Ook hebben we voor het drijvend zonnepark de SDE++ subsidie aangevraagd en zijn we gestart met een consultatie onder marktpartijen om de interesse van de markt te pijlen en de vervolgstappen voor het drijvend zonnepark te onderzoeken. Voor zonnepark Geluidswallen A12 is in overleg met de gemeente Woerden gestart met de voorbereiding van de vergunningaanvraag en het uitvoeren van de benodigde onderzoeken.
De initiatiefnemers van het project Zon op Haarrijnseplas hebben we begeleid in het proces van de beroepsprocedure tegen de omgevingsvergunning. Voor zon in Ockhuizen hebben we stappen gezet om te komen tot een samenwerkingsovereenkomst als stevig fundament voor de gebiedsontwikkeling. Dit proces vervolgen we in 2026. Nadat de samenwerkingsovereenkomst is getekend geven we in 2026 samen met de initiatiefnemers van het zonnepark verder vorm aan de aanpak en investering van de benodigde netaansluiting.
Voor de percelen langs de A12, als onderdeel van het OER traject (Opwek Energie op Rijksvastgoedgronden), is in afstemming met Rijkswaterstaat en andere betrokken gemeenten een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor zonne-energie. Begin 2026 worden alle betrokken raden geïnformeerd over de uitkomsten van deze onderzoeken en de vervolgstappen voor het OER A12 project. In 2025 heeft de provincie Lage Weide aangewezen als kansrijk gebied voor windenergie. Er is een technische en ruimtelijke verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor windenergie, waarbij de verschillende gemeentelijke opgaven in beeld gebracht en afgestemd met de nieuwe Omgevingsvisie voor Lage Weide. Ook is verkend op welke wijze een concreet initiatief voor een windplan kan worden gestart, samen met grondeigenaren en energiecoöperaties. In december 2025 heeft het college besloten om het UPG-proces te starten. Sindsdien zijn we begonnen met de voorbereiding van de volgende fase; het milieueffectonderzoek, als onderdeel van de definitiefase van het UPG.
Voor Windpark Rijnenburg heeft de initiatiefnemer de aanvraag gedaan voor de omgevingsvergunning op het aspect verkeersveiligheid voor de oostelijke windturbine. Dit is gedaan in afstemming met gemeente en Rijkswaterstaat, op basis van het uitgevoerde onderzoek naar verkeersveiligheid en het advies van Rijkswaterstaat. De aanvraag is in behandeling genomen en een ontwerp-herstelbesluit is in december gepubliceerd. Verder is het project nog in afwachting van behandeling door de Raad van State van de beroepsschriften op het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan.
Samen met de Universiteit Utrecht, de provincie en het rijk zijn we bezig met een verdiepend onderzoek naar de mogelijkheid voor een windturbine op het USP. Daarbij kijken we naar de relatie met het UNESCO Werelderfgoed Nieuwe Hollandse Waterlinies en naar een verwachte wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit onderzoek is vertraagd, resultaten worden verwacht in de eerste helft van 2026.
In 2025 is duidelijk geworden dat niet zeker is dat de investeringen in solar carports terugverdiend kunnen worden. In het kader van de hervormingsbezuinigingen wordt daarom geen inzet meer gepleegd voor solar carports.
Energie infrastructuur
Warmtetransitie
In 2025 is de Beleidsnota Warmte door de raad unaniem aangenomen. Hiermee zijn de kaders vastgesteld voor de warmtetransitie en een belangrijk eerste deel van het wettelijk verplichte warmteprogramma gerealiseerd. De verdere uitwerking gebeurt in het door het college vast te stellen uitvoeringsprogramma (warmteprogramma).
Als onderdeel van de beleidsnota warmte is in 2025 is ook de planMER uitgevoerd en een bronnenstrategie vastgesteld. De potentie van de bronnen is al eerder in kaart gebracht met een focus op bestaande bouw en mogelijkheden voor collectieve warmte. Nieuwbouw moet aardgasvrij worden opgeleverd en ook in de nieuwbouw wordt vaak gekeken naar collectieve (lage temperatuur) warmtevoorziening. In de bronnenstrategie kijken we dan ook naar alle bronnen die nodig zijn om de hele stad zonder aardgas te verwarmen. De bronnen en overige infrastructuur vragen veel ruimte in de stad waar die nog niet vanzelfsprekend wordt meegenomen. Daarom is gestart met een project om de ruimte en de kosten voor de warmtetransitie beter in kaart te brengen.
Elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie
In 2025 is wederom veel aandacht geweest voor Elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie. De aanpak om zowel blijvend netbewuster met de beschikbare capaciteit om te gaan als de aanpak om met de acute tekorten op het stroomnet om te gaan, is in 2023 vastgesteld wordt sindsdien uitgevoerd. In samenwerking met Stedin is gekeken onder welke voorwaarden (gas)generatoren kunnen dienen als congestieverzachters bij gebiedsontwikkelingen. Daarbij is gewerkt aan het opstellen van kaders en richtlijnen onder welke voorwaarden generatoren vergund en geplaatst kunnen worden. Samen met de regio, TenneT en Stedin is verder gewerkt aan de locatiekeuze voor de benodigde hoofdinfrastructuur en hoogspanningsstation. Binnen de gemeente zijn twee locaties gevonden voor (nood)stroomgeneratoren, waardoor Stedin een groot deel van het benodigde noodstroomvermogen op tijd kan realiseren. Ook is met Stedin gewerkt aan de aanpak voor de plaatsing van de circa 800 trafohuisjes die in de stad moeten worden gerealiseerd. Ten slotte hebben we recent een groencompensatieplan opgesteld om groen te compenseren dat verdwijnt door de plaatsing van trafohuisjes en is er subsidie verkregen om de komende jaren te werken aan de innovatieve inpassing van transformatorhuisjes in gebieden met erfgoed.
Leerervaringen
- Voor zowel de warmtetransitie als de elektriciteitsinfrastructuur blijven externe ontwikkelingen zeer bepalend voor de snelheid die we kunnen maken in het verduurzamen en aanpassen van de energie-infrastructuur. Het is belangrijk om steeds mee te bewegen met de nieuwe werkelijkheid.
- We werken ook met de warmtetransitie aan het toekomstbestendige energiesysteem. Met de problematiek rondom netcongestie is steeds meer duidelijk geworden dat warmte, elektriciteit en gas sterk met elkaar samenhangen en keuzes in het ene netwerk grote gevolgen hebben voor het andere.
- Voor Utrecht is het belangrijk om het eindbeeld van de verduurzaming van de energietransitie scherp te houden en stappen te zetten die daarnaartoe bewegen. Onzekerheid over huidige wetgeving of toenemende netcongestie zijn daarmee soms vertragend maar veranderen onze ambities niet. Met de beleidsnota warmte hebben de focus voor de komende jaren verlegd van het bestaande warmtenet naar nieuwe mogelijkheden in buurten met actieve buurtinitiatieven.
- Met Eneco zijn goede afspraken over de verduurzaming van het net. Zij werken samen met de provincie, Stedin, en TenneT mee aan het toekomstbeeld voor bronnen op Lage Weide en de elektriciteitscentrale.
Toelichting op de voortgang
Op 20 november 2025 heeft de raad de beleidsnota warmte unaniem vastgesteld. Daarmee is het officiële startsein gegeven voor het opstellen van het warmteprogramma, de uitwerking van de beleidsnota warmte. De planning is om het warmteprogramma Q4 2026 ter inzage aan te bieden en door het college te laten vaststellen waarna het in het digitaal stelsel omgevingswet zal worden opgenomen.
De bronnenstrategie is met de beleidsnota Warmte aan de raad aangeboden en vastgesteld. Hierin is uitgewerkt welke bronnen we nodig hebben voor het vervullen van de voorgenomen warmteoplossingen per buurt en in grote lijnen wat dit betekent voor de ruimtevraag en de elektriciteitsbelasting door de bronnen. In de beleidsnota warmte zijn de kaders voor een kavelstrategie opgenomen. In het warmteprogramma wordt binnen deze kaders een kavelstrategie uitgewerkt. De Wcw gaat 1 januari 2027 in werking, vanaf dan kan de gemeente kavels vaststellen. Voor een aantal gebieden is nog niet duidelijk hoe een kavel in de praktijk het beste vormgegeven kan worden. Voor een gedeelte volgt dit namelijk uit een proces met de buurt. De positie van Eneco vormt daarnaast een belangrijk element in de kavelstrategie voor de bestaande netten. In 2025 is in beeld gebracht hoeveel woningen er langs en binnen het Eneco-warmtenet liggen waarvoor aansluiting op het warmtenet de voorkeursoplossing is. Dit gaat om circa 15.000 tot 20.000 woningen. Zolang er onduidelijkheid blijft over aan wie het warmtenet wordt overgedragen, krijgen deze huishoudens geen aanbod. Als dit snel wel duidelijk is dan kunnen we mogelijk een groter kavel aanwijzen om de aardgasvrije aanpak in dit gebied te vervolgen.
