Conclusies uit de monitor
Conclusies uit de monitor
In deze monitor beschrijven we per ambitie van Samen voor Overvecht hoe de indicatoren zich ontwikkelen. Waar mogelijk geven we daarbij duiding van de cijfers en trekken we een conclusie. Dit hoofdstuk geeft een overkoepelende samenvatting en conclusie. We beschrijven de belangrijkste positieve en negatieve ontwikkelingen en maken een vergelijking met het Utrechts gemiddelde.
Ontwikkelingen in de tijd
Voor veel indicatoren kunnen we terugkijken in de tijd. Soms enkele jaren, soms ver terug in de tijd. We zien in deze monitor zowel positieve als negatieve ontwikkelingen.
Zo zien we enkele positieve ontwikkelingen:
- Het rapportcijfer algemeen buurtoordeel voor Overvecht (5,7) is na een daling in 2023 (5,5) weer terug op het niveau van 2021 (5,7).
- Het aandeel huishoudens dat (langdurig) op of onder de armoedegrens leeft, neemt verder af van 28,7% in 2023 naar 28,3% in 2024. Het aantal huishoudens dat op of onder de armoedegrens leeft is stabiel tussen 2021 en 2023 (4.500 huishoudens) en daalt licht in 2024 (4.400 huishoudens). Deze positieve ontwikkeling wordt niet herkend door professionals en bewoners in de wijk.
- Het aandeel kinderen met een indicatie voor de voorschool dat daadwerkelijk deelneemt aan de voorschool is toegenomen naar 87% en is in Overvecht hoger dan in andere wijken.
- Inwoners van Overvecht zijn tevreden over het groen in de buurt. In Overvecht is 75% tevreden, dit is hoog ten opzichte van het stedelijke gemiddelde (69%).
- Het aandeel inwoners in Overvecht dat meedoet lijkt (72%) toe te nemen ten opzichte van 2023 (69%). Stedelijk zien we een vergelijkbare stijging.
Maar er zijn ook negatieve ontwikkelingen:
- In 2025 stijgt het aantal politieregistraties van jongerenoverlast voor Overvecht met 46% ten opzichte van 2024 en ook de ervaren jongerenoverlast neemt toe van 31% in 2023 naar 39% in 2025. Beide stijgen sterker dan in Utrecht gemiddeld.
- In 2025 neemt het aandeel jeugdige verdachten toe van 0,9% in 2024 naar 1,6% in 2025.; deze toename geldt zowel voor meerderjarige als minderjarige jeugdige verdachten. Daarnaast zien we dat het aandeel Overvechters dat zich (wel eens) onveilig voelt in eigen buurt toeneemt van 47% in 2023 naar 52% in 2025.
- De beoordeling van de netheid van de openbare ruimte neemt af sinds 2019. In 2019 beoordelen inwoners van Overvecht de netheid met een 5,3 en in 2025 met een 4,8.
- 23% van de kinderen (10-12 jaar) maakt zich zorgen over de toekomst, in vergelijking met 13% gemiddeld in Utrecht. In vergelijking met de voorgaande twee metingen lijkt dit percentage in Overvecht toe te nemen, waar het stedelijk stabiel blijft.
Op veel indicatoren blijft het verschil met Utrecht groot:
- 61% van de woningvoorraad in Overvecht bestaat uit sociale huurwoningen, gemiddeld is dit 34% in Utrecht.
- 28% van de Overvechtse huishoudens leeft op of onder de armoedegrens, dit is 14% gemiddeld in Utrecht.
- 66% van de Overvechtse volwassenen heeft een goed ervaren gezondheid, dit is 79% in Utrecht gemiddeld.
- 8% van de inwoners van Overvecht van 15 jaar of ouder heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering, in Utrecht is dat 5%. Het aandeel inwoners (15 jaar en ouder) met een bijstandsuitkering is ongeveer drie keer zo hoog als gemiddeld in de stad.
- 51% van de Overvechters heeft vertrouwen in de lokale overheid. Dat is lager dan gemiddeld in de stad (57%).
- Overvechters zijn bovengemiddeld betrokken bij hun buurt (60%). Zo geeft bijvoorbeeld 26% van de Overvechters aan dat ze zorgen voor of hulp bieden aan buren ten opzichte van 21% stedelijk.
Op basis van deze nieuwe cijfers kunnen we concluderen dat we een wisselend beeld zien in deze monitor. Aan de ene kant zien we dat het algemeen buurtoordeel weer stijgt en terug is op het niveau van 2021. Het aandeel kinderen met een indicatie voor de voorschool dat daadwerkelijk deelneemt aan de voorschool is sterk toegenomen in vergelijking met vorig jaar en is in Overvecht hoger dan in andere wijken. Aan de andere kant zien we een toename van jongerenoverlast, jeugdige verdachten en een lagere score op netheid in de openbare ruimte. Op veel indicatoren blijft het verschil met het Utrechts gemiddelde groot.