7. Anders reizen
Met de inzet op anders reizen willen we inwoners en bezoekers stimuleren om waar mogelijk minder te reizen, op een ander tijdstip te reizen en/of met een duurzaam vervoermiddel. Dit met als doel om zo de drukte op het wegennet, op Utrecht Centraal en in het openbaar vervoer te verminderen en/of beter over de dag te spreiden, de uitstoot van luchtverontreiniging en geluid te beperken en de stad aantrekkelijker te maken en bereikbaar te houden. Samen met medeoverheden, werkgevers, onderwijsinstellingen, publiekstrekkers en aanbieders van mobiliteitsdiensten in de stad en regio zetten we ons in om inwoners én bezoekers te verleiden tot duurzame mobiliteitskeuzes.
Dit hoofdstuk gaat in op de verdeling van het verkeer over de dag, het aanbod en gebruik van deelvervoer, het bezit en gebruik van elektrische motorvoertuigen en het aantal elektrische laadpunten in de stad. Deze indicatoren geven een beeld van in hoeverre er meer gebruik gemaakt wordt van duurzame vervoersmiddelen en of er meer buiten de spits gereisd wordt.
Ook goederenvervoer is opgenomen in dit hoofdstuk. We volgen in de milieuzone of het lukt om het aantal verplaatsingen en de uitstoot te beperken. Door het goederenvervoer anders te organiseren trachten we hiermee bij te dragen aan het vergroten van de leefbaarheid.
7.1 Verdeling mobiliteit over de dag
Motorvoertuigen
In de spits wordt het wegennet zwaar belast. Maatregelen zijn er op gericht om verkeer beter te spreiden over de dag (spitsmijden). Als gevolg van de coronamaatregelen is de verdeling over de dag licht gewijzigd sinds 2020. In 2022 zien we dat vooral de ochtendspits lager is dan voor corona, terwijl de avondspits en nagenoeg gelijk is gebleven.
In 2025 is de ochtendspits gelijk aan 2022, iets minder dan in 2024. Met name in de daluren, tussen 09.00 en 16.00 zien we in verhouding meer verkeer dan voor corona. Ook in 2025 nam dit aandeel met 0,2% toe. Naar verhouding rijdt er nu in de daluren 2% meer verkeer. In 2025 zien we dat het aandeel avond/nacht nagenoeg gelijk is gebleven aan het jaar ervoor en op een vergelijkbaar niveau ligt met de periode voor Corona.
Openbaar vervoer
Ook de bussen en trams worden in de spitsen zwaar belast. In 2017-2019 reisde op werkdagen gemiddeld 37% van de bus- en tramreizigers in de spitsen, tussen deze jaren zijn de verschillen erg klein.
Vanaf 2020 is de verdeling licht veranderd als gevolg van de coronamaatregelen en het daarna toegenomen thuiswerken. Voor corona stapte 18,6% van de reizigers in de ochtendspits in. In 2021 was dat gedaald naar 15,7% en in 2023 naar 15,2%. In 2025 is dit 15,6% en daarmee ontstaat een beeld van een structureel lager aandeel gebruikers in de ochtendspits.
In de avondspits wordt het OV het zwaarst belast. Dit percentage is de laatste jaren iets aan het stijgen, naar 19,1% in 2025 en daarmee iets hoger dan voor Corona.
Het aandeel dat 's avonds en 's nachts reist is in 2025 weer ongeveer gelijk aan de jaren voor corona, in de jaren 2022 en 2023 was hierin nog een toename te zien. Wel zien we dat het aandeel dat tussen de spitsen reist structureel hoger ligt dan voor 2020. In 2025 ligt dit bijna 2 procentpunt hoger dan in 2017 - 2019.
Fiets
Tussen Utrecht en Leidsche Rijn fietsten in 2025 dagelijks gemiddeld ruim 28.000 fietsers via de drie bruggen (Hogeweidebrug, De Meernbrug en Dafne Schippersbrug). Hiervan reed 20% in de ochtend- en ook 20% in de avondspits. In 2024 was dit (afgerond) ook 20% in beide spitsen.
