Image
Taal van de content
Nederlands

1. Inleiding

1.1 Utrechts onderzoek naar inburgering

In dit onderzoek richten we ons op hoe inburgeraars zich ‘thuis weten’ in de gemeente Utrecht aan de hand van kernindicatoren. Daarnaast hebben we aan de hand van een expertpool verdiepende inzichten opgehaald over hoe asielstatushouders het combineren van werken met het volgen van taallessen en andere inburgeringsverplichtingen ervaren. Dit rapport beschrijft de resultaten van de derde meting, als opvolging van de tweede meting die verscheen in het voorjaar van 2025.

Door dit onderzoek jaarlijks te herhalen krijgen we een steeds beter beeld van hoe de inburgering in Utrecht verloopt en hoe inburgeraars zich thuis weten. Na meerdere metingen kunnen we de bevindingen ook steeds beter interpreteren. De onderzoeksopzet is in ontwikkeling, dat wil zeggen dat we de lessen uit de eerste twee onderzoeken hebben meegenomen en toegepast in deze vervolgmeting. 

In deze inleiding beschrijven we eerst wat de gemeente Utrecht onder het 'thuis weten’ van inburgeraars verstaat en wat de bijbehorende onderzoeksvragen voor deze studie zijn. Vervolgens lichten we de onderzoeksmethode toe en besteden we aandacht aan de diverse achtergronden van inburgeraars in dit onderzoek: asielstatushouders en gezinsmigranten. We sluiten het hoofdstuk af met een leeswijzer.

1.2 Inburgeraars zich ‘thuis laten weten’ in Utrecht

Met de invoering van de Wet Inburgering 2021 hebben gemeenten in Nederland een meer uitgesproken en zwaarder wegende verantwoordelijkheid gekregen voor de begeleiding van nieuwkomers in hun inburgeringsproces. Inburgeraars moeten binnen drie jaar inburgeren via één van de drie routes (B1, Onderwijs of Z-route). In deze periode moeten ze onder andere een aantal examens halen en deelnemen aan trainingen. Gemeenten moeten daarbij maatwerk leveren en stellen voor inburgeraars persoonlijke plannen op waarin zij afspraken formuleren over met name het leren van de taal en het participeren in de samenleving. 

De ambitie van de gemeente Utrecht reikt verder dan alleen uitvoering geven aan de wet. Het gemeentelijke beleid is erop gericht dat inburgeraars zich in brede zin thuis weten in de stad. Voorbeelden van beleid dat hierop gericht is, zijn: het Utrechtse Welkomhuis (ondersteuning voor inburgeraars dichtbij), de samenwerking binnen Inburgering 030 (sluitende aanpak van hulpverlening) en het programma Kansrijke Start (de inburgeraar maakt in een vroeg stadium kennis met de stad). Het beleid is uitgewerkt in de Nota van Uitgangspunten Opgave Inburgering.

De gemeente Utrecht wil de ambitie dat inburgeraars zich thuis weten in Utrecht volgen op basis van concrete uitkomsten. Dit jaarlijkse onderzoek biedt inzicht in de ervaringen en positie van inburgeraars ten aanzien van inburgeringsdoelen, waar in deze rapportage de nadruk ligt op het thema werk en inburgering. Voorafgaand aan de eerste meting in 2024 is een traject gestart waarbij ambtenaren, ervaringsdeskundigen en professionals indicatoren hebben opgesteld die helpen om relevante aspecten van inburgering in beeld te brengen. Deze kernindicatoren, gebaseerd op het Indicators of Integration Framework, geven inzicht in hoe inburgeraars zich ‘thuis weten’ in Utrecht. De lijst met kernindicatoren is te vinden in bijlage 1. 

Hoofdvraag onderzoek

De hoofdvraag van dit onderzoek is tweeledig. De eerste is aan de set kernindicatoren verbonden. De tweede hoofdvraag gaat in op de verdieping op het combineren van werken en inburgering.  

  1. Welke resultaten zijn er in 2025 behaald op de 14 kernindicatoren die zijn samengesteld door Programmateam Inburgering ten aanzien van de opgave ‘Thuis Weten van Inburgeraars’?
  2. Hoe ervaren asielstatushouders het combineren van werken met het volgen van taallessen en andere inburgeringsverplichtingen?

