9. Slim parkeren
De stad groeit hard. Er is niet genoeg ruimte om het autogebruik mee te laten groeien. Lopen, fietsen en openbaar vervoer nemen minder ruimte in beslag dan de auto. Ruimte die we kunnen gebruiken voor groen en plekken om te spelen. Het weghalen van parkeerplaatsen en het toevoegen van mogelijkheden om fietsen te stallen helpen het aantal auto’s in de stad te beperken en stimuleren het gebruik van de fiets. In grote delen van de stad is behoefte aan meer fietsparkeerruimte.
Invoering betaald parkeren helpt bovendien om parkeeroverlast te verminderen en moedigt het gebruik van duurzame alternatieven voor de auto aan. Als het aantal auto’s op straat niet toeneemt, blijft er meer ruimte over. Bijvoorbeeld voor groen, ontspannen, spelen en duurzaam vervoer zoals wandelen, fietsen en deelvervoer. Ook neemt de drukte op de weg niet toe en verbetert de kwaliteit van de lucht. Het geld dat we ophalen met betaald parkeren, investeren we in een groene en leefbare stad.
In dit hoofdstuk staan cijfers over het aantal parkeerplekken voor auto's en fietsen, de autoparkeerdruk, het aantal verwijderde gevaarlijk en te lang gestalde fietsen en cijfers over de tevredenheid over parkeren en stallen.
9.1 Autoparkeerplaatsen
Er zijn in 2025 ter bevordering van de leefbaarheid 132 autoparkeerplaatsen opgeheven: 78 in de binnenstad en 54 in de rest van de stad.
In 2025 zijn er minder plekken opgeheven dan in 2024. Dit komt doordat veel parkeerplekken die voor 2025 gereserveerd waren, zijn doorgeschoven naar 2026. Dit komt doordat het opheffen van parkeerplaatsen afhankelijk is van bewonersinitiatieven en de voortgang van projecten.
De ambitie is dat in 2034 in de hele gemeente betaald moet worden voor het parkeren van een auto op straat, dus 100% in het jaar 2034. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling te zien sinds 2022. Eind 2025 was 43% van het parkeerareaal betaald, 6 procentpunten meer dan in 2024.
9.2 Tevredenheid autoparkeren
46% van de Utrechters vindt dat er precies genoeg autoparkeerplekken op straat zijn in de buurt van de eigen woning. Dat is vergelijkbaar met 2023 en 2021 (47%). 10% van de Utrechters vindt dat er te veel autoparkeerplekken zijn en 32% vindt het te weinig. 13% van de inwoners heeft hier geen mening over of weet het niet.
Vergeleken met twee jaar geleden vinden meer Utrechters het aantal parkeerplekken in de eigen buurt te weinig (30% in 2023). Vergeleken met vier jaar eerder is er juist een kleine afname (33% in 2021).
Het oordeel over het aantal autoparkeerplekken verschilt per wijk. In alle wijken is het aandeel inwoners dat het aantal parkeerplekken precies goed vindt het grootst, gevolgd door het aandeel dat vindt dat er te weinig plekken zijn.
Bewoners in de wijken Binnenstad, Noordoost en West vinden het aantal parkeerplaatsen relatief vaak ‘te veel’. In Vleuten-De Meern (40% - in deze wijk is het autobezit het grootst), Zuidwest en Overvecht vinden juist relatief veel inwoners dat er te weinig autoparkeerplekken zijn in de eigen buurt. In Noordoost en Binnenstad neemt het aandeel inwoners dat vindt dat er teveel parkeerplekken in de buurt zijn sinds 2021 toe. In Noordwest en Overvecht neemt juist het aandeel inwoners dat vindt dat er te weinig parkeerplekken in de buurt zijn sinds 2021 toe. In deze gebieden wordt nog betaald parkeren ingevoerd.