De Wet collectieve Warmte (WcW) werd op 9 december 2025 aangenomen door de 1e Kamer. Daarin wordt onder andere gesteld dat nieuwe warmtebedrijven minimaal 51% publiek eigendom moeten zijn. Ook krijgen warmte initiatieven door bewoners een juridische status in de vorm van Warmtegemeenschappen.
Netcongestie heeft zich ook in 2025 ontwikkelt als een steeds groter landelijk probleem. In 2025 zijn kleinverbruikers niet geraakt door netcongestie, maar het is de verwachting dat dat in 2026 wel zo zal zijn. In 2025 is veel bereikt in de bewustwording van de impact van netcongestie op de stad, in de stad en het zoeken naar mogelijke oplossingsrichtingen. Een concrete samenwerking met Stedin, TenneT en de provincie is in de vorm van een Energieboard van kracht. De gemeente is bij netcongestie afhankelijk van de samenwerking met partners zoals Stedin, provincie, regiogemeenten en TenneT. Om toch beter voor te bereiden op alle mogelijke crisissituaties is een crisismanager (programmamanager) aangesteld per 1 januari 2025 en is gestart met het uitwerken van maatregelen om de ontwikkeling van de stad mogelijk te blijven maken. In 2025 werd steeds duidelijker dat er in Utrecht een tekort ontstond op het stroomnetwerk. Bedachte maatregelen om de impact te verminderen (door Tennet en Stedin) kwamen minder snel van de grond en/of leverede minder 'extra stroom' op dan gehoopt en een nieuw hoogspanningsstation werd vertraagd.Ook bleek, door de continu veranderende omgeving, het organiseren en uitvoeren van maatregelen door de gemeente complexer dan gedacht.
Utrecht Noord
Voor zowel het TenneT- als het Stedin-station Utrecht Noord is in 2025 een nieuw zoekgebied bepaald. In dat nieuwe zoekgebied is een gecombineerd station mogelijk waardoor ruimte bespaard wordt. De respectievelijke participatietrajecten en het definitieve locatiebesluit worden in 2026 verwacht.
Lage Weide
Op Lage Weide moet Stedin haar hoogspanningsstation Lage Weide en Utrecht Merwedekanaal uitbreiden waardoor ook Tennet haar schakelstation moet vergroten. Uitbreiding kan alleen op terrein van Eneco. Bovendien speelt de vraag of de elektriciteitscentrale van Eneco, die 2035 einde levensduur is, vervangen gaat worden en welk effect dit heeft op het bestaande warmtenet.
(Nood)stroomgeneratoren
In 2025 hebben we via een omgevingsplanwijziging de komst van 30MW aan (nood)stroomgeneratoren mogelijk gemaakt en op korte termijn kan Stedin beginnen met bouwen. Aan de Isotopenweg op Lage Weide is een tweede geschikte plek gevonden voor de plaatsing van 10MW aan (nood)stroomgeneratoren. Omdat het gaat om een tijdelijke installatie, en de urgentie van netcongestie heel hoog is, stelt de gemeente de grond beschikbaar aan Stedin. Met deze twee locaties kan Stedin een groot deel van het benodigde (nood)stroomvermogen van 60MW voor de winter 2026 realiseren.
Buurtaanpak
In de beleidsnota Warmte is een voorkeursalternatief per buurt aangegeven wat als start voor verder onderzoek en gesprek wordt gebruikt in de buurt:
- In alle gebieden wordt gewerkt aan de spijtvrije investeringen in gebouwen om straks de overstap naar aardgasvrij te kunnen maken.
- In buurten waar een warmtenet ligt is een pauze tot weer tot investeringen over gegaan wordt. Wel vinden hier besparingsactiviteiten en ondersteuning van buurtinitiatieven op energieonderwerpen.
- In veel buurten waar nog geen warmtenet ligt, zijn we samen met bewoners actief gestart om het proces om hun wensen op te halen, de mogelijke begrenzing van het mogelijke kavel te verkennen en te bepalen hoe zij bij het proces betrokken willen zijn. Er is een range van succesvolle samenwerkingen mogelijk van buurtraad, samen isoleren tot het opgroeien naar een warmtegemeenschap. Leerervaringen uit Overvecht-Noord en vorige buurtaanpakken wordt hierin meegenomen. In hoofdstuk Ontwikkeling Energiesysteem gaan we in op de voortgang van de buurtaanpakken Oog in Al, Noordoost en Lunetten.
