3. Bezit en gebruik vervoerwijzen
We willen graag dat iedereen gezond en prettig kan wonen en werken in de groeiende stad. In Utrecht geven we daarom voorrang aan schone manieren van vervoer die weinig ruimte innemen: lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelvervoer. Dit hoofdstuk bevat cijfers over het bezit en gebruik van verschillende vervoerwijzen.
3.1 Autobezit
Aantal geregistreerde personenauto's
Sinds dit jaar hebben we data van het CBS dat inzicht geeft in het aantal personenauto's dat zakelijk geleased wordt, op voorwaarde dat zij ook privé gebruikt worden, en er dus bijtelling betaald wordt. Deze aantallen waren eerder niet in beeld, en leveren nu een beter beeld op van het totale aantal personenauto's in Utrecht. Deze data is door CBS op aanvraag samengesteld, ook voor o.a. de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Eindhoven.
Op 1 januari 2026 waren er 127.259 personenauto's in de gemeente Utrecht geregistreerd, waarvan 14.303 zakelijke lease (11,2%). Vergeleken met een jaar eerder zijn er 1.175 personenauto's bijgekomen (+0,9%). Dit is het resultaat van een groei van het aantal particuliere personenauto's (+1.656, +1,5%), en een daling van het aantal zakelijke lease personenauto's (-481, -3,3%). Deze trend is al langer zichtbaar: in totaal neemt het aantal personenauto's toe, waarbij het aantal particuliere personenauto's sterker toeneemt, terwijl het aantal zakelijke lease personenauto's langzaam afneemt. Daarmee is het aandeel zakelijke lease tussen 2019 en 2026 gedaald van 13,4% naar 11,2%.
Autobezit per 1.000 inwoners, per wijk en subwijk
Het autobezit per 1.000 inwoners schommelt de laatste jaren. Tijdens de coronajaren steeg het autobezit, en nam daarna weer af. Maar sinds 2024 stijgt het autobezit opnieuw, van 332 per 1.000 inwoners begin 2024, naar 337 per 1.000 inwoners begin 2026.
Tussen de wijken zijn er grote verschillen in autobezit. Dit is het hoogst in Vleuten-De Meern (477 per 1.000 inwoners) en Leidsche Rijn (396), en het laagst in Binnenstad (200) en Oost (262). Ook op subwijkniveau is dit terug te zien, met het hoogste autobezit in Rijnenburg (651), Vleuten, Haarzuilens (498), De Meern (485) en Veldhuizen, Vleuterweide (464), en het laagste autobezit in Binnenstad city- en winkelgebied (151), Binnenstad woongebied (228), Wilhelminapark, Rijnsweerd (250), Abstede, Gansstraat (255) en Lombok, Leidseweg (270). Algemeen is het beeld zichtbaar dat subwijken dichtbij de binnenstad een lager autobezit hebben en subwijken richting de randen van Utrecht een hoger autobezit. Uitzondering is het lagere autobezit aan de oostelijke rand van Utrecht, wat (deels) verklaard kan worden door het hoge aantal studenten aan die kant van de stad.
De trends in autobezit verschillen per wijk. Na de coronajaren daalde het autobezit per 1.000 inwoners in alle wijken, behalve in Overvecht. In veel wijken boog deze daling om in een stijging, met de sterkste stijging in Overvecht, gevolgd door Zuidwest. Uitzonderingen zijn Binnenstad met een daling vanaf 2022, en Leidsche Rijn met een daling vanaf 2024.
Autobezit in vergelijking met andere steden
Op 1 januari 2026 waren er in Utrecht 337 particuliere personenauto's per 1.000 inwoners. Dat is hoger (+0,6%) dan in 2025 (335). Ook in de andere G5-steden nam het aantal personenauto's 1.000 inwoners iets toe (+0,5% in Den Haag tot +1,2% in Rotterdam), nadat ook daar het autobezit daalde in de eerste jaren na corona. Uitzondering is Amsterdam, waar het autobezit afgelopen jaar daalde van 259 naar 258 (-0,4%).