In de coronajaren was het aandeel fietsers dat in de ochtendspits rijdt lager (18%). Vervolgens nam het aandeel in de ochtendspits toe, maar vergeleken met 2017-2019, de jaren voor corona, is het aandeel fietsers dat in de ochtendspits rijdt drie tot vier procentpunt kleiner. Het thuiswerken heeft vooral invloed op het aandeel in de ochtendspits. Het aandeel fietsers dat in de avondspits rijdt, is redelijk stabiel op 19 à 20%.
Tussen Utrecht en het Utrecht Science Park fietsten in 2025 dagelijks gemiddeld 19.700 fietsers via de Archimedeslaan en de Weg tot de Wetenschap. Hiervan reed 18% in de ochtend- en 22% in de avondspits. In 2024 waren deze aandelen (afgerond) even groot.
In de coronajaren nam het aandeel fietsers in de ochtendspits af, maar minder sterk als bij de relatie Utrecht-Leidsche Rijn. Het aandeel dat in de ochtendspits rijdt is nu iets kleiner (afgerond één procentpunt) dan in 2017-2019. Het aandeel dat in de avondspits fietst, is langzaam aan het toenemen. In de jaren voor corona was dit afgerond 21%. Vergeleken met de jaren vóór corona rijden er nu relatief minder fietsers in de ochtendspits.
7.2 Aantal deelauto's en gebruik
Utrecht heeft 257 commerciële deelauto’s per 100.000 inwoners in 2025. Utrecht staat hiermee binnen Nederland op de tweede plek, na Amsterdam. Dit aantal is bijna even hoog als in 2023 (266 deelauto's per 100.000 inwoners). Daarmee is de daling in 2024 (naar 221 deelauto's per 100.000 inwoners) bijna volledig hersteld in 2025. De afname in 2024 was een landelijke trend: deelauto-aanbieders zochten de balans tussen voldoende auto’s om te zorgen dat mensen niet misgrijpen, maar geen overschot aan deelauto’s die weinig/niet gebruikt werden. Vanwege stijgende kosten, werden er daardoor meer niet-renderende deelauto's weggehaald dan voorheen. Het absolute aantal commerciële deelauto’s dat aangeboden wordt door marktpartijen in Utrecht in 2025 is 960. In Amsterdam zijn het er 2.872, in Rotterdam 659 en in Den Haag 576.
Naast de 960 deelauto's die met een app te openen zijn, zijn er 63 particuliere deelauto's die in 2025 minstens 10 keer zijn gebruikt met een fysieke sleuteloverdracht. Verder zijn er in 2026 (peildatum 1 maart) 256 particuliere autodeelvergunningen uitgegeven. Een jaar eerder waren dat er nog 212. Het invoeren van betaald parkeren in een aantal gebieden is mogelijk een verklaring.
In 2025 gebruikte bij 32% van de Utrechters iemand uit het huishouden een deelauto en/of een auto van familie, vrienden, kennissen of buren (alle vormen deelautogebruik samen). Dat is een toename ten opzichte van 2023, toen bij 29% van de Utrechters iemand gebruik maakte van een deelauto. Dit gebeurde vooral (23%) informeel via familie of vrienden (21% in 2023). Bij 14% van de Utrechters gebruikte iemand uit het huishouden een deelauto via een (commerciële) organisatie zoals Greenwheels (13% in 2023), en bij 5% via een website met bewonersaanbod, zoals Snappcar (gelijk aan 2023). Er is ook gebruik gemaakt van deelauto’s via een autodeelgroep, maar afgerond blijft dat nog 0%.
In de Binnenstad, West en Noordoost (20%) is het gebruik van commerciële deelauto's relatief hoog. In Oost (35%) en Binnenstad (31%) wordt relatief vaak een auto gebruikt van familie/vrienden. Het laagst is het deelautogebruik in Vleuten-De Meern (5% heeft een commerciële deelauto en 12% een auto van familie/vrienden gebruikt). In die wijk is het autobezit het grootst.
*Dit zijn de cijfers volgens de oude deelauto-definitie van het CROW, waarbij P2P deelauto's met fysieke sleuteloverdracht niet werden meegenomen. De cijfers van 2025 zijn door het CROW volgens de nieuwe definitie gepubliceerd (dat is inclusief P2P deelauto's met minstens 10 keer een fysieke sleuteloverdracht), maar voor de vergelijking met eerdere jaren, is hier voor de cijfers volgens de oude definitie gekozen.
