Image
Taal van de content
Nederlands

6. Armoede- en schuldenproblematiek rondom jeugd

6.1 Armoede in gezinnen met kinderen 

2,8% van de Utrechtse kinderen groeit op in armoede volgens nieuwe definitie

  • In 2024 is het CBS samen met NIBUD en SCP gaan werken met een integrale armoede-maat, waarbij het besteedbare inkomen vergeleken wordt met het minimaal benodigde budget inclusief de betaalde vaste lasten aan wonen en energie. Daarnaast wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van een mogelijke vermogensbuffer.
  • In 2024 geldt dat volgens die berekeningen in heel Nederland 2,8% van de kinderen (0-18 jaar) opgroeit in armoede. Voor de gemeente Utrecht is dit ook 2,8%.  Van de G4 gemeenten zijn de cijfers voor Utrecht het meest gunstig, voor Rotterdam het meest ongunstig. Hier leeft 5,9% van de kinderen in armoede.
  • Waar het gaat om het langdurig in armoede leven: zowel landelijk als voor de gemeente Utrecht geldt in 2024 dat 0,7% van alle kinderen drie jaar of langer in armoede leeft.
  • Ontwikkelingen door de jaren heen laten zien dat het aandeel kinderen dat in armoede opgroeit (volgens deze nieuwe definitie) zowel landelijk als voor de gemeente Utrecht flink aan het afnemen is. Vooral Tussen 2018 en 2024 daalt het aandeel landelijk van 8,7% naar 2,8% en voor de gemeente Utrecht van 10,1% naar 2,8%.
  • Waar het gaat om langdurig in armoede leven, gaat dat in 2020 om 3,8% van de Utrechtse kinderen en in 2024 om 0,7%. Beide percentages liggen voor Utrecht in de buurt van Nederland gemiddeld (3,2% in 2020 en 0,7% in 2024).
  • Zichtbaar is hoe het Utrechtse aandeel steeds meer naar het landelijk gemiddelde groeit. 

6.1.1 Kinderen in armoede in G4 en Nederland, berekend volgens CBS-methode (2024)

Infogram URL

6.1.2 Aandeel kinderen in armoede in Utrecht en Nederland 2018-2024

Infogram URL

Aandeel kinderen dat opgroeit in huishouden met inkomen onder de Utrechtse armoedegrens stijgt licht

  • De gemeente Utrecht hanteert een inkomensgrens voor de armoederegelingen. Deze Utrechtse armoedegrens ligt op een inkomen van 125% WSM.
  • In 2023 groeit 10,8% van de Utrechtse kinderen (0-17 jaar) op in een huishouden met een inkomen tot 125% WSM (7.300 kinderen). In 2023 ging het om 10,6% (7.300 kinderen), in 2018 nog om  12,4% (8.400 kinderen).
  • Het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met inkomen tot de Utrechtse armoedegrens verschilt sterk per wijk. In Overvecht gaat het om 31,3% van de kinderen (zo’n 2.100 minderjarige kinderen), in  Zuidwest om 21,1% (zo’n 1.300 minderjarige kinderen), in Noordoost (2,6%) en Vleuten – De Meern (3,7%) liggen deze percentages vele malen lager (respectievelijk zo’n 200 en 500 minderjarige kinderen).

6.1.3 Aandeel kinderen (tot 18 jaar) in huishoudens met inkomen tot 125% WSM 2014-2024

Infogram URL
  • Tussen 2014 en 2024 was sprake van een dalende trend van het aandeel kinderen dat in huishoudens met inkomens onder de Utrechtse armoedegrens  leefde. Gemiddeld daalde het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met inkomen tot 125% WSM met 3,6%punt van 14% in 2014 naar 10,8% in 2024. Deze daling heeft niet gelijkmatig over alle wijken plaatsgevonden. De sterkste daling trad op in de wijken Overvecht (-8,2%punt), Zuidwest (-5,9%punt) en Noordwest (-5,7%punt). Relatief weinig daling was te zien in de wijken Oost (-0,1%punt), Zuid (-1,2 %punt) en Vleuten-De Meern (-1,7 %punt).
  • Het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met langdurig een inkomen op bijstandsniveau (101% WSM) is ook vrijwel gelijk gebleven. Het betreft zo’n 3.500 Utrechtse kinderen in 2024. Voor 1.300 van deze kinderen gaat het om een langdurige situatie: 2,1% van de Utrechtse kinderen. Het CPB voorspelt voor komende jaren een daling van het aantal kinderen in armoede.

6.2 Gezins- en persoonlijke schulden bij kinderen en jongeren

  • Schuldenproblematiek kan op uiteenlopende manieren een rol spelen in het leven van kinderen en jongeren. Enerzijds doordat kinderen opgroeien in huishoudens waar schuldenproblematiek speelt (en alle mogelijke spanningen die daarbij kunnen optreden). Anderzijds omdat jeugdigen op een gegeven moment ook zelf te maken kunnen krijgen met schulden.
  • Het CBS heeft een uitgebreid systeem ontwikkeld om schulden van huishoudens in kaart te brengen. Het gaat om ‘geregistreerde problematische schulden’ waarbij gebruik gemaakt wordt van registratiedata van schulden die huishoudens hebben bij een 15-tal aan de overheid gekoppelde instanties zoals belastingdienst, DUO, SVB, CJIB en van registraties bij BKR en deelname aan schuldsaneringstrajecten (WSNP).
  • Om te bepalen of er bij een huishouden sprake is van een problematische schuld, zijn er per instantie criteria opgesteld. Bijvoorbeeld is er sprake van een problematische schuld bij de belastingdienst als ten minste één persoon in het huishouden een belastingschuld heeft die in de afgelopen 12 maanden niet inbaar is gebleken. Vaak is er op huishoudensniveau sprake van problematische schulden bij meerdere instanties.

