5. Schulden en betalingsachterstanden
5.1 Schuldenproblematiek steeds verder in kaart gebracht
Verschillende bronnen voor cijfers over schulden
- Er zijn verschillende soorten cijfers die een beeld geven van de mate waarin Utrechtse huishoudens te maken hebben met schulden.
- Het CBS heeft een uitgebreid systeem ontwikkeld waarbij gebruik gemaakt wordt van registratiedata van schulden die huishoudens hebben bij een 15-tal aan de overheid gekoppelde instanties zoals belastingdienst, DUO, SVB, CJIB en van registraties bij BKR en deelname aan schuldsaneringstrajecten (WSNP). Het gaat hier om geregistreerde problematische schulden.
- Binnen de gemeente Utrecht wordt in de Inwonersenquête uitgevraagd of mensen schulden hebben. Het gaat hier om zelf gerapporteerde schulden.
- Het CAK heeft cijfers over betalingsachterstanden bij Utrechtse huishoudens waar het gaat om premies zorgverzekering.
Schuldenproblematiek neemt op veel terreinen toe
- Vanaf 2021 is een toename te zien in het aantal schuldregistraties, tussen 2024 en 2025 zien we een lichte daling. Uit het CBS-dashboard Schuldenproblematiek in beeld blijkt dat op 1 januari 2025 8,6% van de Nederlandse huishoudens problematische schulden had. Begin 2021 was dit nog 7,7%. De Belastingdienst is met 48,1% van de huishoudens de meest voorkomende schuldeiser. Dit heeft waarschijnlijk te maken met uitstel van betaling en het opschorten van het innen van aanslagen door de Belastingdienst in de jaren na corona.
- Ook de stijging van het aantal schulden bij de Dienst Toeslagen valt op. Begin 2025 was bij 24,4% van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden Dienst Toeslagen de/een schuldeiser. In 2022 was dat nog 16, 9%. Volgens onderzoek van de HvA naar financiële dienstverlening (2024) is de reden voor deze toename een combinatie van achterstallige invorderingen (daterend uit de coronacrisis) en de loonstijgingen in 2022 die geleid hebben tot terugvorderingen.
- Uit de BKR Monitor 2024 blijkt dat het aantal betalingsachterstanden verder afnam in 2024. Ook neemt ook het aantal Nederlanders met een schuldregeling en/of saneringskrediet verder af. Toch concludeert ook het BKR dat tegelijkertijd de schuldenproblemen in Nederland wel toenemen. Volgens het BKR komt dit enerzijds doordat niet alle kredieten worden geregistreerd, en anderzijds doordat er sprake is van steeds meer onbetaalde rekeningen.
- Divosa en de NVVK zien een toename in het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening. Uit de Monitor Schuldhulpverlening in onzekere tijden blijkt dat in de eerste helft van 2024 het aantal aanmeldingen met 17% is gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2023. Enerzijds kan dit volgens hen worden verklaard door meer aandacht voor bestaanszekerheid, meer bekendheid van het hulpaanbod en vroegsignalering. Anderzijds kan een verklaring zijn dat ondernemers met bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis sinds het najaar van 2023 hun achterstallige belastingen moeten betalen. Dit lukt niet iedereen.
- Ook uit de jaarrapportage 2024 van de Monitor Vroegsignalering Schulden van Divosa blijkt een toename van de schuldenproblematiek. Het aantal signalen dat gemeenten krijgen over betalingsachterstanden bij verhuurders, zorgverzekeraars en energie- en drinkwaterbedrijven is in 2024 met 10 procent toegenomen. De toename bij drinkwaterbedrijven hangt samen met het feit dat een aantal van hen tegenwoordig maandelijks factureren, in plaats van eens in het kwartaal. Mogelijk kan de stijging ook verklaard worden door een toename van het aantal melders.
Sterke groei schuldenproblematiek in heel Nederland in afgelopen dertig jaar
Een belangrijke recente maatschappelijke ontwikkeling op gebied van financiële problematiek is de grote groei van het aantal geregistreerde problematische schulden. In de afgelopen dertig jaar is het aantal huishoudens met dit type schulden bijna verdrievoudigd. (Hogeschool van Amsterdam, Lectoraat Armoede Interventies, 2024) Onderzoek wijst uit dat 60% van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden deze (minimaal) drie jaar op een rij heeft. (CBS (2023); Schuldenproblematiek in beeld) Uit de cijfers over de provincie Utrecht blijkt dat er in 2023 19.700 huishoudens zijn met een inkomen tot aan de lage inkomensgrens en 47.500 huishoudens met geregistreerde problematische schulden. Dit betekent dat er 2,4 maal zoveel huishoudens zijn met schulden, als huishoudens met een laag inkomen volgens de CBS-definitie.