- In buurten waar bedrijven de boventoon voeren is een aanpak om met het bedrijvencollectief te verkennen hoe verschillende stappen van verduurzaming kunnen plaatsvinden. Een lage temperatuur oplossing is hier de voorkeur.
- In buurten waar all-electric de voorkeur heeft wordt eerst met Stedin de infrastructuur op orde gebracht. Pas als netcongestie het toelaat wordt actief op aardgasvrij gestuurd.
Overvecht-Noord
De door het college toegezegde evaluatie van het project Overvecht-Noord en het rekenkameronderzoek “Gas terugnemen” is op respectievelijk 23 januari aangeboden aan de raad en 29 april 2025 gepubliceerd. Op 17 juli heeft de raad de aanbevelingen overgenomen. In 2025 is het college aan de slag gegaan met het implementeren van de aanbevelingen.
Omdat de voorwaarden om Overvecht-Noord aardgasvrij te maken ontbreken en er geen perspectief is dat dat op korte termijn gaat veranderen, is eind 2025 besloten het project voor realisatie van warmteaansluitingen vooralsnog te pauzeren. Er worden in Overvecht-Noord dus de komende tijd geen stappen gezet op het gebied van volledig aardgasvrij. Er wordt wel geïnvesteerd in netwerken in de wijk voor draagvlak en bekendheid van isolatiemaatregelen en andere activiteiten die helpen bij het voorbereiden op een aardgasvrije buurt.
Leerervaringen
- De belangrijkste leerervaringen zijn opgenomen in de projectevaluatie van Berenschot over het aardgasvrij maken van Overvecht-Noord. In 2026 gaan we aan de slag om deze aanbevelingen verder te implementeren in de buurtaanpakken.
- Het afgelopen jaar zijn weer stappen gezet in de samenwerking met buurtinitiatieven en deze aanpak centraler in de beleidsnota Warmte opgenomen. Op deze manier leren we om steeds met een maatwerk-aanpak aan te sluiten op de energie- en warmteambities die een initiatief voor hun buurt heeft. Zo zijn samenwerkingen tot stand gekomen met bijvoorbeeld Warm Lunetten, Griftstroom en Oog voor Warmte (zie ook hoofdstuk Ontwikkelingen Energiesysteem). In het warmteprogramma zal de samenwerking met initiatieven verder worden uitgewerkt.
- We hebben in de Buurtaanpak (Oog in Al, Noordoost en Lunetten) een manier gevonden om met actieve bewoners(initiatieven) samen te bouwen aan de eerste stappen die nodig zijn om buurten van het gas af te krijgen. We richten ons op het opbouwen van warmtegemeenschappen die als warmtebedrijf kunnen opereren en gezamenlijke keuzes maken voor de beoogde warmtesystemen, zoals het temperatuurniveau van de warmte en de keuze van warmtebronnen. We doen dat in de wetenschap dat de betaalbaarheid van collectieve warmtesystemen nu niet goed genoeg is. Zolang dat het geval is, zetten we geen stappen met grote (financiële) risico’s.
- De Buurtaanpak aardgasvrij volgt door de vaststelling van de Wet collectieve warmte een ander spoor dan dat het geval was bij Overvecht-Noord. Er zijn meer tussenstappen voordat we overgaan tot het opstellen van een wijkuitvoeringsplan met daarin een bod aan bewoners: vaststellen van warmtekavel, aanwijzen van warmtebedrijf en vaststellen van kavelplan. In het Warmteprogramma beschrijven we hoe we deze stappen, samen met bewonersinitiatieven, willen doorlopen.
*In 2025 is besloten om het project Overvecht-Noord aardgasvrij te pauzeren en dus vooralsnog geen stappen meer te zetten richting aardgasvrij.
Ontwikkeling Energiesysteem
In 2024 hebben we vastgesteld dat het nodig is om deel te nemen in een publiek warmtebedrijf dat ook in Utrecht warmtenetten realiseert. In de raadsbrief van 28 november 2024 hebben we hiervoor drie eigendomsvarianten geschetst. Op 2 oktober 2025 heeft de raad de voorkeur uitgesproken voor HVC als publiek warmtebedrijf. Op 26 februari 2026 heeft de raad besloten om deel te nemen in HVC. Vooruitlopend op een publiek warmtebedrijf zijn we binnen de gemeentelijke organisatie ontwikkelende activiteiten gestart met als doel om de kans op slagen te vergroten van projecten die nodig zijn voor de Utrechtse energietransitie. In nieuwbouwprojecten hebben we de eerste ervaringen opgedaan over hoe om te gaan met netcongestie en netbewust bouwen. Voor Merwede is een groepscontract afgesloten met Stedin en hebben we een Europese subsidie gekregen voor de maatregelen die nodig zijn voor een netbewuster energiesysteem. Voor Beurskwartier en Papendorp/Groenewoud hebben we congestieverzachters aangevraagd bij Stedin om voorbereid te zijn op een situatie van netcongestie.