Ten opzichte van 2019, is het autobezit per 1.000 inwoners in Utrecht toegenomen (+0,3%). In Amsterdam nam het autobezit in die periode af (-4,8%). In Eindhoven bleef het autobezit gelijk, en in Den Haag (+1,3%) en Rotterdam (+3,7%) nam dit toe. Het huidige autobezit per 1.000 inwoners is in Utrecht met 337 hoger dan in Amsterdam (258) en Den Haag (332), en lager dan in Rotterdam (354) en Eindhoven (427).
Aandeel huishoudens met 0, 1 en 2 of meer auto's
Het aandeel Utrechters zonder auto in het huishouden is afgenomen van 36% in 2023 naar 34% in 2025. In de jaren daarvoor schommelde dit percentage, met ook in 2013 als resultaat 34%.
50% van de Utrechters heeft één auto in het huishouden, net als in 2019. Het aandeel Utrechters dat twee of meer personenauto's heeft binnen het huishouden is 16%.
3.2 Bezit fiets, brom/snorfiets en brommobiel
Fietsbezit
Negen op de tien Utrechters heeft minimaal één eigen fiets in 2025, net als in 2023. Driekwart (78%) heeft een niet-elektrische fiets. Een kwart (24%) heeft een elektrische fiets, in 2023 was dat nog 19%. Utrecht volgt hierin de landelijke trend waarbij elektrisch fietsverkeer toeneemt (Mobiliteitsbeeld 2025, KiM). Eén op de tien Utrechters (10%) heeft geen eigen fiets.
In de wijken Oost en Noordoost is het aandeel inwoners met een eigen fiets het hoogst (beide 96%). In Overvecht (78%) is het eigen fietsbezit het laagst, vooral in de subwijken Zambesidreef, Tigrisdreef (28% zonder fiets) en Taagdreef, Wolgadreef (25% zonder fiets). Ook in de subwijk Kanaleneiland zijn er relatief veel mensen zonder eigen fiets (24%).
Inwoners die slecht of precies kunnen leven van hun inkomen hebben relatief minder vaak een eigen fiets (resp. 75% en 83%). Verder bezitten inwoners zonder startkwalificatie en havo/vwo/mbo-2, 3, 4-opgeleiden relatief minder vaak een fiets (resp. 69% en 83%) dan hbo/wo-opgeleiden (95%).
In 2025 hebben we 1.158 fietsen uitgegeven aan inwoners met een U-pas in het kader van de fietsdeals.
Brom/snorfietsbezit
Sinds 2021 neemt het aantal in Utrecht geregistreerde bromfietsen toe. Op 1 januari 2026 waren er 6.046 bromfietsen, dat zijn er 91 meer dan in 2025 (+1,5%). Per 1.000 inwoners zijn dat 16,0 bromfietsen, dat is 0,2 meer dan in 2025. Het aantal bromfietsen is dus harder gegroeid dan het aantal inwoners, maar de groei van de laatste jaren lijkt wel langzaam te stagneren.
Het aantal snorfietsen neemt in Utrecht sinds 2021 juist af. Op 1 januari 2026 waren er 5.656 snorfietsen, dat zijn er 866 minder dan in 2025 (-13%). Per 1.000 inwoners zijn dat 15,0 snorfietsen, dat is 2,4 minder dan in 2025. Het aantal snorfietsen daalt daarmee harder dan dat het aantal bromfietsen stijgt. Ook zijn er voor het eerst meer bromfietsen dan snorfietsen in Utrecht geregistreerd.
Ook landelijk en in de andere grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag is het aantal bromfietsen per 1.000 inwoners toegenomen. Landelijk (29,7) en in Amsterdam (32,8), Den Haag (21,9) en Rotterdam (21,1) zijn meer bromfietsen per 1.000 inwoners geregistreerd dan in Utrecht.