1.3 Definitie ‘inburgeraars’

De groep ‘inburgeraars’ is divers

Voordat we de onderzoeksmethode en -resultaten bespreken, is het belangrijk te definiëren wie we in dit onderzoek als inburgeraar beschouwen. Begrippen zoals inburgeraar, vluchteling, nieuwkomer en (arbeids)migrant zien we in nieuwsberichten en horen we in spreektaal vaak door elkaar. Maar het is wettelijk bepaald of je wel of geen inburgeraar bent, en dus inburgeringsplichtig bent of niet. Arbeidsmigranten zijn bijvoorbeeld niet inburgeringsplichtig, tenzij ze zich langdurig in Nederland willen vestigen. Bovendien hebben niet alle inburgeraars een vluchtverleden. Inburgeraars kunnen ook afkomstig zijn uit veilige landen buiten de EU. Ook deze groep is verplicht om de Nederlandse taal te leren en om te leren hoe de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt werken. Voor dit onderzoek is het feit dat inburgeraars heel verschillende achtergronden kunnen hebben een belangrijk aspect om mee te nemen bij het duiden van de uitkomsten. 

Wettelijk onderscheid tussen asielstatushouders en gezinsmigranten

In de Wet Inburgering 2021 wordt er een onderscheid gemaakt tussen asielstatushouders en gezinsmigranten (en overige migranten). Deze twee groepen hebben verschillende rechten en plichten in het inburgeringsproces. Asielstatushouders zijn vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Ook hun nareizende familieleden vallen onder deze categorie. In de groep gezinsmigranten zitten mensen die naar Nederland komen om zich bij een persoon met de Nederlandse nationaliteit of iemand met een Nederlandse verblijfsvergunning te vestigen. Bijlage 4 gaat verder in op uitzonderingen en andere (definitie)verschillen tussen nieuwkomers.

Verschillende uitgangsposities om aan inburgeringstermijn te beginnen

Grofweg is er een verschil in de route die een asielstatushouder of gezinsmigrant aflegt om in Nederland te komen. Een asielstatushouder is eerst een vluchteling en verblijft in een AZC totdat de IND een asielstatus toekent en er huisvesting beschikbaar is. Professionals schetsen het beeld dat een asielstatushouder begint aan de inburgeringstermijn terwijl er nog veel zaken ‘op orde’ gebracht moeten worden. Zo komen ze in een voor hen onbekend land wonen, met een onbekende taal en cultuur, zonder eigen sociaal netwerk. Ook komen ze vaak vanuit een onveilige situatie in het land van herkomst, wat maakt dat zij ook bepaalde gebeurtenissen moeten verwerken of (nog steeds) stress ervaren over familie en/of vrienden in het land van herkomst. Dit kan zorgen voor een grote emotionele last. Deze factoren hebben invloed op het inburgeringsproces, waardoor het voor hen lastig kan zijn om te ‘landen’ in Nederland. Een professional lichtte in de vorige meting treffend toe hoe dat voor asielstatushouders is en welk effect het op hen kan hebben: 

“Bij de statushouders is het een grotere stap om in Nederland te komen, omdat het veel meer informatie is dat ze moeten verwerken, veel meer dingen die ze van thuis moeten verwerken. Het duurt wat langer voordat de informatie landt en ze het doorhebben.” 

Een (deel van de) gezinsmigrant(en) voegt zich bij een Nederlandse partner. Zij hebben zich al voorbereid op hun komst en verplichtingen in Nederland, bijvoorbeeld door het Basisexamen Inburgering in het buitenland af te leggen. Daardoor hebben zij vaker al enige kennis van de Nederlandse taal, als zij starten met hun inburgeringstraject in Nederland. Een bepaalde groep gezinsmigranten komt in een stabielere situatie terecht, geven professionals aan. Zij gaan bij hun partner wonen en kunnen zowel financieel als sociaal in meer of mindere mate leunen op hun partner. De partner is vaak al bekend in Nederland, wat het ook voor de gezinsmigrant makkelijker maakt om hun weg te vinden. Ze komen in een bestaand netwerk terecht. Deze stabielere situatie zorgt ervoor dat er meer tijd, ruimte en aandacht is voor het leren van de taal en het (eventueel) volgen van taallessen en zoeken naar betaald werk. Tegelijkertijd geldt deze stabiele uitgangspositie niet voor alle gezinsmigranten. Professionals gaven in de vorige meting ook aan dat er kwetsbare gezinsmigranten zijn, waar ze zich zorgen over maken. De kwetsbare positie komt bijvoorbeeld doordat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun inburgeringsproces, minder begeleiding krijgen, het inburgeringstraject zelf moeten bekostigen en vaak ook zorgtaken thuis hebben.