Subwijken met relatief veel inwoners die het aantal parkeerplekken ‘te weinig’ vinden, zijn Kanaleneiland (51%, in Kanaleneiland noord is betaald parkeren ingevoerd na deze meting) en Zuilen-noord en -oost (beide 51%, een deel van Zuilen wordt betaald parkeren in november 2026), zoals is te zien in de afbeelding hieronder. In beide subwijken is dit aandeel gegroeid.
Inwoners van Binnenstad, Noordoost en West vinden het aantal parkeerplaatsen relatief vaak ‘te veel’, vooral in Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt (23%) en Binnenstad woongebied (20%).
9.3 Autoparkeerdruk
In een groot deel van Utrecht moeten automobilisten al betalen voor het parkeren. Tot en met 2034 breiden we stapsgewijs betaald parkeren uit naar de hele gemeente. De effecten van de invoering van betaald parkeren meten we onder andere door parkeerdrukmetingen uit te voeren. De parkeerdruk is de verhouding tussen het aantal geparkeerde voertuigen en het aantal beschikbare parkeerplekken. Dit doen we in ieder geval voor en na de invoering van betaald parkeren. De parkeerdrukmetingen voor en na invoering betaald parkeren, staan hieronder op drie kaarten weergegeven. De getoonde parkeerdruk is het percentage dat hoort bij het drukste meetmoment. De gebieden zonder arcering zijn de gebieden die op dat moment (nog) niet betaald waren, de gebieden met arcering zijn dat op dat moment wel. De belangrijkste resultaten zijn onder de afbeeldingen toegelicht.
De afbeeldingen laten zien dat in alle gebieden waar betaald parkeren is ingevoerd, de gemeten parkeerdruk lager is dan in de laatste meting voor de invoering van betaald parkeren. In de subbuurt Schaepmanplein e.o. is vlak voor de invoering in mei 2025 geen meting gedaan, hier is de parkeerdruk gestegen ten opzichte van november 2022. Andersom stijgt de parkeerdruk vaak in de gebieden die grenzen aan gebieden waar net betaald parkeren is ingevoerd, dat heet het waterbedeffect. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in Kanaleneiland-Noord en -Zuid (98 -> 112 en 83 -> 95), nadat er in Transwijk in mei 2024 betaald parkeren is ingevoerd. Na de invoering van betaald parkeren in Kanaleneiland-Noord (november 2025) en -Zuid (mei 2025) daalde de parkeerdruk weer naar 91 en 80.
Het effect van invoering betaald parkeren op de parkeerdruk is alleen te bepalen in gebieden waar een parkeerdrukmeting heeft plaatsgevonden voor het waterbedeffect (dus niet grenzend aan een gebied met betaald parkeren), en waar intussen betaald parkeren is ingevoerd. Ook moeten de meetgebieden gelijk aan elkaar zijn. Dat is nu in 8 gebieden het geval. In 6 daarvan is het effect dat de parkeerdruk is gedaald: Kanaleneiland-Zuid: 83 -> 80, Kanaleneiland-Noord: 98 -> 91, Halve Maan Noord: 95 -> 88, Woonboulevard: 85 -> 70, Nieuw Hoograven Noord: 86 -> 68 en Oud Hoograven Noord: 111 -> 92. In 2 gebieden nam de parkeerdruk netto toe: Schaepmanplein e.o.: 72 -> 76 en Halve Maan Zuid: 86 -> 90. Het effect van invoering betaald parkeren op de parkeerdruk lijkt dus positief te zijn. Wel zijn er meer factoren van invloed op de parkeerdruk in een buurt dan alleen het invoeren van betaald parkeren. Er worden bijvoorbeeld parkeerplaatsen opgeheven voor groen, verkeersveiligheid of herinrichtingen. Ook bouwontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de parkeerdruk. We blijven de parkeerdruk de komende jaren volgen.