Andersom zien we, net als in Utrecht, dat het aantal snorfietsen ook landelijk en in de andere grote steden afneemt. Den Haag is een uitzondering met een plotse toename. Landelijk (29,5) en in Den Haag (40,3), Rotterdam (34,1) en Amsterdam (16,5) zijn meer snorfietsen per 1.000 geregistreerd dan in Utrecht.
De afname van het aantal snorfietsen is waarschijnlijk het gevolg van de invoering van de maatregel 'snorfiets naar de rijbaan' op 30 september 2021. In Amsterdam is deze maatregel in 2019 ingevoerd, waarna het aantal snorfietsen daar ook is afgenomen. Ook de landelijke invoering van de helmplicht op 1 januari 2022 heeft waarschijnlijk bijgedragen aan de afname.
Brommobielbezit
Het aantal in Utrecht geregistreerde brommobielen neemt sinds 2023 langzaam toe. Op 1 januari 2026 waren dit er 223. Dit zijn er 54 meer dan een jaar eerder (+32%). Per 1.000 inwoners zijn dat 0,59 brommobielen, een jaar eerder waren dat er 0,45. Het aantal brommobielen groeit dus harder dan het aantal inwoners, en het laatste jaar is de groei sterker dan de jaren ervoor.
Ook landelijk en in Rotterdam en Den Haag is het aantal brommobielen per 1.000 inwoners iets toegenomen. Amsterdam valt op met een veel sterkere groei. Landelijk (1,50) en in Amsterdam (4,80), Rotterdam (0,80) en Den Haag (0,72) zijn meer brommobielen per 1.000 inwoners geregistreerd dan in Utrecht.
3.3 Modal split
Verplaatsingen binnen Utrecht
De fiets is de meest gebruikte vervoerwijze voor verplaatsingen binnen Utrecht. In 2024 werd voor 47% van de interne verplaatsingen gekozen voor de fiets. Vanwege een methodebreuk kunnen de cijfers van 2024 niet vergeleken worden met de cijfers van de jaren ervoor.
In de coronajaren was een verschuiving te zien van fiets en openbaar vervoer naar lopen. Na de coronajaren nam het aandeel lopen weer af, maar bleef wel hoger dan voor corona. In 2024 werd 33% van de interne verplaatsingen te voet gedaan.
15% van de interne verplaatsingen werd in 2024 met de auto gedaan. Dit kan niet vergeleken worden met de cijfers van de jaren ervoor. Wel is te zien dat dit aandeel daalde tussen 2011 en 2017, en ongeveer gelijk bleef tussen 2019 en 2023.
Het percentage van de verplaatsingen binnen Utrecht dat met het openbaar vervoer is gedaan, is met 4% een stuk lager dan de percentages van de andere vervoerwijzen.
Verschillen per dagtype
De vervoerwijzekeuze voor verplaatsingen binnen de gemeente Utrecht, is op werkdagen anders dan op weekenddagen. Op werkdagen is het aandeel fiets hoger (48,8% tegenover 42,4% op weekenddagen), terwijl het aandeel op werkdagen lager is voor lopen (31,9% tegenover 34,8%) en auto (13,6% tegenover 17,7%).
Verplaatsingen van en naar Utrecht
De auto is de meest gebruikte vervoerwijze voor verplaatsingen van en naar Utrecht. In 2024 werd voor 54% van de externe verplaatsingen gekozen voor de auto. Ook in eerdere jaren werd vooral de auto gebruikt bij verplaatsingen van en naar Utrecht.
Als gevolg van de coronamaatregelen nam het gebruik van het openbaar vervoer in 2020 en 2021 sterk af. Er was een verschuiving te zien van openbaar vervoer naar vooral de auto. Deze ontwikkeling is gekeerd. Het openbaar vervoer was in 2024 goed voor 34% van de verplaatsingen van en naar Utrecht.
