Samenvatting
Groei Utrecht zorgt voor meer mobiliteit maar vlakt af
De groei van het aantal inwoners (+0,4% in 2025) vlakt af en ligt voor het eerst deze eeuw onder het landelijk gemiddelde. Er waren op 1 januari 2026 13% meer inwoners dan op 1 januari 2015. Het aantal banen is flink toegenomen in 2024, met 5%. Er zijn in 2024 36% meer banen dan in 2015. Cijfers van 2025 zijn nog niet beschikbaar. De samenstelling van de mobiliteitsdeelnemers verandert: het aantal studenten en toeristen is in de afgelopen jaren afgenomen, terwijl het aantal werknemers dat buiten de gemeente woont juist is gegroeid – vooral het aantal werknemers van buiten de provincie is toegenomen. Utrecht wordt aantrekkelijker als werkplek voor een bredere regio. Dit resulteert in een verschuiving naar andere mobiliteitspatronen - meer langere afstandsreizen van en naar de stad en meer verbinding met de provincie en daarbuiten. Tegelijkertijd is thuiswerken steeds gebruikelijker en werken werknemers die ver weg wonen vaker thuis dan werknemers die dichterbij wonen.
Geen groei autoverkeer, veel korte ritten
We zien dat de groei van Utrecht zich tot nu toe niet ‘vertaalt’ naar extra autoverkeer van en naar de stad (gebied binnen de ring A2/A12/NRU). De laatste drie jaar is het aantal motorvoertuigen dat van en naar Utrecht rijdt stabiel. Vergeleken met de jaren voor corona rijden er 5% minder motorvoertuigen, ook al is het aantal inwoners toegenomen (+7% ten opzichte van 2019). Dit komt niet alleen door mobiliteitsbeleid, maar ook doordat meer mensen sinds corona thuiswerken. Ook zien we in 2025 geen toename van het aantal motorvoertuigen van en naar het gebied Leidsche Rijn/Vleuten-De Meern ten opzichte van 2024. Vergeleken met 2019 rijdt er in 2025 1% meer verkeer. In dit gebied zijn relatief veel woningen toegevoegd, veel meer dan de toename van 1% in motorvoertuigbewegingen.
Het effect van meer thuiswerken zien we ook terug in het openbaar vervoer. De groei die we na de coronajaren zagen, vlakt af. In 2024 nam het aantal reizigers in bussen en trams met 4% toe, in 2025 met 1%. Het aantal bus- en tramreizigers is ongeveer 4% lager dan voor corona. Het aantal in-/uitstappers in de trein nam ook toe in 2025, met 3%. Maar er zijn ongeveer 10% minder in-/uitstappers in de trein dan voor corona. Wel groeide station Leidsche Rijn hard, met 19% en was daarmee in 2025 het snelst groeiende station van Nederland. Dit komt door uitbreiding van de dienstregeling en ruimtelijke ontwikkeling.
Bij de fiets zien we op sommige plekken een toename (Leidsche Rijn +10% t.o.v. 2024, +57% t.o.v. 2019), op andere een afname (USP gelijk t.o.v. 2024, -18% t.o.v. 2019). De ochtendspits is minder druk dan voor corona. Dit lijkt een blijvende verandering, voor motorvoertuigen, fiets en openbaar vervoer. Mensen werken deels thuis en gaan soms later naar het werk. Dit zorgt voor een lagere piekbelasting van de netwerken. De avondspits is niet afgenomen, terwijl dan het netwerk en het openbaar vervoer het zwaarst belast worden.
Bij de motorvoertuigen zien we veel korte ritten; van alle ritten met bestemming Utrecht, is 47% korter dan 10 kilometer. Er is nog geen daling te zien in deze ritlengtes. Voor ritten over deze afstand kunnen de (elektrische) fiets en het openbaar vervoer een goed alternatief zijn.
Bezit van een fiets belangrijk voor ervaren bereikbaarheid van bestemming
Inwoners met een eigen fiets - met of zonder auto in het huishouden - geven vaker aan een bestemming te kunnen bereiken dan inwoners zonder eigen fiets.