9.4 Fietsstallingsplekken
In 2025 bieden de bewaakte fietsenstallingen in de binnenstad (excl. stationsgebied) ruimte aan ongeveer 3.500 fietsen. Op straat zijn er in de binnenstad ongeveer 7.200 plekken. Daarnaast zijn er maximaal 660 zogenaamde pop-up plekken. Deze worden alleen beschikbaar gesteld op momenten van piekdrukte. Het aantal plekken dat wordt neergezet, is afhankelijk van de hoeveelheid bezoekers.
In de bewaakte fietsenstallingen in het stationsgebied zijn ongeveer 21.500 plekken, in 2024 waren er tijdelijk minder plekken omdat de Jaarbeursplein- én Sijpesteijnstalling in het laatste kwartaal van 2024 gesloten waren. In 2025 zijn deze twee weer open. Op straat zijn er in 2025 circa 500 plekken in het stationsgebied. In eerdere jaren zijn met de invoering van het fietsparkeerverbod nabij het station en voldoende plekken in de bewaakte stallingen een aantal plekken weggehaald.
9.5 Buurtstallingen en fietstrommels
Buurtbewoners die zelf geen plek hebben om hun fiets veilig te stallen, kunnen tegen betaling een plaats huren in één van de 40 buurtstallingen of 123 fietstrommels. Eind 2025 waren er 527 plekken in fietstrommels (evenveel als een jaar eerder) en 2.566 plekken in buurtstallingen (130 meer dan een jaar eerder).
Voor veel van deze stallingen is er een wachtlijst. Inwoners kunnen zich gratis registreren voor deze wachtlijst. De wachtlijst voor de fietstrommels is in 2025 toegenomen met 12%. Eind 2025 stonden er 1.237 bewoners op de wachtlijst voor een plek in een fietstrommel, daarmee is de wachtlijst langer dan eerdere jaren. De toename komt door de toename van bewoners met een elektrische fiets die hun fiets in een trommel willen stallen en door extra communicatie over de trommels. De wachtlijst voor de buurtstallingen is ook toegenomen. Eind 2025 waren er 1.468 wachtenden, 3% meer dan eind 2024. We zoeken actief naar betaalbare en beschikbare locaties waar we buurtstallingen kunnen plaatsen. Buurtstallingen plaatsen we in buurten waar veel fietsen op straat worden geparkeerd. Een locatie vinden is meestal niet eenvoudig. Bewoners die in hun buurt een buurtstalling willen en daarvoor een geschikte locatie weten, kunnen een voorstel doen. De gemeente toetst deze op de geschiktheid van de locatie (zoals grootte, indeling van de ruimte, toegankelijkheid) en financiële haalbaarheid.
9.6 Aantal gestalde fietsen
In 2025 stonden er op de meetmomenten gemiddeld bijna 13.900 fietsen gestald in de binnenstad (in én buiten de voorzieningen samen). Dat zijn er 670 meer dan in 2024 (+5%) en 210 meer dan in 2023 (+2%). Hiervan staan er meer buiten een klem/rek/vak op straat (56%) dan in een stalling of klem/rek/vak (44%).
De binnenstad heeft te weinig faciliteiten, met name op piekmomenten staan er veel fietsen buiten een voorziening. In 2025 hebben we daarom 820 extra plekken gerealiseerd in de binnenstad. Het aantal fietsen dat buiten een klem/rek/vak op straat gestald staat, is afgenomen en het aantal dat in een voorziening staat toegenomen. Dit draagt bij aan een meer aantrekkelijke openbare ruimte. Ook hebben we in meerdere stallingen plekken gerealiseerd voor fietsen voor mensen met een fysieke beperking. Hiermee is de toegankelijkheid van de stallingen toegenomen.
In het stationsgebied stonden op de meetmomenten in 2025 gemiddeld ruim 11.750 fietsen gestald. Dat zijn er bijna 800 meer dan in 2024 (+7%) en ruim 1.000 meer dan in 2023 (+9%). In het stationsgebied staan verreweg de meeste fietsen in een voorziening (92%). Net als in de binnenstad is het aantal fietsen dat in een voorziening gestald staat toegenomen en het aantal buiten een voorziening afgenomen.
