Samenvatting
In deze armoedemonitor kijken we naar uiteenlopende kenmerken van financiële bestaans(on)zekerheid in de gemeente Utrecht. De monitor is in opdracht van de afdeling Werk & Inkomen van de gemeente Utrecht opgesteld door Onderzoek & Advies, en sluit aan op de beleidsnota financiële bestaanszekerheid uit 2023.
We gebruiken een groot aantal bronnen om armoede- en schuldenproblematiek in kaart te brengen, zoals CBS-data, geanonimiseerde gemeentelijke registratiebestanden, uitkomsten uit de Utrechtse inwonersenquête en volksgezondheidmonitor en diverse (kwalitatieve) onderzoeken van kennisinstellingen.
Armoede volgens nieuwe CBS definitie groeit licht
- Op basis van de nieuwe armoededefinitie van CBS, SCP en Nibud is te zien dat de gemeente Utrecht het gunstigst scoort van de G4-gemeenten op armoedegebied en iets ongunstiger dan Nederland gemiddeld. In 2024 is gemiddeld in Nederland 3,1% van de inwoners arm volgens deze definitie, in de gemeente Utrecht is dat 4,0%. Ook het aandeel inwoners dat langdurig arm is (drie jaar of langer), is in Utrecht (0,8%) hoger dan in Nederland gemiddeld (0,7%). In Den Haag (1,7%), Rotterdam (1,6%) en Amsterdam (1,6%) is dit het dubbele.
- Ten opzichte van een jaar eerder (2023) is er sprake van een lichte stijging van het aantal mensen in armoede volgens deze berekeningen. Voor Utrecht gaat het om een stijging van 3,6% in 2023 naar 4,0% in 2024. Voor Nederland om een stijging van 2,7% armen in 2023 naar 3,1% armen in 2024.
Inkomensontwikkeling Wettelijk Sociaal Minimum verloopt gunstig
- Overall zien we dat in de periode 2014-2024 diverse inkomensontwikkelingen gunstig verlopen of stabiliseren. Er is sprake van een afname van huishoudens met een inkomen tot 101% WSM (-1,9 %punt), met een inkomen tot 125% WSM (-3,4 %punt) en langdurig een inkomen tot 125% WSM (-0,5 %punt). Het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering fluctueert in de gemeente Utrecht rond de 5%.
- Op één punt is er sprake van een ongunstige inkomensontwikkeling tussen 2014 en 2024, namelijk waar het gaat om huishoudens met een langdurig inkomen tot 101% WSM. Dit percentage lag in 2014 op 2,9% en is in 2024 gegroeid naar 3,9%.
- De groep huishoudens met inkomen tot 125% WSM bestaat voor een groot deel uit eenpersoonshuishoudens (71%), gepensioneerden (30%) en huishoudens met een WW- of bijstandsuitkering. 27%). Bijna tweederde van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM woont in Overvecht (20%), Noordwest (15%), Zuidwest (14%) of Zuid (10%).
- Bij eenoudergezinnen (22,2%), eenpersoonshuishoudens (21,3%) en huishoudens met een werkloosheids- of bijstandsuitkering (86,8%) is het aandeel met een inkomen tot 125% WSM (flink) hoger dan gemiddeld (13,6%). Ook bij huishoudens met een kostwinner jonger dan 25 jaar (19,4%) en 65 jaar en ouder (24,5%) komt een inkomen tot 125% WSM vaker voor dan gemiddeld.
Moeite met rondkomen vooral bij specifieke groepen
- Naast het hebben van een laag inkomen kijken we ook naar de mate waarin inwoners kunnen rondkomen. Het betreft hier uitkomsten van de Inwonersenquête. Deze uitkomsten kunnen ook gekoppeld worden aan uitkomsten op andere leefgebieden, zodat dwarsverbanden kunnen worden gelegd.
