2. Ontwikkeling lage inkomens
2.1 Algemene trends in gemeente Utrecht
Introductie nieuw armoedecijfer van CBS, SCP en Nibud in 2024
- Sinds 2024 is er een nieuwe berekening van armoede beschikbaar. CBS, Nibud en SCP hebben deze gezamenlijk ontwikkeld ter vervanging van de verschillende armoedematen die zij eerder hanteerden (Wettelijk sociaal minimum, niet veel maar toereikend criterium en basisbehoeftenbudget): De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Sociaal en Cultureel Planbureau.
- Bij deze methode wordt het besteedbare inkomen van het huishouden vergeleken met het minimaal benodigde budget inclusief woon- en energielasten. Ook wordt gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van een vermogensbuffer in het huishouden. Met dit nieuwe cijfer wordt een betere inschatting gemaakt van de omvang van armoede.
- Er zijn op basis van deze methodiek echter nog geen uitsplitsingen mogelijk naar bijvoorbeeld huishoudenstype of wijken. Daarnaast sluit de nieuwe methode niet aan bij de huidige uitvoeringspraktijk van de gemeentelijke armoederegelingen. Hier is inkomensniveau het uitgangspunt voor toekenning van armoederegelingen.
Figuur 2.1.1: Aandeel inwoners in armoede G4 2018-2024
Infogram URL
CBS, SCP en Nibudcijfers: lichte stijging Utrechtse armoede in 2024
- Ten opzichte van een jaar eerder (2023) is er sprake van een lichte stijging van het aantal mensen in armoede volgens de CBS, SCP en Nibud armoedeberekeningen. Voor Utrecht gaat het om een stijging van 3,6% in 2023 naar 4,0% in 2024. Voor Nederland om een stijging van 2,7% armen in 2023 naar 3,1% armen in 2024.
- Binnen de G4 scoort Utrecht het gunstigst op armoedegebied, maar wel iets ongunstiger dan Nederland gemiddeld. Gemiddeld in Nederland is 3,1% van de inwoners arm te noemen in 2024 (551.300 mensen), voor de gemeente Utrecht is dat 4,0% (14.800 mensen). Binnen de G4 heeft de gemeente Amsterdam relatief de meeste inwoners die in armoede leven (6,7%).
- Ook het aandeel inwoners dat langdurig arm is (drie jaar of langer), is in Utrecht (0,8%, ofwel 3.000 mensen) in 2024 iets hoger dan in Nederland gemiddeld (0,7%, ofwel 131.300 mensen). Binnen de G4 heeft de gemeente Den Haag relatief de meeste inwoners die langdurig in armoede leven (1,7%).
Langjarige ontwikkeling in Utrecht van diverse soorten lage inkomens grotendeels gunstig
- Als we naar de langjarige ontwikkeling van lage inkomens in de gemeente Utrecht kijken, nemen we vijf soorten inkomens als uitgangspunt in de periode 2014-2025:
- huishoudens met een bijstandsuitkering
- huishoudens met een inkomen tot 101% van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM) (Bijstandsniveau)
- huishoudens met een inkomen tot 101% WSM – langdurig (vier jaar of meer)
- huishoudens met een inkomen tot 125% WSM (Utrechtse armoedegrens)
- huishoudens met een inkomen tot 125% WSM – langdurig (vier jaar of meer)
- Overall zien we dat in de periode 2014-2024 diverse trends zich stabiel of gunstig ontwikkeld hebben.
- Langjarig zijn een dalende trends te zien tussen 2014 en 2024. Het aandeel huishoudens met een inkomen tot 101% WSMdaalt van 9,2% naar 7,3%. Het aandeel huishoudens met inkomen tot 125% WSM (de Utrechtse armoedegrens) daalt in deze periode van 17% naar 13,6%. En het aandeel huishoudens met langdurig een inkomen tot 125% WSM is gedaald van 9,4% naar 8,9%.