9.7 Verwijderde fietsen
Fietsen die verkeerd gestald staan, kunnen gevaarlijke situaties opleveren of overlast veroorzaken. We verwijderen de gevaarlijk gestalde fietsen, vooral bij blindengeleidestroken, nooduitgangen en -routes. Ook verwijderen we fietsen die op een gereserveerde parkeerplek staan voor bijvoorbeeld mensen met een fysieke beperking of taxi’s. Waar een fietsparkeerverbod geldt (bijvoorbeeld rondom het Centraal Station) verwijderen we fietsen die niet op of in een fietsparkeerplek staan. Minimaal twee keer per jaar verwijderen we tijdens opruimacties fietsen die te lang op straat staan (weesfietsen) om stallingsruimte vrij te maken.
De regels die in de voorgaande jaren veranderd zijn (zoals fietsparkeerverbod rondom het Centraal Station in 2023 en uitbreiding van dit gebied met de Hollandse Toren en de Vlaamse Toren in 2024) lijken beter bekend te zijn bij fietsparkeerders. We hebben in 2025 in totaal 14.331 verkeerd gestalde fietsen verwijderd. Dit zijn er minder dan in de drie jaren ervoor. In 2025 hebben we ook 12.583 weesfietsen verwijderd, minder dan in 2024 en 2023.
Verwijderde fietsen worden een paar weken bewaard in het fietsdepot. Tegen betaling van € 26,50- kan de eigenaar van de fiets zijn/haar fiets ophalen.
9.8 Tevredenheid fietsparkeren
40% van de Utrechters vindt in 2025 dat er te weinig fietsparkeerplekken zijn in de buurt van de eigen woning. Dat is vergelijkbaar met 2023 (39%) en 2021 (41%). Een derde vindt het aantal plekken precies goed. Het aandeel dat vindt dat er teveel plekken zijn, is kleiner (8%). Bijna één op de vijf Utrechters heeft geen mening over het aantal fietsparkeerplekken in de buurt van de woning.
Het oordeel over het aantal fietsparkeerplekken op de stoep in de buurt van de eigen woning verschilt per wijk. Met name in de wijk Vleuten-De Meern wordt anders geoordeeld dan in de rest van de stad zoals is te zien in onderstaande grafiek. In Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn is het aandeel inwoners dat het aantal fietsparkeerplekken te weinig vindt, het kleinst. In deze wijken heeft een relatief groot deel van de bewoners geen mening over het aantal fietsparkeerplekken op de stoep. In de wijk Binnenstad (18%) vinden relatief veel inwoners dat er te veel fietsparkeerplekken zijn.
Bewoners van de gebieden ten noorden van het centrum en de wijk West (uitgezonderd Oog in Al, Welgeleden) vinden meer dan gemiddeld dat er te weinig fietsparkeerplekken in de buurt van hun woning zijn. Dit is weergegeven in de figuur hieronder. Net als in 2021 en 2023 vinden bewoners van de subwijk Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt (63% in 2025) het vaakst dat er te weinig plekken zijn.
9.9 Conclusies
Toename aantal gestalde fietsen in een voorziening
De binnenstad heeft te weinig faciliteiten voor fietsparkeren, met name op piekmomenten staan er veel fietsen buiten een voorziening. In 2025 hebben we daarom 820 extra plekken gerealiseerd in de binnenstad. Het aantal fietsen dat buiten een klem/rek/vak op straat gestald staat, is afgenomen en het aantal dat in een voorziening staat toegenomen. Dit draagt bij aan een meer aantrekkelijke openbare ruimte.
Ruim drie kwart van de Utrechters is in 2025 tevreden over de bewaakte fietsenstallingen bij Utrecht Centraal Station. De tevredenheid is afgenomen, mogelijk hebben de tijdelijke sluiting van de stalling aan de Van Sijpesteijnkade en van de Jaarbeurspleinstalling de tevredenheid verminderd. Ook ruim drie kwart van de Utrechters is in 2025 tevreden over de bewaakte fietsenstallingen in de binnenstad, iets meer dan in 2023.