- Uit de Inwonersenquête (2025) blijkt dat 6% van de Utrechters (zeer) slecht kan leven van hun huishoudinkomen. Voor sommige groepen ligt dit aandeel echter veel hoger, zoals voor inwoners met als laatst afgeronde opleiding basisonderwijs of vmbo (17%). Dit percentage is gestegen ten opzichte van 2021 (13%). Ook inwoners die aangeven een beperking te hebben, hebben relatief veel vaker moeite met rondkomen (14%). Dit percentage ligt op het niveau van 2021. Tenslotte geven ook eenoudergezinnen vaker dan gemiddeld aan (zeer) slecht te kunnen leven van hun inkomen (14%).
- Inwoners die aangeven (zeer) slecht te kunnen leven van hun inkomen, doen ook minder vaak mee. Van degenen die (zeer) slecht kunnen rondkomen behoort 62% tot de groep die meedoet. Bij de groep die aangeeft (zeer) goed te kunnen rondkomen is dat 87%. Stedelijk gemiddeld gaat het om 84%.
Utrechtse armoederegelingen bereiken 63% van de huishoudens met inkomen tot 125% WSM
- De Utrechtse armoedeaanpak bestaat uit verschillende regelingen: de U-pas, Individuele Inkomens Toeslag (ITT), Bijzondere Bijstand (BB) en Kwijtschelding gemeentebelastingen.
- In het U-pasjaar 2024-2025 zijn er 38.490 U-pashouders, verdeeld over 23.680 huishoudens. Naast hoofdpashouders, is 26% van de U-passen in handen van een kind (10.160) en 12% in handen van een partner (4.650). Het grootste deel van het tegoed wordt besteed aan openbaar vervoer (18,3%) en computers (16,6%). 12,9% van het U-pasbudget wordt besteed aan sport. Voor de groep 4 tot en met 12-jarigen is dit 24,2%.
- In 2024 ontvingen 8.390 Utrechtse huishoudens een Individuele Inkomens Toeslag (IIT), ongeveer net zoveel als in 2023. Iets meer dan een kwart van de toegekende aanvragen is voor huishoudens in Overvecht (26%).
- In 2024 hebben 6.280 huishoudens gebruik gemaakt van bijzondere bijstand. In 2023 waren dit er met 28.620 ruim 4 keer zo veel. Dit houdt verband met de energietoeslag die in 2022 en 2023 werd uitgekeerd uit de bijzondere bijstand. Het grootste deel van de toekenningen in 2024 betreft kosten voor financiële transacties, zoals leningen en kosten voor bewindvoering.
- In 2024 hebben 15.730 huishoudens een kwijtschelding van gemeentebelastingen gehad. Het gaat hier in bijna twee derde van de gevallen om eenpersoonshuishoudens. Het grootste deel van de huishoudens dat een kwijtschelding ontving, woont in Vleuten – De Meern.
- Met de U-pas, IIT en Kwijtschelding gemeentebelastingen wordt 63% van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM bereikt. Van de huishoudens die aanspraak kunnen maken op een U-pas, heeft 57% ook daadwerkelijk een U-pas. Met IIT wordt 69% van de doelgroep bereikt en met kwijtschelding 61% van de doelgroep. Voor alle drie de regelingen is het bereik in 2023 (iets) hoger dan in 2020.
Schuldenproblematiek; grootste aandeel betalingsachterstanden bij energie en water
- In de gemeente Utrecht heeft in 2025 7,3% van de huishoudens te maken met geregistreerde problematische schulden (14.210 huishoudens). Relatief is dit aandeel veel hoger in de wijken Overvecht (14,3%), Zuidwest (9,4%), Leidsche Rijn (9,3%) en Noordwest (8,3%). Relatief de minste geregistreerde problematische schulden zien we in de wijken Oost (3,5%) en Noordoost (3,8%).