De fiets werd in 2024 gebruikt voor 9% van de verplaatsingen die de gemeentegrens passeerden.
Verschillen per dagtype en tussen inwoners en bezoekers
Net als bij verplaatsingen binnen Utrecht, geldt ook voor verplaatsingen van en naar Utrecht dat op werkdagen relatief meer gebruikt wordt gemaakt van de fiets, en minder van de auto, dan op weekenddagen. Ook het openbaar vervoer wordt op werkdagen relatief vaker gekozen. Wel blijft de auto ook op werkdagen de meest gekozen vervoerwijze voor verplaatsingen van en naar Utrecht.
Verschillen tussen inwoners en bezoekers zijn er zowel op werkdagen als op weekenddagen. Op werkdagen gebruiken inwoners voor verplaatsingen van en naar Utrecht relatief vaker de auto en de fiets dan bezoekers, terwijl bezoekers vaker voor het openbaar vervoer kiezen. Op weekenddagen kiezen inwoners voor verplaatsingen van en naar Utrecht relatief vaker voor de fiets, terwijl bezoekers relatief vaker voor de auto en het openbaar vervoer kiezen.
3.4 Aantal motorvoertuigen van en naar Utrecht
De laatste twee jaar is er geen significante toename van het aantal motorvoertuigen dat het gebied omringd door de snelwegen (A2, A12 en A27) en de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) in- en uitrijdt. Het aantal motorvoertuigen blijft daarmee lager dan in 2019, het jaar voor corona. Toen lagen de intensiteiten 5% hoger.
Ook voor het gebied ten westen van de A2 en ten noorden van de A12 (Leidsche Rijn, en Vleuten-De Meern) volgen we de aantallen in- en uitgaande motorvoertuigen. Dit gebied wordt apart bepaald, omdat de A2 er tussen ligt. We zien in dit gebied in 2025 ook geen significantie toename, in 2024 was er wel een toename van 2% te zien. Ten opzichte van 2019 rijdt er in 2025 1% meer verkeer.
Verdeling over de werkdagen
Voor het aantal motorvoertuigen dat naar het gebied rijdt dat omringd wordt door de snelwegen (A2, A12 en A27) en de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU), hebben we gekeken naar hoe de verdeling over de werkdagen is, en of die verschilt tussen 2019 en 2025. Uit onderstaande grafiek blijkt dat de donderdag de drukste dag is, en dat de maandag en vrijdag iets rustiger zijn. De verschillen zijn wel klein. Ook is de verdeling over de dagen in 2025 nagenoeg gelijk aan die van 2019. Het aantal motorvoertuigen dat in 2025 dit gebied in- en uitrijdt, is dus op alle dagen van de week ongeveer evenveel gedaald ten opzichte van 2019.
3.5 Aantal fietsers
Met de groei van de stad, neemt ook het aantal fietsers toe. De ontwikkeling van het aantal fietsers verschilt sterk per locatie. De grootste groei zien we tussen Utrecht en Leidsche Rijn. In 2025 nam het aantal fietsers toe naar 28.200 op een gemiddelde werkdag. Dat zijn er 2.500 meer dan in 2024 (+10%) en ruim 10.000 meer dan in 2019 (+59%). Het aantal inwoners in de wijken Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern is tussen 1 januari 2019 en 1 januari 2026 toegenomen met resp. 33% en 5%.
Het aantal fietsers tussen Utrecht en Utrecht Science Park (USP) is in 2025 gelijk aan 2024, met op een gemiddelde werkdag 19.700 fietsers. Vergeleken met 2019 is het aantal fietsers afgenomen met 4.400 (-18%). Een verklaring hiervoor is dat thuiswerken en -studeren vaker voorkomen dan voor corona, en dit een veelgebruikte route is voor studenten en werknemers. Ook is het OV-gebruik naar het USP toegenomen ten opzichte van 2019.
