3. Moeite met rondkomen in Utrecht
3.1 Moeite met rondkomen: de beleving van armoede
Ervaren armoede gemeten in gemeentelijke Inwonersenquête
- Inkomenscijfers geven slechts een beperkt beeld van financiële problemen die inwoners kunnen ervaren. Inwoners met een laag inkomen hebben niet altijd problemen met rondkomen, doordat ze bijvoorbeeld lage kosten hebben of een vermogen. Voor hoge inkomens kan het omgekeerde gelden. In de Inwonersenquête vragen we aan Utrechters in hoeverre ze goed kunnen leven van hun inkomen. Hiermee vullen we het beeld van de inkomenscijfers aan met de beleving van inwoners. De Inwonersenquête wordt om de twee jaar afgenomen. We rapporteren hier resultaten uit 2019, 2021, 2023 en 2025.
- Kanttekening hierbij is dat kwetsbare groepen veelal een ondervertegenwoordiging kennen in vragenlijstonderzoek. Huishoudens die bezig zijn hun hoofd boven water te houden, doen hier minder vaak aan mee. Het aandeel huishoudens dat slecht kan leven van hun inkomen zal in werkelijkheid waarschijnlijk hoger zijn dan gerapporteerd. Trends en verschillen tussen groepen geven wel een goede indicatie van de ontwikkeling en variaties tussen verschillende inkomensgroepen.
Ongeveer 6% van de Utrechters kan (zeer) slecht leven van inkomen
- 6% van de Utrechters geeft in de Inwonersenquête van 2025 aan slecht tot zeer slecht te kunnen leven van het inkomen van het huishouden. Zoals al genoemd, weten we dat inwoners met geldproblemen of andere problematiek vaak ondervertegenwoordigd zijn in vragenlijstonderzoek. We moeten er dus rekening mee houden dat het werkelijke aandeel hoger ligt.
- Met 6% is het aandeel Utrechters dat aangeeft slecht tot zeer slecht te kunnen leven van het inkomen van het huishouden terug op het niveau van 2018. In 2021 was er een afname naar 5%. Dat het aandeel weer iets is toegenomen kan te maken hebben met de stijging van de energieprijzen, de hoge inflatie en de energiecompensatie die gestopt is. In het laatste jaar is het aandeel inwoners dat aangeeft (zeer) goed te kunnen leven van hun inkomen toegenomen van 68% in 2023 naar 72% in 2025.
Figuur 3.1.1: Aandeel huishoudens dat slecht kan leven van het huishoudinkomen (2015-2025)
Infogram URL
3.2 Achtergrondkenmerken van Utrechters die moeilijk rond kunnen komen
Sommige groepen geven vaker aan slecht te kunnen leven van hun inkomen
- 14% van de inwoners die in de Inwonersenquête aangeven een beperking te hebben, kan meer dan gemiddeld (zeer) slecht leven van het huishoudinkomen (onder de totale Utrechtse bevolking is dit 7%). Dit aandeel fluctueert en is na een stijging in 2023 in 2025 weer iets gedaald.
- Ook inwoners met basisonderwijs of vmbo als laatst afgeronde opleiding kunnen vaker dan gemiddeld slecht van hun inkomen leven (17%).
- Vergelijking van de uitkomsten voor de verschillende groepen met het stedelijk gemiddelde is indicatief omdat het om een kleine groep gaat.
Figuur 3.2.1: Achtergrondkenmerken aandeel Utrechters dat (zeer) slecht kan leven van inkomen (2019-2025)
Infogram URL
Utrechters die (zeer) slecht kunnen leven van inkomen zijn relatief iets jonger
- Het aandeel inwoners dat (zeer) slecht kan rondkomen bestaat in 2025 voor een relatief groot deel uit inwoners van 18-29 jaar (40%). Ten opzichte van 2023 is dit aandeel iets toegenomen.
- 4% van de 65-plussers geeft in 2025 aan (zeer) slecht te kunnen rondkomen. Zij vormen 9% van de totale groep Utrechters die aangeeft (zeer) slecht te kunnen rondkomen. Dit aandeel is iets lager dan in 2021 (10%).
Figuur 3.2.2: leeftijd Utrechters binnen diverse niveaus van rondkomen 2021-2025
Infogram URL
Bijna 40% Utrechters die (zeer) slecht kunnen leven van inkomen is alleenstaand
- Bijna vier op de tien inwoners die aangeven (zeer) slecht te kunnen leven van het huishoudinkomen is alleenstaand (39%). Dat is een groter aandeel dan bij inwoners die (zeer) goed of niet goed/niet slecht kunnen rondkomen en ook meer dan gemiddeld in Utrecht. Van de huishoudens die (zeer) goed kunnen rondkomen is 25% alleenstaand.
- Het aandeel alleenstaanden en eenoudergezinnen is lager in de groepen die beter kunnen rondkomen. Het aandeel paren met kinderen en paren zonder kinderen is juist groter in de groepen die beter kunnen rondkomen.
Figuur 3.2.3: huishoudenssamenstelling Utrechters binnen diverse niveaus van rondkomen (2021-2025)
Infogram URL
Meeste Utrechters die slecht kunnen leven van hun inkomen hebben een laag inkomen
- Ruim de helft van de Utrechters die in 2025 aangeven (zeer) slecht te kunnen leven van hun inkomen heeft een huishoudinkomen van minder dan €1.400 netto per maand (53%).
- 16% van de Utrechters die aangeven (zeer) slecht te kunnen leven van hun inkomen heeft maandelijkse netto-inkomsten tussen de €1.400 en €1.850. Dit aandeel is weer op hetzelfde niveau als in 2021 (16%).