Beperkte overlap tussen huishoudens met schulden en huishoudens met laag inkomen
Een van de vragen is in hoeverre er overlap is tussen beide groepen. Dekt het aantal huishoudens met schulden bijvoorbeeld de hele groep huishoudens met laag inkomen af? Het antwoord is nee. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) stelt dat er een zwakke samenhang is tussen de groep mensen met een inkomen onder de armoedegrens en mensen met geregistreerde problematische schulden. Hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk en wordt verwezen naar het feit dat armoede en problematische schulden geen gemeenschappelijke oorzaak hoeven te hebben. Zo vergroten bijvoorbeeld een afstand tot de arbeidsmarkt en het hebben van een groot aantal kinderen de kans op armoede en niet per se de kans op een problematische schuld. Anderzijds vergroten financiële ongeletterdheid en een verslavingsprobleem juist wel de kans op een problematische schuld en niet per se de kans op het hebben van een inkomen onder de armoedegrens. In 2021 had een kwart van de mensen met een inkomen onder de armoedegrens ook problematische schulden. (SCP (2024); Samenhang tussen armoede en problematische schulden. Technische kennisnotitie).
Bron: Armoede; cijfers, beleving en ontwikkelingen | Staat van Utrecht
5.2 Schuldenproblematiek in Utrechtse huishoudens
7,3% van de huishoudens heeft problematische schulden
- Uit registratieonderzoek van het CBS komt naar voren dat begin 2025 7,3% van de Utrechtse huishoudens geregistreerde problematische schulden heeft (14.210 huishoudens). Sinds 2021 is dit aandeel toegenomen van 6,6% naar 7,6% in 2023 en 2024. In 2025 is sprake van een lichte daling.
Figuur 5.2.1: Utrechtse huishoudens met geregistreerde problematische schulden (2021-2025)
Aandeel schulden in Utrecht is relatief laag ten opzichte van overige G4-steden
- Het aandeel huishoudens met problematische schulden (7,3%) is in Utrecht al jaren lager dan het landelijk gemiddelde (in 2025 heeft in Nederland 8,6% van de huishoudens problematische schulden).
- In de overige G4- steden is het aandeel huishoudens met problematische schulden juist al jaren aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde. In Rotterdam is het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden met 16,3% het hoogst. Daarna volgen Den Haag met 15,1% en Amsterdam met 11,8%.
- Tussen 2021 en 2023 is in alle G4- steden een stijgende trend zichtbaar, waarbij het aandeel huishoudens met schulden in Den Haag relatief iets harder stijgt en in Utrecht iets minder hard.
- In 2025 is zowel landelijk als in de grote steden een lichte daling zichtbaar.
Figuur 5.2.2: ontwikkeling aandeel problematische schulden G4 en Nederland (2021-2025)
Aandeel huishoudens met schulden in Overvecht bijna twee keer zo hoog als gemiddeld
- Het aandeel huishoudens met schulden is in Utrecht het grootst in Overvecht. 14,3% van de huishoudens heeft te maken met een of meerdere schulden.
- Ook in Zuidwest (9,4%), Leidsche Rijn (9,3%) Noordwest (8,3%) is het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden hoger dan gemiddeld. In de wijken Oost (3,5%) en Noordoost (3,8%) hebben huishoudens relatief de minste geregistreerde problematische schulden.
- Opvallend is dat Leidsche Rijn met 9,3% inmiddels de wijk is met het op twee na hoogste aandeel huishoudens met problematische schulden. De andere wijken die hoog scoren op problematische schulden komen bijvoorbeeld ook naar voren als het gaat om bijstandshuishoudens. Dit is in Leidsche Rijn niet het geval. Dit beeld past bij de stelling van het SCP dat er een zwakke samenhang is tussen de groep mensen met een inkomen onder de armoedegrens en mensen met geregistreerde problematische schulden.
- In Overvecht, Noordwest, Zuidwest en Leidsche Rijn woont bijna twee derde van alle huishoudens met problematische schulden in de stad (60%).
Figuur 5.2.3: aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden naar wijk 2024-2025
Forse afname wanbetalers zorgverzekering, meeste meldingen in Overvecht en onder jongeren
- In 2024 heeft het CAK zo'n 2.900 meldingen geregistreerd over betalingsachterstanden van meer dan 6 maanden premie op de zorgverzekering in Utrecht. Dit is een forse afname ten opzichte van het vorige peilmoment: in april 2022 stonden er bij het CAK zo'n 3.900 meldingen geregistreerd.