Auto- en bromfietsbezit nemen toe, snorfietsbezit neemt af
Met de groei van het aantal inwoners neemt ook het aantal personenauto’s toe. Vergeleken met 1 januari 2024 zijn er 1.234 auto's bijgekomen (+1%). Het autobezit per 1.000 inwoners schommelt de laatste jaren, met een stijging in de coronajaren, een afname daarna, en weer een stijging in 2024, waarmee het autobezit op 1 januari 2025 uitkomt op 330 per 1.000 inwoners. Gevolg is dat er meer behoefte is aan parkeerruimte. Wel zijn er grote verschillen tussen wijken. Na de coronajaren daalde het autobezit per 1.000 inwoners in alle wijken, behalve in Overvecht. In veel wijken stagneerde deze daling, of boog deze om in een stijging. Uitzonderingen zijn Binnenstad, Oost, Zuid en Leidsche Rijn. Ook het aantal bromfietsen neemt toe. Dit komt vooral doordat de populariteit van de snorfiets is gedaald, door de ingevoerde landelijke helmplicht in 2022 en doordat in een deel van Utrecht de snorfiets op de rijbaan moet rijden.
Verdere afname aantal verkeersslachtoffers
In 2025 overleden 4 personen bij een verkeersongeval in Utrecht. In de twee voorgaande jaren waren dat 9 personen per jaar. Het aantal verkeersslachtoffers waar een ambulance naartoe is gegaan, is voor het derde jaar op rij afgenomen en was in 2025 5% lager dan in 2024. Vergeleken met 2022 is dit aantal slachtoffers met 22% afgenomen. Het grootste deel van de slachtoffers bestaat uit fietsers die gewond raakten bij een eenzijdig ongeval (21%), gevolgd door slachtoffers bij een ongeval tussen meerdere auto's (incl. vrachtauto en motor, 17%). Meer dan de helft van alle slachtoffers (58%) zat op een (elektrische) fiets. Er zijn grote verschillen tussen de aantallen verkeersslachtoffers per wijk. In de wijk Zuid vielen de minste verkeersslachtoffers, in de wijken Binnenstad en Overvecht de meeste.
Aanbod en gebruik deelmobiliteit nemen toe
Utrecht heeft met 257 commerciële deelauto’s per 100.000 inwoners de op één na hoogste dichtheid in 2025 in Nederland, na Amsterdam. Het aantal commerciële deelauto’s in Utrecht nam in 2025 toe van 826 naar 960. Daarmee is de daling in 2024 bijna volledig hersteld. De afname in 2024 was een landelijke trend: deelauto-aanbieders zochten de balans tussen voldoende auto’s om te zorgen dat mensen niet misgrijpen, maar geen overschot aan deelauto’s die weinig/niet gebruikt werden. Verder neemt het aantal ritten met elektrische deelfietsen toe. Met de 1.000 elektrische fietsen werden in 2025 bijna 567.000 ritten gemaakt, 17% meer dan in 2024. Ook neemt het aantal deelbakfietsen en het gebruik ervan weer toe na de doorstart eind 2025, nadat Cargoroo eind 2024 failliet ging. Tot slot werden in 2025 bijna 800.000 verplaatsingen met OV-fietsen gemaakt.
Afname parkeerdruk in betaald parkeren gebieden, toename in aangrenzende gebieden
We zien dat de gemeten parkeerdruk in de gebieden waar betaald parkeren is ingevoerd nu lager is dan in de meting voor de invoering van betaald parkeren. Hierdoor blijft er ruimte over en ontstaan er kansen om deze in te zetten voor bijvoorbeeld fietsparkeerplekken, groen, ontspannen en spelen. Andersom stijgt de parkeerdruk vaak in de gebieden die grenzen aan gebieden waar betaald parkeren is ingevoerd door uitwijking van automobilisten. Het netto-effect van invoering betaald parkeren op de parkeerdruk bepalen we in gebieden waar een parkeerdrukmeting heeft plaatsgevonden vóór het waterbedeffect optrad. Dit hebben we op dit moment in beeld voor negen gebieden. In zeven daarvan is het netto-effect dat de parkeerdruk is gedaald, in twee gebieden is een kleine toename te zien.