- 21% van de Utrechters die aangeeft (zeer) slecht te kunnen leven van hun inkomen heeft een huishoudinkomen van meer dan €1.850 per maand. Hiermee zien we dat Utrechters met een relatief hoog inkomen vaker aangeven moeilijk te kunnen leven van hun inkomen. Het grootste deel van deze toename zit in het inkomen €1.850-€2.500 per maand.
- Een klein percentage van 3% geeft aan bij een netto huishoudinkomen van meer dan €4.000 per maand (zeer) slecht te kunnen rondkomen. Andersom geeft ook 4% van de Utrechters met een laag inkomen (< €1.400 per maand) aan (zeer) goed te kunnen rondkomen.
- Over het geheel zien we dat de groep die (zeer) slecht kan rondkomen voor het grootste deel bestaat uit Utrechters met een laag inkomen.
Figuur 3.2.4: mate van rond kunnen komen Utrechters naar netto inkomsten (2021-2025)
Infogram URL
Bijna een kwart van de Utrechters die slecht kan leven van inkomen heeft opleiding tot en met vmbo-niveau, de helft een hbo- of universitaire opleiding
- Iets minder dan een kwart van de inwoners die (zeer) slecht kunnen leven van hun inkomen heeft basisonderwijs of vmbo als hoogste opleiding (22%). Van de groep die aangeeft (zeer) goed te kunnen leven van hun inkomen heeft een veel lager aandeel (5%) basisonderwijs of vmbo als hoogste opleiding.
- De helft van de groep die (zeer) slecht kan rondkomen heeft een opleiding op hbo- of universitair niveau. Bij de Utrechters die aangeven (zeer) goed te kunnen leven van hun inkomen gaat het om 79% die een opleiding heeft op hbo- of universitair niveau.
Figuur 3.2.5: Rondkomen Utrechters naar hoogste behaalde opleiding (2021-2025)
Infogram URL
3.3 Gezondheid en welzijn van Utrechters die moeilijk rond kunnen komen
Utrechters die (zeer) slecht kunnen leven van hun inkomen doen minder vaak mee en scoren slechter op welbevinden
- Inwoners doen minder vaak mee [zie kader] naarmate ze minder goed kunnen leven van hun inkomen. Gemiddeld doet in 2025 84% mee. Voor mensen die (zeer) slecht kunnen rondkomen is dat 62%. In vergelijking met 2023 is voor alle niveaus van rondkomen het aandeel mensen dat meedoet toegenomen. Overigens zijn deze cijfers van de periode voordat de nota financiële bestaanszekerheid (2024) in werking trad.
- Inwoners die aangeven niet goed te kunnen leven van hun inkomen, doen relatief minder vaak vrijwilligerswerk en hebben relatief minder vaak sociaal contact dan inwoners die aangeven goed te kunnen leven van hun inkomen. In iets mindere mate geldt dit ook voor deelname aan sport/cultuur.
- Inwoners die aangeven niet goed te kunnen leven van hun inkomen scoren minder gunstig op hun persoonlijk en maatschappelijk welbevinden dan degenen die aangeven wel goed te kunnen leven van hun inkomen. Binnen de groep die aangeeft (zeer) goed te kunnen rondkomen scoort 93% gunstig op de maat voor maatschappelijk welbevinden en 94% op de maat voor persoonlijk welbevinden, 92% heeft veel sociale contacten en geen isolement. Binnen de groep die aangeeft (zeer) slecht te kunnen rondkomen is dat 48% respectievelijk 63% en heeft 65% voldoende sociale contacten en geen isolement. Voor deze groep geldt overigens wel dat het maatschappelijk- en persoonlijk welbevinden is toegenomen sinds 2021.
Figuur 3.3.1: Rondkomen Utrechters naar meedoen en welbevinden (2023)
Infogram URL
Meedoen
Een inwoner 'doet mee' als sprake is van tenminste drie van de volgende vier aspecten: hebben van (vrijwilligers)werk of volgen van een opleiding, deelnemen aan sport/culturele activiteiten, actief zijn in de buurt en hebben van sociale contacten.
Maatschappelijk welbevinden
De score op maatschappelijk welbevinden is gebaseerd op de scores van vier stellingen: mensen zoals ik hebben het slecht in Nederland, de samenleving accepteert me niet echt, in deze samenleving ben ik niet belangrijk, mensen zoals ik voelen zich achtergesteld in Nederland.
Persoonlijk welbevinden
De score op persoonlijk welbevinden is tot stand gekomen op basis van de volgende twee stellingen: ik ben tevreden met mijn leven en ik ben gelukkig.
Inwoners die moeite hebben met rondkomen hebben veel vaker gezondheidsproblemen
- Uit de gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 blijkt dat Utrechters die moeite hebben met rondkomen gemiddeld een minder goede gezondheid hebben en slechter scoren op factoren die gezondheid beïnvloeden dan Utrechters die geen moeite hebben met rondkomen. Zij hebben bijvoorbeeld vier keer zo vaak een benodigde medische behandeling niet ontvangen en zijn bijna drie keer zo vaak ernstig eenzaam als Utrechters die geen moeite hebben met rondkomen. De gezondheidsverschillen tussen Utrechters die moeite hebben met rondkomen en Utrechters die dat niet hebben namen de afgelopen jaren toe.
- Ook op andere indicatoren is er een toename in verschillen naar rondkomen. Inwoners die moeite hebben met rondkomen hebben bijvoorbeeld steeds vaker moeite met het begrijpen van schriftelijke gezondheidsinformatie. Dit blijkt uit de speciale uitgave over gezondheidsverschillen bij volwassenen bij de Volksgezondheidsmonitor.
Figuur 3.3.2: gezondheidsproblemen bij mensen die moeite hebben met rondkomen
Infogram URL