- In 2024 heeft het CAK zo'n 2.900 meldingen geregistreerd over betalingsachterstanden van meer dan 6 maanden premie op de zorgverzekering in Utrecht. Dit is een forse afname ten opzichte van het vorige peilmoment: in april 2022 stonden er bij het CAK zo'n 3.900 meldingen geregistreerd. Een kwart van de meldingen (24,6%) betreft jongvolwassenen in de leeftijd tussen de 27 en 34 jaar.
- In 2024 zijn er 26.500 meldingen gedaan van vroegsignalering. Dat zijn er fors meer dan 2023, toen er 18.950 meldingen waren. Sinds het jaar 2021, toen de wet schuldhulpverlening werd aangepast, is het aantal meldingen meer dan verdubbeld. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hulp aan mensen met schulden. Verschillende partners geven hiervoor door welke inwoners betalingsachterstanden hebben. De gemeente onderneemt vervolgens actie door deze inwoners te benaderen met een hulpaanbod.
- In 2024 betrof bijna de helft van de vroegsignaleringen een betalingsachterstand bij een energie- of waterleverancier (47,4%). In bijna 33% ging het om betalingsachterstanden bij een zorgverzekeraar en in 19,8% om betalingsachterstanden op het gebied van woonlasten. Doordat steeds meer partijen betrokken zijn bij vroegsignalering verandert ook de verdeling naar soorten meldingen.
CBS: Minder (Utrechtse) kinderen groeien op in armoede
- Het aandeel kinderen dat in armoede opgroeit (volgens de nieuwe CBS-armoededefinitie) neemt zowel landelijk als voor de gemeente Utrecht af de afgelopen jaren. Tussen 2018 en 2024 neemt het landelijke aandeel af van 8,7% naar 2,8% en het aandeel voor de gemeente Utrecht van 10,1% naar 2,8%. Waar het gaat om langdurig in armoede leven, gaat dat in 2020 om 3,8% van de Utrechtse kinderen en in 2024 om 0,7%. Voor Nederland gaat het om 3,2% in 2020 en 0,7% in 2024.
- In de gemeente Utrecht is 125% van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM) de armoedegrens voor diverse regelingen. In 2024 groeit 10,8% van de Utrechtse kinderen (0-17 jaar) op in een huishouden met een inkomen tot 125% WSM (7.300 kinderen). In 2023 ging het om 10,6% (ook 7.300 kinderen), in 2018 nog om 12,4% (8.400 kinderen).
- In de periode 2014 – 2024 is het aandeel kinderen in huishoudens met een inkomen tot 125% WSM in heel Utrecht gedaald met gemiddeld 3,6 %punt. De sterkste daling trad op in de wijken Overvecht (-8,2 %punt), Zuidwest (-5,9 %punt) en Noordwest (-5,7 %punt). Relatief weinig daling vond plaats in de wijken Oost (- 0,1 %punt), Zuid (-1,2 %punt) en Vleuten- De Meern (-1,7 %punt).
- Utrecht kent in 2025 6.430 huishoudens met geregistreerde problematische schulden, waar kinderen wonen. Twee derde van deze huishoudens betreffen paren met kinderen, bij een derde gaat het om eenoudergezinnen.
- In 2024 heeft gemiddeld 11% van de 16- tot en met 25-jarigen in Utrecht naar eigen zeggen een schuld die niet gekoppeld is aan studie of hypotheek. Dit aandeel is het hoogst in Overvecht (14%) en het laagst in Vleuten-De Meern (7%). 33% van de Utrechtse 16- tot en met 25-jarigen geeft aan stress te ondervinden van geldzaken of schulden. In 2022 was dit nog 23%.
- Waar het gaat om het gevoel controle te ervaren over geldzaken, geeft 29% van de jongvolwassenen aan hier niet (of te weinig) over te beschikken. Dit percentage loopt op met de leeftijd van de jongeren: voor 16-17 jarigen ligt dit cijfer op 14%, voor 21-25 jarigen ligt dit op 31%.