- Als we de verdeling van meldingen van betalingsachterstanden van de zorgverzekering over de wijken vergelijken met de verdeling van de totale bevolking (van 18 jaar en ouder) over de wijken, dan zien we dat vooral het aantal meldingen in Overvecht relatief hoog is (19,7% van alle meldingen komt van 9,5% van de bevolking). Ook uit Zuidwest (18,1%) en Noordwest (15,7%) komen relatief veel meldingen.
- De meeste meldingen betreffen inwoners tussen de 27 en 34 jaar (24,6%). Dit is niet verrassend want dit is ook de grootste leeftijdsgroep in de bevolking. Het aantal meldingen is iets hoger bij jonge leeftijdsgroepen, bij gepensioneerden is het aantal meldingen relatief laag.
Figuur 5.2.4: Betalingsachterstanden zorg ten opzichte van totale bevolking per wijk (2024)
Figuur 5.2.5: leeftijd inwoners betalingsachterstanden zorg (2024)
Aandeel huishoudens met een schuld blijft gelijk, wel toename huishoudens die moeite hebben met rondkomen
- Zoals al benoemd in hoofdstuk 3, blijkt uit de Inwonersenquête 2025 dat het grootste deel van de Utrechters aangeeft goed rond te kunnen komen van hun inkomen (72% (zeer) goed). Wanneer we verdiepend vragen naar de financiële situatie van Utrechters dan geeft 38% van de Utrechters aan een beetje geld over te houden, 20% houdt veel geld over. Het aandeel Utrechters dat veel geld overhoudt is toegenomen ten opzichte van 2023.
- De groep die geen schulden maakt, maar ook geen geld overhoudt is de laatste jaren vrijwel gelijk gebleven, 19% in 2023 en 18% in 2025. In 2023 moest 9% van de Utrechters spaarmiddelen aanspreken om rond te komen, in 2025 is dit 7%.
- 3% van de Utrechters geeft aan schulden te moeten maken om rond te kunnen komen van hun inkomen, dit aandeel is al een aantal jaren gelijk.
Figuur 5.2.6: Zelfrapportage financiële situatie Utrechters
Meldingen vroegsignalering sinds wijziging wetgeving in 2021 meer dan verdubbeld
- In 2024 zijn zo’n 26.500 meldingen gedaan van vroegsignalering. Dat zijn er fors meer dan in 2023, toen zo’n 18.950 meldingen waren. Hiermee zet de trend van een stijgend aantal meldingen verder door. Sinds het jaar 2021, toen de wet schuldhulpverlening werd aangepast, is het aantal meldingen meer dan verdubbeld. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hulp aan mensen met schulden. Verschillende partners geven hiervoor door welke inwoners betalingsachterstanden hebben. De gemeente onderneemt vervolgens actie door deze inwoners te benaderen met een hulpaanbod.
- 20,1% van de meldingen voor vroegsignalisering betreft huishoudens in Overvecht. Ook in vergelijking tot het totaal aantal huishoudens gaat het om relatief veel meldingen uit die wijk. Dit kan enerzijds betekenen dat er veel huishoudens met schulden zijn, maar ook dat er veel huishoudens zijn met meldingen van verschillende schuldeisers of veel huishoudens waar door het jaar heen meerdere meldingen over zijn gedaan. Na Overvecht gaan zowel absoluut als relatief de meeste meldingen over huishoudens in Leidsche Rijn.
Figuur 5.2.7: vroegsignaleringen naar aandeel huishoudens in de wijk (2024)
Meeste meldingen vroegsignalering komen van de energie- en waterleveranciers
- Wat betreft vroegsignaleringen is het allereerst van belang om te noemen dat het aantal meldende partijen jaarlijks fluctueert. Daardoor zijn verschillen in het aandeel meldingen van betalingsachterstanden niet een-op-een vergelijkbaar door de jaren heen. Vooral bij energieleveranciers en zorgverzekeraars neemt het aantal meldende partijen toe.
- In 2024 kwam bijna de helft van de meldingen van betalingsachterstanden van een energie- of waterleverancier (47,4%). Dit is een toename ten opzichte van 2023 toen nog geen derde deel van de meldingen van een energie- of waterleverancier kwam. Bij het aandeel meldingen van betalingsachterstanden bij een zorgverzekeraar zien we het omgekeerde: in 2024 was dit nog geen derdedeel van het totaal (32,8%), terwijl het in 2023 42,2% betrof. Ook het aandeel meldingen van betalingsachterstanden op woonlasten is tussen 2023 en 2024 afgenomen, van 25,9% naar 19,8%.