7.3 Aantal deelfietsen en gebruik
Elektrische deelbakfietsen en hubs
Op vaste plekken verspreid in Utrecht staan sinds de zomer van 2021 elektrische deelbakfietsen van Cargoroo. Het aanbod nam toe van 100 eind 2021 naar 160-195 in 2023 en 2024, met ook een stijgend gebruik, tot het faillissement van Cargoroo eind 2024. Na de doorstart in augustus 2025 met Moby als aanbieder, stijgt het aanbod en gebruik, maar beide zitten nog onder het niveau van 2024. Het gebruik per beschikbare bakfiets was eind 2025 wel vergelijkbaar met 2024.
In 2025 maakte bij 6% van de Utrechters iemand van het huishouden gebruik van een elektrische deelbakfiets. Gedurende 2025 is er tijdelijk geen aanbod geweest van deelbakfietsen. Mogelijk dat dat de lichte afname verklaart van het deelbakfietsgebruik (7% in 2023). Inwoners van Vleuten-De Meern gebruiken minder vaak een deelbakfiets (2%), net als inwoners van Overvecht (3%) en Leidsche Rijn (4%). In West (10%) wordt vaker een deelbakfiets gebruikt dan gemiddeld, net als in Binnenstad (9%). Vooral 30 t/m 54-jarigen gebruiken de deelbakfiets (10%).
In Utrecht hebben we op verschillende locaties fysieke hubs: plekken met meerdere soorten deelvervoer bij elkaar. In 2025 zijn er nieuwe hubs gerealiseerd op zes locaties, namelijk bij de stations: Vleuten, Terwijde, Leidsche Rijn, Zuilen, Lunetten en Overvecht (zuidzijde). Eind 2025 waren er 27 hubs.
Elektrische deelfiets
Op een groot aantal vaste plekken in Utrecht staan elektrische deelfietsen. Dit waren er in 2025 ongeveer 1.000, net als de 2 jaren ervoor. Dit aantal liep in december 2025 wel terug vanwege de aflopende concessie met Dott als aanbieder. Het gebruik van de elektrische deelfietsen nam toe, tot 566.000 ritten in 2025. In 2024 waren dat er nog 485.000. Een rit duurt gemiddeld 12 minuten.
Na afloop van de concessie met Dott als aanbieder, staan er sinds begin 2026 elektrische deelfietsen van Lime in Utrecht. Dit is onderdeel van een gezamenlijk initiatief van de provincie Utrecht en de gemeenten Utrecht, Bunnik, De Bilt, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Vijfheerenlanden, Woerden en Zeist. De elektrische deelfietsen van Lime zijn in al deze gemeenten te gebruiken, en kunnen dus over de gemeentegrenzen heen worden gebruikt. Het aanbod in de gemeente Utrecht zelf is met ongeveer 1.000 deelfietsen vergelijkbaar aan het aanbod van Tier/Dott in de afgelopen jaren.
In 2025 maakte bij 11% van de Utrechters iemand van het huishouden gebruik van een elektrische deelfiets (Tier, Dott) (evenveel als in 2023). Inwoners van Vleuten-De Meern (7%), Overvecht en Zuid (beide 9%) maken minder gebruik van de elektrische deelfietsen. In Noordwest (16%), West en Oost (beide 14%) gebruiken inwoners juist vaker een deelfiets. Verder zien we ook verschillen als we naar leeftijden kijken, waarbij de elektrische deelfiets meer gebruikt worden door 18 t/m 29-jarigen (22%) en de elektrische deelbakfiets voornamelijk door 30 t/m 54-jarigen (10%).
OV-fiets
In Utrecht is er een structureel aanbod van ongeveer 2000-2500 OV-fietsen, verspreid over verschillende (OV)-locaties in Utrecht, maar voornamelijk rondom Utrecht Centraal. In de loop van 2025 zijn er 150 OV-fietsen rondom Utrecht Centraal bijgeplaatst.
