1. Inleiding
1.1 Opzet van de monitor
Monitoren van financiële bestaans(on)zekerheid
In deze armoedemonitor kijken we naar uiteenlopende kenmerken van financiële bestaans(on)zekerheid voor inwoners in de gemeente Utrecht. Hoe ontwikkelen deze zich in de loop van de tijd? Welke verschillen zijn er naar soort huishouden of naar wijk? Er zijn veel deelonderwerpen en deelvragen die hier zicht op geven. De monitor wordt is opgesteld door de afdeling Onderzoek & Advies van de gemeente Utrecht in opdracht van de afdeling Werk en Inkomen. De opzet sluit aan op de beleidsnota financiële bestaanszekerheid uit 2023. Kerndoelstellingen uit deze nota zijn:
- Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben door het wegnemen van drempels bij aanvragen van hulp en regelingen bij de gemeente en door het bereiken van alle Utrechters die niet kunnen rondkomen of financiële problemen hebben. Extra aandacht is er voor het bereiken van jongeren, omdat gezien wordt dat behoeften van deze groep anders zijn dan van volwassenen.
- Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden. Hierbij wordt ingezet op het verminderen van schuldenproblematiek, zoals het verbeteren van het aanbod aan nazorg bij schuldhulpverlening en op het beter benutten van het bestaande aanbod aan (schuld)hulpverlening.
- Alle Utrechtse gezinnen met minderjarige kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen. Bij dit kerndoel gaat het met name om het verbeteren van de aansluiting van het U-pasaanbod op behoeften van gezinnen met (jonge) kinderen. Utrechtse kinderen moeten voldoende mogelijkheden hebben om te sporten en gebruik te maken van cultuur.
Onderzoek naar armoede in zes onderdelen
In deze armoedemonitor worden deze kerndoelstellingen zo goed mogelijk omgezet in concrete onderzoeksvraagstukken. Dit is in de praktijk soms nog wel lastig omdat een begrip als armoede op verschillende manieren gemeten kan worden. Ook is het soms moeilijk om precies in kaart te brengen of doelgroepen voldoende bereikt worden met aanvullende regelingen. Zo heeft niet iedereen met een laag inkomen ook moeite met rondkomen en andersom heeft niet iedereen met een hoger inkomen géén moeite met rondkomen. Dit resulteert erin dat we vanuit verschillende invalshoeken naar de financiële bestaans(on)zekerheid in Utrecht kijken. Concreet onderzoeken we in deze monitor de volgende aspecten:
- Hoe groot is het totaal aandeel Utrechters met laag inkomen: Hier wordt gekeken naar de omvang en ontwikkeling van het aandeel Utrechters met een bijstands- of WW-uitkering ofwel een inkomen op 101% of 125% van het wettelijk sociaal minimum (WSM). We verdiepen ook op de duur van deze inkomenssituatie en vergelijken de data met die van de overige G4 gemeenten.
- Welke (demografische) kenmerken hebben Utrechters met een laag inkomen: In dit onderdeel kijken we naar kenmerken als leeftijd, huishoudtype, inkomsten uit arbeid en de (sub)wijk waarin men woont.
- Hoe groot is het aandeel Utrechters dat zelf aangeeft moeite te hebben met rondkomen, en welke relatie heeft dit met hun overige leefomstandigheden: Op basis van uitkomsten uit de inwonersenquête kijken we naar de mate waarin Utrechters zelf aangeven moeite te hebben met rondkomen en de vraag hoe dit relateert aan hun overige leefomstandigheden. Er worden onder andere koppelingen gemaakt met de mate van ‘meedoen’ van inwoners en bijvoorbeeld hun ervaren gezondheid.
- Hoe groot is het aandeel Utrechters dat schulden of (ernstige) betalingsachterstanden heeft: In hoeverre hebben Utrechtse huishoudens te maken met schulden of (ernstige) betalingsachterstanden? Mogelijk is er bij deze huishoudens overlap met het hebben van een laag inkomen, maar veel schuldenproblematiek komt ook voor in huishoudens met (hogere) inkomens uit arbeid.
- Hoe groot is het aandeel Utrechters dat gebruik maakt van de verschillende armoederegelingen: Hier wordt gekeken naar het gebruik (en het bereik van) een viertal armoederegelingen binnen de gemeente Utrecht: U-pas, Individuele Inkomens Toeslag (IIT), Bijzondere Bijstand (BB) en Kwijtscheldingsregeling gemeentebelastingen.
- In hoeverre hebben Utrechtse kinderen of jeugdigen direct of indirect te maken met armoede- en schuldenproblematiek: Tenslotte wordt gekeken naar de mate waarin jeugdigen in de gemeente Utrecht te maken hebben met armoede of schulden vanuit ofwel hun gezinssituatie, ofwel vanuit hun persoonlijke situatie.
1.2 Onderzoeksmethode en rapportage
Voor het beantwoorden van bovengenoemde vragen wordt gebruik gemaakt van een groot aantal datasets en overige bronnen. Er worden grotendeels vier soorten data gebruikt:
- Reguliere CBS-data: Voor een deel gaat het om cijfers die rechtstreeks worden betrokken van het CBS, bijvoorbeeld inkomenscijfers met uitsplitsing naar huishoudentypes en een groot deel van cijfers op het gebied van geregistreerde problematische schulden.
- Uitkomsten uit de Utrechtse Inwonersenquête en Volksgezondheidmonitor Utrecht: Deze (representatieve) uitkomsten zijn gebaseerd op enquêtes onder inwoners. Hierin zijn koppelingen gemaakt tussen bijvoorbeeld groepen die aangeven moeite te hebben met rondkomen en mate waarin zij zich gezond voelen of sociale contacten onderhouden.
- Maatwerkanalyses door bestandskoppelingen aan CBS-data: Dit zijn specialistische koppelingen van gemeentelijke bestandsdata aan geanonimiseerde achtergronddata van het CBS. In een geanonimiseerde omgeving wordt bijvoorbeeld gekeken naar achtergrondkenmerken van gebruikers van Utrechtse regelingen. Ook kunnen hiermee en mogelijke bereikpercentages berekend worden.
- Longreads en overige kwalitatieve analyses: Hier gaat het om kwalitatieve analyses op het gebied van armoede en schulden.
Uitkomsten van de onderzoeksvragen worden gepresenteerd in deze rapportage die zowel in een pdf-versie als digitaal op het Utrechtse kennisplatform verschijnt. Data uit de monitor worden deels ook verwerkt in het dashboard Armoedemonitor - Utrecht.