Geregistreerde schulden in 6.430 Utrechtse huishoudens met kinderen

  • In totaal heeft 7,3% van de Utrechtse huishoudens (14.210) te maken met geregistreerde problematische schulden. In 7.790 van deze huishoudens wonen geen kinderen, in 6.430 huishoudens wonen wel kinderen; in 2.500 huishoudens gaat het om 1 kind, in 2.190 huishoudens om 2 kinderen en 1.740 huishoudens gaat het om 3 of meer kinderen. Van de groep huishoudens met kinderen met schulden gaat het in 67% om paren met kinderen en in 33% om eenoudergezinnen.
  • In 2025 is er in Utrechtse huishoudens met geregistreerde schulden relatief vaker sprake van jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering (5,4%) dan in Utrechtse huishoudens zonder geregistreerde problematische schulden (2,2%). Dit wil volgens het CBS niet zeggen dat jeugdzorg het gevolg is van schuldenproblematiek of andersom; het zegt alleen iets over hoe vaak deze achtergrondkenmerken samen voorkomen. (Bron: CBS (z.d.) Schuldenproblematiek in beeld).

Relatie jeugdzorg en schuldenproblematiek

Het CBS doet onderzoek naar de mate waarin bepaalde kenmerken van huishoudens samenvallen. Zonder daar overigens uit te concluderen dat het hierbij om een oorzaak-en-gevolg verband gaat. Voor heel Nederland geldt dat:

  • gemiddeld 13,5% van de jongeren in 2023 te maken met jeugdhulp. Dit cijfer ligt op 12,9% waar het jongeren betreft uit huishoudens zonder probleemschulden en op 19,2% waar het jongeren betreft uit huishoudens mét probleemschulden.
  • 1,2% van de jongeren tussen 12-23 jaar, afkomstig uit een huishouden met geregistreerde problematische schulden, heeft in 2023 te maken met jeugdreclassering. Dit geldt voor 0,2% van de jongeren tussen 12-23 jaar afkomstig uit een huishouden zonder probleemschulden.

Bron: CBS (2025) Jongeren met jeugdzorg naar geregistreerde problematische schulden en GGZ-gebruik in het huishouden, 2023

11% van jongvolwassen Utrechters heeft schulden los van studie of hypotheek 

  • In 2024 heeft gemiddeld 11% van de 16- tot en met 25-jarigen in Utrecht naar eigen zeggen een schuld die niet gekoppeld is aan studie of hypotheek. Dit aandeel is het hoogst in Overvecht (14%) en het laagst in Vleuten-De Meern (7%).
  • Landelijk bestaat het aandeel mensen met een problematische geregisteerde schuld voor 2,9% uit jongeren van 16 tot 25 jaar (21.230 personen). Voor de gemeente Utrecht gaat het om 3,4% (480 personen). Waar het gaat om langdurig problematische schulden is dit aandeel landelijk 1,7% (8.090 personen) en voor de gemeente Utrecht 1,9% (170 personen).
  • 33% van alle jongvolwassenen (16- tot en met 25-jarigen) geeft aan stress te ondervinden van geldzaken of schulden. In 2022 ging het nog om 23%. Waar het gaat om het gevoel controle te ervaren over geldzaken, geeft 29% van de jongvolwassenen aan hier niet (of te weinig) over te beschikken. Dit percentage loopt op met de leeftijd van de jongeren: voor 16-17 jarigen ligt dit cijfer op 14%, voor 21-25 jarigen ligt dit op 31%. 

6.2.1 Aandeel Utrechtse jongvolwassenen met schulden los van studie of hypotheek, 2024

Infogram URL

6.2.2 Utrechtse jongvolwassenen over schulden 2022-2024

Infogram URL

6.2.3 Aandeel Utrechtse jongvolwassenen (16 t/m 25 jaar) dat weinig controle voelt over geldzaken 2022-2024

Infogram URL

50% Utrechtse jongvolwassenen heeft studieschuld

  • In heel Nederland is de gemiddelde studieschuld, sinds het leenstelsel in 2015 is ingevoerd, toegenomen met -€ 5.800 tot -€ 18.200 in 2025. Alhoewel een studieschuld in principe niet tot armoede leidt (want wordt kwijtgescholden als het inkomen te laag is), kan het wel drukkend werken. Zo wordt een studieschuld zwaar meegerekend bij de hypotheekaanvraag en is deze rentedragend.
  • In 2024 heeft 50% van de Utrechtse jongvolwassenen (16 tot en met 25 jaar) een studieschuld. Een derde van alle jongvolwassenen met studieschuld geeft aan zich hier zorgen over te maken (Bron: Gezondheidsmonitor jongvolwassenen gemeente Utrecht).

Meer weten?