In 2025 werden in totaal ruim 776.000 ritten* gemaakt. Dit is lager dan de jaren ervoor. Ook in 2024 was het aantal ritten lager dan in 2023. De reden hiervoor is de tijdelijke sluiting van de fietsenstalling Jaarbeursplein. Door scheurtjes in de constructie, was deze fietsenstalling tussen half oktober 2024 en eind februari 2025 gesloten. De OV-fietsen van deze stalling zijn gedeeltelijk, voor zover de capaciteit dat toeliet, verplaatst naar de andere stallingen rondom Utrecht Centraal. Een klein deel ging naar de stalling Stationsplein, en een groot deel naar de stalling Knoop. In totaal nam het aanbod OV-fietsen rond Utrecht Centraal wel af. Daardoor daalde het totaal aantal OV-fietsritten in zowel 2024 als 2025.
De OV-fiets is de meest gebruikte deelfietsvorm onder bewoners van Utrecht. Net als in 2023 maakte in 2025 bij 36% van de Utrechters iemand van het huishouden gebruik van een OV-fiets. Inwoners van Vleuten-De Meern (14%) en Overvecht (21%) maken minder gebruik van de OV-fiets. Inwoners van Oost (50%), West en Binnenstad (beide 49%) wat meer. Verder zien we ook verschillen als we naar leeftijden kijken, de OV-fiets wordt meer gebruikt door 18 t/m 29-jarigen (57%).
* Ritten: dit zijn het aantal verhuringen van maximaal 24 uur. Wanneer een verhuring langer dan 24 uur duurt, wordt het aantal ritten opgehoogd met 1 per 24 uur. Een verhuring van bijvoorbeeld 60 uur, telt dus als 3 ritten.
7.4 Aantal elektrische (motor)voertuigen
Het aantal elektrische personenauto's is tussen 2025 en 2026 (peildatum 1 januari) met 15% gegroeid, van 12.600 naar 14.500. Het aantal plug-in hybride voertuigen ligt lager, maar is wel met 30% gestegen, van 5.600 naar 7.200.
Het aantal speedpedelecs en elektrische bromfietsen neemt al jaren toe, tot 598 speed pedelecs en 480 elektrische bromfietsen begin 2026. Het aantal elektrische snorfietsen is langzaam aan het dalen, tot 488 begin 2026. De helmplicht en het verplaatsen van de snorfietsen naar de rijbaan zijn mogelijke verklaringen hiervoor.
Ruim 1 op de 10 inwoners (13%) heeft een elektrische auto in het huishouden. Dit aandeel is in 2025 ruim drie keer zo groot als in 2019 (4%). Daarnaast heeft 24% van de Utrechters een elektrische fiets. In 2023 was dit nog 19%.
In de grafiek hieronder is te zien dat het aandeel inwoners met één of meer elektrische personenauto's binnen het huishouden in Leidsche Rijn (26%) en Vleuten-De Meern (21%) hoger is dan gemiddeld in Utrecht (13%). In de subwijk Vleuten, Haarzuilens is dit aandeel het hoogst, hier hebben bijna drie van de tien inwoners een elektrische auto in het huishouden (29%). In de wijken Overvecht en Binnenstad (beide 7%) is dit aandeel lager.
*De cijfers van 2026 zijn voorlopig, omdat de provinciecijfers nog niet definitief zijn. De gemeentelijke cijfers worden volgend jaar bijgesteld o.b.v. de definitieve provinciecijfers.
**Er is een herverdeling gemaakt om o.a. leasevoertuigen zo goed als mogelijk te koppelen aan de woonplaats van de gebruiker i.p.v. het bedrijf. De gemeentelijke cijfers zijn modelmatig geschat o.b.v. de cijfers per provincie.
***Inclusief leaseauto of auto van de zaak waar iemand privé gebruik van maakt. Sinds 2019 houden we deze enquête elke twee jaar. Cijfers van 2023 zijn niet vergelijkbaar met 2021, door afwijkende vraagstelling in 2021.
****Inclusief leaseauto of auto van de zaak waar iemand privé gebruik van maakt. Rijnenburg en Leidsche Rijn zuid hebben geen waarde door beperkt aantal respondenten.