3.6 Aantal openbaar vervoer gebruikers
Treinstations
In 2025 groeide het aantal in- en uitstappers van de trein met 2,9% naar 214.700 per gemiddelde werkdag. Deze groei is gelijk aan die in de G4 excl. Utrecht, en hoger dan het landelijk gemiddelde (+1,8%). Utrecht Centraal groeide met 2,5% naar 179.500 in- en uitstappers. 84% van alle reizigers in Utrecht stapten in of uit op dit station, in 2015 was dat nog 89%.
Voor corona groeide het aantal in- en uitstappers van de trein hard, tot 245.300 in 2019. Na de coronajaren steeg het aantal treinreizigers opnieuw, maar niet tot de aantallen van 2019. In 2025 ligt het aantal in- en uitstappers nog ongeveer 10% lager dan in 2019.
Bus en tram
Van de groei van het aantal bus- en tram in- en uitstappers, zijn er voor 2025 alleen cijfers voor Utrecht beschikbaar. Ook zijn die er alleen tot half december, het moment waarop de nieuwe vervoersconcessie is gestart. In vergelijking met dezelfde periode in 2024 was een toename zichtbaar van 1%. De reizigersgroei vlakt daarmee verder af. Per jaar zijn er daarmee ongeveer 37 miljoen in- en uitstappers. Dat is ongeveer 4% minder dan in 2019, voor corona.
In 2022, 2023 en 2024 was de groei in Utrecht kleiner dan in andere G4-steden en in Nederland als geheel. In 2023 kwam dat deels door stakingen.
3.7 Verplaatsingen naar economische kerngebieden
In onderstaande figuur staat de vervoerwijze verdeling van de verplaatsingen per economisch kerngebied. Het aantal motorvoertuigen en fietsers is bepaald door aan de randen van elk gebied te tellen. Voor het OV is naar het aantal in- en uitstappers in de gebieden gekeken.
We zien grote verschillen tussen gebieden, die vooral worden veroorzaakt door de nabijheid van voorzieningen, infrastructuur, functies in het gebied, woningtypes, inwonerskenmerken en de ligging ten opzichte van de rest van de gemeente en omgeving. Zo is in gebieden met goede OV-voorzieningen, zoals Binnenstad en USP, het aandeel OV hoger dan in andere gebieden. Gebieden als Lageweide, Papendorp, Rijnvliet en Overvecht hebben een veel hoger auto aandeel, door een combinatie van de ligging, verminderde bereikbaarheid per fiets en OV, en andere inwonerskarakteristieken (meer autobezit bijvoorbeeld in Rijnvliet, of minder fietsbezit in Overvecht).
Ontwikkeling vervoerwijze verdeling per gebied
In de figuren hieronder is per gebied de ontwikkeling te zien sinds start van de metingen. Omdat in Overvecht pas vanaf 2025 is gemeten, is deze hier nu niet opgenomen als aparte grafiek.
Als gevolg van de coronamaatregelen is het aandeel OV in alle gebieden gedaald in 2020 en 2021, met in 2022 en 2023 een herstel richting het percentage van voor corona. De aandelen fiets en motorvoertuigen nemen in veel gebieden daardoor weer iets af in die jaren. Met name in Lageweide, Papendorp en Rijnvliet is het aandeel motorvoertuigen erg hoog, dit verandert ook niet of nauwelijks sinds de start van de metingen. Alleen in Leidsche Rijn zien we de verdeling iets veranderen, daar is het aandeel auto ten opzichte van 2019 toegenomen. Wel zien we dat dat aandeel in 2025 weer wat afnam.
Ontwikkeling aantal verplaatsingen
In onderstaande figuur is de ontwikkeling te zien van het aantal verplaatsingen van/naar de gebieden, ten opzichte van 2018. Daarin is in de legenda ook het absoluut aantal verplaatsingen opgenomen, waaruit volgt dat het gebied Binnenstad verreweg de meeste verplaatsingen kent.