Toename wachtlijsten fietstrommels en buurtstallingen
Trommels en buurtstallingen bieden bewoners plekken om hun fiets te stallen. Er zijn ruim 2.500 plekken in buurtstallingen (130 meer dan een jaar eerder) en ruim 500 in trommels (gelijk gebleven). De wachtlijsten voor een plek zijn toegenomen naar ongeveer 1.240 wachtenden op een plek in een fietstrommel en ongeveer 1.470 wachtenden op een plek in een buurtstalling. Met de toename van het aantal elektrische fietsen neemt de vraag naar een plek in een fietstrommel toe.
Minder verkeerd gestalde fietsen verwijderd
Fietsen die verkeerd gestald staan, kunnen gevaarlijke situaties opleveren of overlast veroorzaken. In 2025 hebben we ongeveer 14.300 verkeerd gestalde fietsen verwijderd, dat zijn er minder dan de drie voorgaande jaren. Mensen weten waarschijnlijk steeds beter waar ze wel en niet hun fiets kunnen stallen op straat. Ook hebben we ongeveer 15.600 te lang gestalde weesfietsen verwijderd, ook minder dan in 2023 en 2024, maar meer dan in de jaren ervoor.
Toename betaald parkeren op straat
De ambitie is dat in 2034 in de hele gemeente betaald moet worden voor het parkeren van een auto op straat. Eind 2025 was 43% van het parkeerareaal betaald, 6 procentpunten meer dan in 2024.
Meer ruimte door weghalen parkeerplaatsen
Er zijn in 2025 ter bevordering van de leefbaarheid 132 autoparkeerplaatsen opgeheven: Sinds 2022 zijn 436 parkeerplaatsen (waarvan 132 in 2025) omgezet in ruimte voor bijvoorbeeld fietsparkeerplaatsen, groen en verblijf. Dit draagt bij aan de leefbaarheid van de stad.
Afname parkeerdruk in betaald parkeren gebieden, toename aan randen
In de gebieden waar betaald parkeren is ingevoerd, is de parkeerdruk na invoering lager dan tijdens de meting ervoor. Wel neemt de parkeerdruk vaak toe in de aangrenzende gebieden waar nog geen betaald parkeren geldt: het waterbedeffect. Zodra in deze gebieden ook betaald parkeren wordt ingevoerd, wordt deze stijging teniet gedaan. Het effect van invoering betaald parkeren op de parkeerdruk kunnen we bepalen in gebieden waar ook een parkeerdrukmeting heeft plaatsgevonden vóórdat het waterbedeffect optrad. Op dit moment hebben we dit voor acht gebieden in beeld: in zes van deze gebieden is het effect dat de parkeerdruk is gedaald, in twee gebieden is een kleine toename te zien. Op basis van deze bevindingen is er vooralsnog sprake van een overwegend positief effect op de parkeerdruk.
Behoefte aan meer parkeerplekken voor de fiets in de buurt
40% van de Utrechters vindt in 2025 dat er te weinig fietsparkeerplekken zijn in de buurt van de eigen woning. Dat is vergelijkbaar met 2023 (39%) en 2021 (41%). Een derde vindt het aantal plekken precies goed. Het aandeel dat vindt dat er teveel plekken zijn, is kleiner (8%).
Bijna de helft Utrechters tevreden over aantal autoparkeerplekken op straat in de buurt van eigen woning
46% van de Utrechters vindt dat er precies genoeg autoparkeerplekken op straat zijn in de buurt van de eigen woning. Dat is vergelijkbaar met 2023 en 2021 (47%). 10% van de Utrechters vindt dat er te veel autoparkeerplekken zijn en 32% vindt dit te weinig.
Vergeleken met twee jaar geleden vinden meer Utrechters het aantal parkeerplekken in de eigen buurt te weinig (30% in 2023). Vergeleken met vier jaar eerder is er juist een kleine afname (33% in 2021).