7.5 Aantal laadpunten
De gemeente is verantwoordelijk voor de publieke laadpunten in de openbare ruimte. In 2025 groeide het aantal publieke laadpunten met 580 naar 4.802 publieke laadpunten in december 2025 (+14%).
Het aantal (semi)publieke laadpunten in Utrecht is tussen december 2019 en december 2025 sterk gegroeid van ongeveer 1.900 naar 7.200 laadpunten. Dit zijn laadpunten op publieke laadpalen en publiektoegankelijke laadpalen in parkeergarages en bij bedrijven. In 2025 zijn er 850 bijgekomen (+13%). Utrecht heeft per 1.000 inwoners 18,9 laadpunten. Dat zijn er meer dan in de drie andere grote steden: Amsterdam (17,1), Rotterdam (16,7) en Den Haag (15), peildatum december 2025.
De gemeente plaatst een nieuwe openbare laadpaal (met twee laadpunten) zodra die nodig is. Dat wordt bepaald op basis van hoe vaak de bestaande laadpalen gebruikt worden. De beschikbaarheid van laadpalen is over de hele stad op voldoende niveau. Door netcongestie kan er de komende jaren vertraging ontstaan in de plaatsing van laadpalen. Door de laadpalen netbewust te laten laden wordt de belasting van de laadpunten op het elektriciteitsnet zo veel mogelijk beperkt (Duurzaamheidsverslag gemeente Utrecht, 2025).
* Cijfers december 2025 zijn voorlopig
7.6 Schoon goederenvervoer
Van het gebied dat de milieuzone vormt meten we het aantal goederenvervoer bewegingen dat het gebied uit gaat. Daarnaast verzamelen we gegevens over de voertuigklasse, emissieklasse en brandstoftype. Deze gegevens geven inzicht in of het lukt om er voor te zorgen dat het aantal goederenvervoerverplaatsingen te verminderen en om de uitstoot van goederenvervoer te verminderen.
In de tabel hieronder is het aantal verplaatsingen op een gemiddelde werkdag weergegeven. Van elk jaar zijn de maanden februari, maart en april gebruikt. 2025 ontbreekt volledig door dataproblemen. Daarom is 2026 alvast toegevoegd.
In 2026 is het aantal verplaatsingen met 4% afgenomen ten opzichte van dezelfde periode in 2024. In 2024 was het aantal verplaatsingen nagenoeg gelijk aan 2019. De verdeling van het goederenvervoer over de categorieën bestelbusjes, kleine vrachtwagens en zware vrachtwagens is nagenoeg gelijk gebleven.
In onderstaande grafiek is de verdeling van de goederenvervoer- verplaatsingen naar de milieuzone per brandstoftype weergegeven. Duidelijk is te zien dat het overgrote deel gebruik maakt van diesel. Wel neemt elektrisch toe, naar 13% in 2026. We zien ongeveer dat de afname van het aandeel diesel de toename bij elektrisch vormt.
Bij het brandstoftype diesel en benzine is het ook relevant om naar de emissieklasse te kijken. De Euronorm 6 is op dit moment de strengste emissienorm waaraan brandstofvoertuigen met uitstoot kunnen voldoen. Voertuigen die hieraan voldoen hebben minder (schadelijke) uitstoot dan voertuigen van lagere normen, Euro 5 of lager. In 2026 was 1% van de voertuigen van de Euronorm 4 of lager. In 2024 was dit nog 8%. In de milieuzone is alleen Euro 5 of hoger toegestaan. Het aandeel Euro 5 nam ook af van 21% naar 13%. Euro 6 nam toe van 63% naar 72%.
7.7 Conclusies
Ochtendspits relatief minder zwaar belast
Vergeleken met de periode voor corona wordt er nu relatief minder in de ochtendspits gereisd. Dit is een positieve ontwikkeling en lijkt een blijvende verandering voor motorvoertuigen, fiets én openbaar vervoer. Mensen werken deels thuis en gaan soms later naar het werk of de studie om de drukte te mijden. Dit zorgt voor een lagere piekbelasting van de netwerken. Het aandeel dat in de avondspits reist, is niet afgenomen, terwijl dan het netwerk en het openbaar vervoer het zwaarst belast worden. Het aandeel motorvoertuigen dat in de avondspits rijdt, is al jaren nagenoeg gelijk. In de bus/tram en op een aantal fietspunten is het aandeel dat in de avondspits reist licht toegenomen.