Leerervaringen
- Bij Merwede, Papendorp en Beurskwartier doen we ervaring op met nieuw governancestructuren waarbij actoren voor energielevering, energieopslag en energieafname met elkaar moeten samenwerken.
Toelichting op de voortgang
- De deelneming in een publiek warmtebedrijf is voorspoedig verlopen. In 2026 kunnen we samen met HVC de ontwikkeling van diverse warmteprojecten op gaan pakken.
- Nieuwbouwwoningen die gebruik maken van seizoensopslag (i.c. bodemenergie, waaronder WKO) kwalificeren als netbewust, omdat het overschot aan zomerse warmte in de winter gebruikt kan worden om de piekvraag te verkleinen. Dat geldt voor 84% van alle in 2025 vergunde projecten.
Samen Stad Maken
We werken volgens de beleidsnota Samen Stad Maken en zetten omgevingsmanagement in bij projecten die invloed hebben op de werk- en leefwereld van Utrechters. In 2025 zijn er 16 participatietrajecten uitgevoerd waar Utrechters werden betrokken in de energietransitie. De samenwerking met Utrechters wordt gemonitord en er worden leerervaringen opgedaan. Hierdoor kunnen we goed blijven ontwikkelen en verbeteren in de samenwerking met Utrechters. Zo is het afgelopen jaar meer aandacht besteed aan het ophalen van het ongehoorde geluid door extra in te zetten op de kracht van herhaling. Dat wil zeggen dat we een brief sturen, een informatieavond organiseren (in samenwerking met lokale partijen/buurtinitiatieven), aanbellen, met de bakfiets in de wijk staan en buurtnetwerken inzetten. Daarnaast wordt er ondersteuning geboden vanuit Samen Stad Maken door actief en reactief advies en ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld bij het opstellen van een samenwerkingsplan of gerichte adviezen op het bereiken van het ongehoorde geluid.
Het Klimaatpanel kwam in 2025 vijf keer bij elkaar. De bijeenkomsten worden door de deelnemers gewaardeerd met een gemiddeld met cijfer 7,8. Met de inbreng van het Klimaatpanel zijn beleid en uitvoering van beleid op de besproken thema's verbeterd op het vlak van inhoud die aansluit bij de leefwereld van inwoners en heldere communicatie. Het Klimaatpanel werkt doorlopend aan een goede vertegenwoordiging van de stad in het panel. Dat is in 2025 goed gelukt als het gaat om leeftijd, gender, opleidingsniveau en leeftijd. Zo sluit het Utrechtse jongerenpanel Young Minds structureel aan bij de bijeenkomsten van het Klimaatpanel. De inspanningen van het Klimaatpanel werden eind 2025 gewaardeerd door het toekennen van de Global Goals Gemeenteprijs van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De structurele ondersteuning van buurtinitiatieven werd in 2025 doorgezet met de startpagina Buurtidee energie op utrecht.nl, een vaste contactpersoon voor alle Utrechters die meer informatie willen over het starten van een energie-initiatief en de Community of Practice (CoP) voor warmte-initiatieven in de gemeente Utrecht. In het Europese project E2-cuties leren we meer over mogelijke governance modellen voor warmtegemeenschappen.
Leerervaringen
- Een belangrijke leerervaring is dat een goede afspiegeling van Utrechters doorlopende aandacht vraagt, structurele inzet is daarom nodig. We merken dat de kracht van herhaling essentieel is om het ongehoorde geluid te bereiken. Daarom gaan we dit komend jaar gerichter en consistenter inzetten. Daarnaast hebben we geleerd dat het structureel toepassen van het Kompas voor Zeggenschap helpt om per fase de juiste samenwerkingsvorm te kiezen. Komend jaar zetten we erop in om vaker gebruik te maken van het Kompas voor zeggenschap bij de projectaanpak. Tot slot is er vaker en eerder teruggekoppeld over wat er is gedaan met de opgehaalde input. Hierdoor groeit het vertrouwen in de gemeente, daarom besteden we hier ook meer aandacht aan.