- Op één punt is er echter sprake van een ongunstige ontwikkeling tussen 2014 en 2024, namelijk waar het gaat om huishoudens met een langdurig inkomen tot 101% WSM. Dit percentage lag in 2014 op 2,9% en is in 2024 gegroeid naar 3,9%.
- huishoudens met een bijstandsuitkering
Tabel 2.1.2: Ontwikkeling diverse soorten lage inkomens in Utrecht, 2014-2026
Infogram URL
Figuur 2.1.2: Aandeel Utrechtse huishoudens naar laag inkomen 2014-2024
Infogram URL
2.2 Verschillen naar wijk
In Overvecht de meeste huishoudens met een bijstandsuitkering
- Op 1 januari 2026 maakt 5,1% van de huishoudens in de gemeente Utrecht (10.046) gebruik van een bijstandsuitkering. Dit aandeel ligt hoger dan in 2024, toen het 4,8% betrof, maar lager dan in de jaren 2016 en 2017 toen het ging om 5,7%
- Op wijkniveau zijn er diverseverschuivingen waarneembaar tussen 2014 en 2026. In de wijk Overvecht wonen in 2026 (gemeten op 1 januari) de meeste huishoudens met een bijstandsuitkering (2.340) en dit aantal is in de periode 2014 – 2025 relatief sterk toegenomen (+ 266). De wijk Noordwest volgt de wijk Overvecht als het gaat om de omvang van het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering (1.383 in 2025), echter is hier sprake van een afname ten opzichte van 2014 (-93). Zowel absoluut als relatief vond de grootste groei van het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering plaats in de wijk Leidsche Rijn (+ 535), wat ook te verklaren is uit de groei van de wijk tussen 2014 en 2025.
Tabel 2.2.1: Aantal Utrechtse huishoudens met een bijstandsuitkering naar wijk (2014-2025)
Infogram URL
Meeste huishoudens met inkomen tot 125% WSM wonen in Overvecht
- Van het totaal aantal Utrechtse huishoudens met een inkomen tot 125% WSM woont in 2024 een op de vijf in Overvecht (20%). Nog eens 15% woont in Noordwest, 14% in Zuidwest en 10% in Zuid. Bijna twee derde (59%) van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM woont in een van deze vier wijken.
- Van het totaal aantal huishoudens in Overvecht heeft 28,3% een inkomen tot 125% WSM. Overvecht heeft daarmee het hoogste aandeel. In Vleuten-De Meern is dit aandeel het laagst (7,1%).
- In Overvecht wonen ook relatief de meeste huishoudens langdurig in armoede (4 jaar of langer). Het gaat om 21,6%, dat is ruim twee keer zo veel als stedelijk gemiddeld (8,9%).
- Kijken we over een langere periode dan zien we dat het aandeel huishoudens met een inkomen tot 125% WSM tussen 2015 en 2024 het sterkst gedaald is in Zuidwest (van 22,3% naar 17,2%), Overvecht (van 32,8% naar 28,3%) en Noordwest (van 20,4% naar 16,1%).
Figuur 2.2.1 Aandeel Utrechtse huishoudens met inkomen tot 125% WSM (2023-2024)
Infogram URL
Tabel 2.2.2 Aandeel Utrechtse huishoudens met langdurig inkomen tot 125% WSM, naar wijk (2014-2024)
Infogram URL
2.3 Verschillen naar inkomensbron
Grootste deel huishoudens met laag inkomen heeft dit uit uitkering, 25% heeft inkomen uit werk
- Huishoudens met een uitkering hebben relatief vaak een inkomen tot 125% WSM (86,8% versus 13,6% gemiddeld in Utrecht). Van de huishoudens met inkomen uit pensioen heeft in 2024 26% een inkomen tot 125% WSM, bij huishoudens met inkomen uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering 39,1%.
- Bij huishoudens met inkomen uit werk is het aandeel met een inkomen tot 125% WSM het laagst (4,5%). Omdat het wel gaat om een groot aantal huishoudens heeft alsnog een kwart (25%) van alle huishoudens met een inkomen tot 125% WSM een inkomen uit werk.