1.4 Methoden van onderzoek

Voor het beantwoorden van de hoofdvragen zijn twee methoden gekozen:

  • Enquête onder inburgeraars: 
    Door inburgeraars rechtstreeks te bevragen over aspecten van hun alledaagse leven, kan worden vastgesteld hoe tevreden zij zich daarover voelen. De eerder opgestelde enquête is opnieuw gebruikt en geactualiseerd. In deze derde meting zijn er extra vragen toegevoegd over het thema ‘werk’. De enquête is aangeboden in zeven talen (Nederlands, Engels, Arabisch (Syrisch), Tigrinya, Farsi, Dari en Turks). 

    De enquête is per e-mail aangeboden aan 2.303 inburgeraars. Deze inburgeraars worden door de gemeente Utrecht begeleid voor een inburgeringstraject. Er is gerespondeerd door 546 inburgeraars, dat is een respons van 24%. Waar mogelijk maken we in de resultaten een vergelijking met het Utrechts gemiddelde. De enquêteresultaten splitsen we waar mogelijk uit naar asielstatushouders en gezinsmigranten.
     

  • Expertpoolsessie met inburgeraars: 
    Om een beter beeld te krijgen van het verhaal achter de cijfermatige resultaten van de enquête is er met asielstatushouders gesproken die werk hebben of recent hebben gehad. In deze derde meting is er gekozen voor de expertpoolsessie waar 15 asielstatushouders aan hebben deelgenomen. Dit is een kwalitatieve onderzoeksaanpak begeleid door onderzoeksbureau OpenEmbassy. Er is specifiek voor asielstatushouders gekozen, omdat uit de cijfers van deze rapportage en eerdere rapportages is gebleken dat het aandeel werkenden bij deze groep lager is. We zijn daarom benieuwd hoe zij de combinatie tussen inburgeren en werken ervaren.
     

De expertpool is een participatieve methode waarbij asielstatushouders hun ervaringen delen over het combineren van werk en inburgering. In één sessie van een dagdeel zijn succes elementen, uitdagingen én ondersteuningsbehoeften besproken. Voor deelname aan de expertpool kreeg men een cadeaubon van € 50,- als vergoeding. De gesprekken zijn vertaald naar het Nederlands of het Engels en zijn gebruikt ten behoeve van de analyse. De ervaringen van de deelnemers zijn aangevuld met inzichten uit peer-interviews, afgenomen door de asielstatushouders zelf voordat de expertpoolsessie heeft plaatsgevonden. Deze aanpak levert extra kennis en begrip van het combineren van werken en inburgeren en de manier waarop asielstatushouders hierin ondersteund willen worden. Er is aan de deelnemers gevraagd om 2-3 mensen uit hun eigen netwerk te benaderen. Deelnemers hebben de inhoudelijke inzichten uit hun interviews meegenomen naar de sessie, niet de concrete aantallen mensen waarmee ze gesproken hebben en hun persoonskenmerken. Uit de antwoorden van de deelnemers waarin zij hun inzichten delen op basis van de peer-interviews lijkt dat ongeveer de helft van de deelnemers mensen hebben geïnterviewd, variërend van 1 tot 5 mensen. Het geschatte bereik is daarmee 21 tot 25 personen in totaal. 

Gedetailleerde informatie over de opzet van de enquête, de responsopbouw en de opzet en uitvoering van de expertpoolsessie is terug te vinden in bijlage 2. 