- De warmtetransitie is een snel veranderd speelveld waar het erg lastig is om vooraf met elkaar af te spreken wat nodig is. We hebben geleerd verwachtingen naar elkaar uit te blijven spreken en dat we in de toekomst ook e.e.a. in bijvoorbeeld intentieovereenkomsten op papier moeten gaan zetten. Maar dat het nu nog best lastig is en dat we daarom bewust leertrajecten als E2-cuties inzetten, om zo steeds duidelijker te krijgen wat gemeente en buurtinitiatieven van elkaar kunnen verwachten.
- Als er niet direct sprake is van een samenwerkingstraject met een kop en een staart dan zetten we structureel omgevingsmanagement in om Utrechters te betrekken bij projecten die direct invloed hebben op de leefomgeving, zoals samen verduurzamen met inwoners en duurzame bronnen. We zien dat een direct contactpersoon die zichtbaar is in de wijk bewonersinitiatieven helpt om de weg te vinden in de gemeente.
Toelichting op de voortgang
- We passen steeds bewuster Samen Stad Maken toe; in 2025 zijn er voor Energie 16 participatietrajecten uitgevoerd.
- De eerste fase van E2-CUTIES is afgerond. Daarin hebben we in samenwerking met de bewonersinitiatieven in deze buurten een wijkanalyse gemaakt en is de basis gelegd voor een stappenplan waarin de drie sporen van activiteiten en verantwoordelijkheden worden uitgewerkt. Deze drie sporen zijn: het bewonersinitiatief, de gemeente, en spoor 3: gezamenlijk. Het gezamenlijk uitwerken van deze sporen geeft helderheid en stimuleert vertrouwen in de samenwerking in het leertraject E2-CUTIES.
- Het Klimaatpanel heeft in 2025 de volgende thema’s besproken:
- Water, Energieke buurten, Warmteprogramma en Klimaatrechtvaardigheid. Deelnemers van het jongerenpanel Young Minds nemen structureel deel aan het Klimaatpanel. Ook gaan we na elke bijeenkomst ook de straat op om de uitkomsten van het Klimaatpanel breed te toetsen.
- De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) kende dit jaar in de Gemeentedelerscompetitie het Klimaatpanel Utrecht de Global Goals Gemeenteprijs toe omdat het Klimaatpanel bijdraagt aan het realiseren van verschillende Global Goals en: ‘het panel verbetert de communicatie en relatie tussen gemeente en inwoners door hen te betrekken bij klimaatbeleid, geeft inzichten mee voor beleidsvorming, en stimuleert eigen actie’.
- In onze evaluatie geven deelnemers aan na de bijeenkomsten aan de slag te gaan met concrete informatie over bijvoorbeeld watergebruik en zijn zich meer bewust van de mogelijkheden om samen met buren aan de slag te gaan met energie besparen. De kennis die ze hebben opgedaan delen ze ook binnen hun sociale kring. Deelnemers geven aan dat ze na deelname beter op de hoogte zijn van wat de gemeente doet.
- Samenwerken met professionele partners in de stad doen we structureel in onder andere in het Energie Netwerk Utrecht (ENU). Met de partners in het ENU onderzoeken we langs drie lijnen wat er nodig is voor de verduurzaming van de stad; hoe we slim kunnen samenwerken, kennis kunnen delen en innoveren, en hoe we de bewustwording over de opgave in de stad kunnen vergroten. Tot slot bekijken we hoe we kunnen zorgen voor voldoende arbeids- en stageplekken. In 2025 hadden we vier bijeenkomsten met het ENU.
- In de doorlopende Community of Practice (COP) met buurtinitiatieven warmte komt aan bod wat er speelt bij de initiatieven en wat er nodig is aan kennis en andere ondersteuning om tot een goede rolinvulling te komen. Waar nodig en gevraagd worden er expertsessies georganiseerd. Zo was er in 2025 een expertsessie over de werking van de gemeenteraad.
- Ondersteunen buurtinitiatieven warmte: We ondersteunen initiatieven financieel door middel van het initiatievenfonds, door met ze in gesprek te gaan over wat we van elkaar kunnen verwachten en met bovengenoemde Community of practice. In het warmteprogramma werken we verder uit wat buurtinitiatieven van de gemeente nodig hebben om op te groeien tot warmtegemeenschap en wat de gemeente Utrecht daarin kan bieden.