Aanbod en gebruik van deelmobiliteit nemen toe
Utrecht heeft met 257 commerciële deelauto’s per 100.000 inwoners de op één na hoogste dichtheid in 2025 in Nederland, na Amsterdam. Het aantal commerciële deelauto’s in Utrecht nam in 2025 toe van 826 in 2004 naar 960 in 2025. Daarmee is de daling in 2024 bijna volledig hersteld. De afname in 2024 was een landelijke trend: deelauto-aanbieders zochten de balans tussen voldoende auto’s om te zorgen dat mensen niet misgrijpen, zonder dat er een overschot aan deelauto’s ontstaat die weinig/niet gebruikt worden.
Bij 27% van de Utrechters heeft iemand van het huishouden in 2025 gebruik gemaakt van deelmobiliteit (excl. OV-fiets en excl. lenen van een auto van buren, familie of vrienden). In 2024 was dit 25%. Tegelijkertijd neemt het aantal ritten met elektrische deelfietsen toe. Met de 1.000 elektrische fietsen werden in 2025 bijna 567.000 ritten gemaakt, 17% meer dan in 2024. Ook neemt het aantal deelbakfietsen en het gebruik ervan weer toe na de doorstart eind 2025, nadat Cargoroo eind 2024 failliet ging. Tot slot werden in 2025 bijna 800.000 verplaatsingen met OV-fietsen gemaakt. Dit is iets lager dan eerdere jaren en is te wijten aan de tijdelijke sluiting van de stalling Jaarbeursplein.
Toename elektrische voertuigen (behalve de snorfiets) en laadpalen
Het aantal in Utrecht geregistreerde elektrische personenauto's is in 2025 met 15% gegroeid naar 14.500. Het aantal plug-in hybride voertuigen is wat minder groot, maar is met 30% gestegen naar 7.200.
Het aantal speedpedelecs en elektrische bromfietsen neemt al jaren toe, tot 598 speed pedelecs (+5% in 2025) en 480 elektrische bromfietsen (+12% in 2025). Het aantal elektrische snorfietsen is langzaam aan het dalen, tot 488 (-7% in 2025). De helmplicht en het verplaatsen van de snorfietsen naar de rijbaan zijn mogelijke verklaringen hiervoor.
Het aantal (semi)publieke laadpunten nam in 2025 toe naar 850 (+13%). Utrecht heeft sinds 2020 de meeste (semi)publieke oplaadpunten per 1.000 inwoners van de G4: 18,9 (peildatum december 2025). Door netcongestie kan er de komende jaren vertraging ontstaan in de plaatsing van nieuwe laadpalen. Door de laadpalen netbewust te laten laden wordt de belasting van de laadpunten op het elektriciteitsnet zo veel mogelijk beperkt.
Ruim 1 op de 10 inwoners (13%) heeft een elektrische auto in het huishouden. Dit aandeel is in 2025 ruim drie keer zo groot als in 2019 (4%). Er zijn grote verschillen tussen de subwijken: 4% in Binnenstad city- en in Zamenhofdreef, Neckardreef tot 28% in Veldhuizen, Vleuterweide en 29% in Vleuten, Haarzuilens. Daarnaast heeft 24% van de Utrechters een elektrische fiets. In 2023 was dit nog 19%.
Goederenvervoer
In de milieuzone is het aantal verplaatsingen voor goederenvervoer afgenomen met 4% ten opzichte van 2024. Ook is het aandeel elektrisch toegenomen en is het aantal verplaatsingen met voertuigen dat niet aan de hoogste emissienorm (euro 6) voldoet afgenomen. Deze ontwikkelingen dragen bij aan het vergroten van de leefbaarheid in dit gebied. In 2025 is de zero-emissie zone ingevoerd in dit gebied. Deze maatregel draagt bij aan de toename van het aandeel elektrische verplaatsingen.