1.5 Verschillen in methode ten opzichte van de vorige meting 

In de doorontwikkeling van het onderzoek is er een werksessie georganiseerd waarbij beleid- en uitvoeringsmedewerkers van de opgave inburgering hebben aangegeven waar behoefte is aan verdieping. Op basis hiervan is dit derde onderzoek op een aantal punten aangepast:

  • Kleine aanpassingen (toevoegingen) in de enquête
    De enquête van de vorige meting is als basis gebruikt voor het huidige onderzoek, maar op een aantal punten geactualiseerd en aangevuld met nieuwe vragen. Er is in het huidige onderzoek gekozen om naast de vragen over verschillende aspecten van het dagelijks leven, vragen toe te voegen over ‘werk’.
     
  • Keuze voor verdieping op het thema: combineren van ‘werk’ en ‘inburgering’
    Het onderzoeksinstrument wordt jaarlijks doorontwikkeld en afgestemd op actuele behoeften van beleid en uitvoering. Na een brede kennisbasis in de eerste twee metingen is voor het derde onderzoek gekozen te verdiepen op ervaringen van inburgeraars met het combineren van inburgeringsverplichtingen (zoals taallessen en inburgeringscursussen) en werk.
     
  • Expertpoolsessie in plaats van één op één interviews  
    In deze meting is gekozen voor een expertpool (groepsgesprek) in plaats van één-op-één interviews. Deze vorm maakt het mogelijk om in één sessie verschillende perspectieven op te halen, waarbij deelnemers door de groepsdynamiek op elkaar reageren en voortbouwen op elkaars ideeën. Dit levert rijkere en meer genuanceerde inzichten op dan individuele gesprekken. De informele setting, waarin ook gezamenlijk wordt gegeten, bevordert openheid, vertrouwen en een gevoel van verbondenheid. Dit draagt bij aan een ontspannen sfeer en aan het opbouwen van onderlinge relaties. Twee respondenten konden vanwege persoonlijke omstandigheden niet deelnemen aan de expertpoolsessie en zijn daarom op basis van hetzelfde draaiboek in een duo-interview geïnterviewd. De resultaten van de expertpoolsessie en interviews zijn samengenomen in de analyse.

1.6 Duiding van de respondenten in dit onderzoek 

Deze rapportage vormt de derde meting die inzicht geeft in hoe inburgeraars zich thuis weten in Utrecht. De groep respondenten die de enquête heeft ingevuld is echter geen representatieve afspiegeling van alle inburgeraars. Het is aannemelijk dat er vooral inburgeraars deel kunnen nemen die geletterd zijn (in hun moedertaal), een eigen e-mailadres beheren en voldoende tijd, rust, vertrouwen en motivatie hebben om een gemeentelijke enquête in te vullen. Dit is niet vanzelfsprekend voor iedereen binnen de doelgroep.

In deze peiling verwijzen we daarom naar de inburgeraars, asielstatushouders en gezinsmigranten ‘in deze peiling’ oftewel: die daadwerkelijk aan dit onderzoek hebben deelgenomen. We doen geen uitspraken over dé Utrechtse inburgeraar in het algemeen.

Een overzicht van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen in populatie, steekproef en respondenten is opgenomen in tabel 2. In bijlage 3, waar ook een nadere toelichting is te vinden op de factoren die vergelijking door de tijd bemoeilijken.

1.7 Leeswijzer

Na deze inleiding (hoofdstuk 1) volgen de resultaten van het onderzoek. Eerst volgen de enquêteresultaten gerelateerd aan werk (hoofdstuk 2). Vervolgens volgen de expertpool resultaten, opgedeeld in 5 hoofdstukken: 3. Ervaringen van asielstatushouders met werk en inburgering: motivatie en kwetsbaarheid; 4. Tussen werken en inburgeren onder druk: wat maakt het combineren moeilijk of mogelijk; 5. Systematische knelpunten die de combinatie van werk en inburgering beïnvloeden; 6. Hoe werk en taalontwikkeling elkaar beïnvloeden 7. Gewenste ondersteuning bij het combineren van werk en inburgering. Tot slot volgen er verschillende bijlagen.

Wanneer wij spreken over inburgeraars, asielstatushouders of gezinsmigranten, betreft dit de groep die heeft deelgenomen aan de enquête of de expertpool. Dit is niet representatief voor de totale groep inburgeraars in Utrecht.