Leidsche Rijn Centrum kent de grootste groei, door de ruimtelijke ontwikkeling. Dit geldt ook voor Rijnvliet. In Lageweide is nauwelijks groei te zien en in het Utrecht Science Park zelfs een afname. Dit komt waarschijnlijk door meer thuiswerken en online colleges voor studenten.
3.8 Conclusies
Met de groei van het aantal inwoners neemt het aantal personenauto's toe
Het aantal personenauto’s per 1.000 inwoners vertoont de afgelopen jaren lichte schommelingen, met een stijging in de coronajaren, een afname daarna, en weer stijgingen sinds 2024. Op 1 januari 2026 waren er 337 geregistreerde auto's per 1.000 inwoners. Gevolg van de toename van autobezit is dat er meer behoefte is aan parkeerruimte en autobezit leidt ook tot autogebruik. In Vleuten-De Meern is het autobezit het hoogst en neemt het toe, gevolgd door Leidsche Rijn, waar het juist afneemt. Binnenstad kent het laagste autobezit, gevolgd door Oost, waarbij alleen in de Binnenstad het autobezit nog verder afneemt. Ook het aantal bromfietsen neemt toe, terwijl het aantal snorfietsen afneemt sinds de populariteit van de snorfiets is gedaald na de landelijke helmplicht (ingevoerd in 2022) en doordat in een deel van Utrecht de snorfiets op de rijbaan moet rijden.
Binnen Utrecht wordt vooral de fiets gebruikt, van/naar Utrecht vooral de auto
Cijfers over de modal split zijn beschikbaar tot en met 2024. Vanwege een methodebreuk kunnen de cijfers van 2024 niet vergeleken worden met de cijfers van de jaren ervoor. Voor verplaatsingen binnen Utrecht is de fiets de meest gebruikte vervoerwijze is (47%), gevolgd door lopen (33%). Dit bevestigt het belang van blijven investeren in een aantrekkelijke en veilige fiets- en loopomgeving. De auto is de meest gebruikte vervoerwijze voor verplaatsingen van en naar Utrecht (54% in 2024), gevolgd door het openbaar vervoer (34%).
Geen groei autoverkeer van/naar Utrecht
We zien dat de groei van Utrecht zich tot nu toe niet ‘vertaalt’ naar extra autoverkeer van en naar de stad (gebied binnen de ring A2/A12/NRU). De laatste drie jaar is het aantal motorvoertuigen dat van en naar Utrecht rijdt stabiel. Vergeleken met de jaren voor corona rijden er 5% minder motorvoertuigen, ook al is het aantal inwoners toegenomen (+7% ten opzichte van 2019). Ook zien we in 2025 geen toename van het aantal motorvoertuigen van en naar Leidsche Rijn/Vleuten-De Meern ten opzichte van 2024. Vergeleken met 2019 rijdt er in 2025 1% meer verkeer. In dit gebied zijn relatief veel woningen toegevoegd, veel meer dan de toename van 1% in motorvoertuigbewegingen. Dit komt niet alleen door maatregelen als invoering betaald parkeren en herinrichting van straten en wegen, maar ook doordat thuiswerken sinds corona vaker voorkomt, en mensen die verder weg wonen vaker thuiswerken dan mensen die dichtbij wonen.
Groei OV vlakt af
Het effect van meer thuiswerken zien we ook terug in het openbaar vervoer. De groei die we na de coronajaren zagen, vlakt af. In 2024 nam het aantal reizigers in bussen en trams met 4% toe, in 2025 met 1%. Het aantal bus- en tramreizigers is ongeveer 4% lager dan voor corona. Het aantal in- en uitstappers in de trein nam ook toe in 2025 (+3%), maar er zijn nog ongeveer 10% minder in- en uitstappers in de trein dan voor corona.