- Bij alle Utrechtse huishoudens met een inkomen tot 125% WSM, is in 2024 bij 30% van de huishoudens pensioen de voornaamste inkomensbron. Dit aandeel is sinds 2014 gegroeid, toen dat nog op 27% lag.
- In 10% van de gevallen gaat het om huishoudens met een arbeidsongeschiktheidsuitkering als belangrijkste inkomensbron. Dit aandeel is vrijwel stabiel in Utrecht over het hele voorafgaande decennium.
- 27% van de huishoudens met inkomen tot 125% WSM bestaat in 2024 uit mensen met een werkloosheids- of bijstandsuitkering. Dit aandeel is lager dan in 2017 (30%), maar hetzelfde als in 2014 (27%).
Figuur 2.3.1: Utrechtse huishoudens met inkomen tot 125% WSM naar inkomstenbron 2014-2024
Infogram URL
2.4 Verschillen naar huishoudtype
Lage inkomens kennen relatief hoog aandeel eenpersoonshuishoudens
- Kijken we naar de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM, dan zien we dat deze groep in 2024 voor het grootste deel bestaat uit eenpersoonshuishoudens (70%). Dit aandeel is in de voorafgaande tien jaar gegroeid (2014: 65%).
- 11% van de huishoudens met 125% WSM zijn paren zonder kinderen. Dit aandeel is in de voorafgaande tien jaar constant gebleven.
- 8% van de huishoudens met 125% WSM bestaat in 2024 uit paren met kinderen. Dit aandeel is iets teruggelopen ten opzichte van 2014 (11%).
- 10% van de huishoudens met 125% WSM bestaat in 2023 uit eenoudergezinnen. Ook dit aandeel is sinds 2014 (12%) iets teruggelopen.
- Eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens hebben relatief het vaakst een inkomen tot 125% WSM. 22,2% van de eenoudergezinnen en 21,3% van de eenpersoonshuishoudens heeft in 2024 een inkomen tot 125% WSM versus 13,6% stedelijk gemiddeld. Bij paren zonder kinderen en paren met kinderen is dit respectievelijk 6% en 5%.
Figuur 2.4.1: Utrechtse huishoudens met inkomen tot 125% WSM naar type huishouden 2014-2024
Infogram URL
2.5 Verschillen naar leeftijd
Leeftijd: lage inkomens vrij gelijk verspreid over leeftijdsgroepen
- Kijken we naar de leeftijdsgroepen van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM, dan zien we dat die verdeling vrij evenwichtig is, en stabiel over de jaren heen. Van alle huishoudens met een inkomen tot 125% WSM zijn er relatief weinig met een hoofdkostwinner tot en met 24 jaar. In de periode 2020-2024 ging het steeds om 6%. Dit kan verklaard worden uit het feit dat veel jongvolwassenen van die leeftijd nog studeren en/of mogelijk thuis wonen en daarom geen afzonderlijk huishouden vormen, studenten met studiefinanciering worden niet in de lage inkomens meegenomen.
- Vanaf 25 jaar zien we dat er een vrij gelijke verdeling is over leeftijdsgroepen (25-44 jaar, 45-64 jaar, 65+) wat betreft het hebben van een inkomen tot 125% WSM, die door de jaren heen fluctueert tussen de 28% en 33% voor elke leeftijdsgroep
- Huishoudens met een kostwinner van 65 jaar en ouder hebben relatief vaak een inkomen tot 125% WSM, bijna een kwart van hen (24,5%). Ook bij huishoudens met een kostwinner jonger dan 25 jaar is het aandeel met een inkomen tot 125% WSM met 19,4% hoger dan de gemiddelde 13,6% in de stad. Het aandeel is het kleinst bij huishoudens met een kostwinner tussen de 25 en 44 jaar (9%).
Figuur 2.5.1: Utrechtse huishoudens met inkomen tot 125% WSM naar leeftijd 2020-2024
Infogram URL