Image
Taal van de content
Nederlands

4. Armoederegelingen: gebruik en bereik

4.1 Vier armoederegelingen

  • De Utrechtse armoedeaanpak bestaat uit verschillende armoederegelingen. De U-pas is de meest gebruikte regeling om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen. Met een U-pas krijgt een huishouden een budget om te besteden aan onder andere culturele of sportieve activiteiten of korting op activiteiten. Met een U-pas kunnen mensen daarbij makkelijker andere regelingen aanvragen. Naast de U-pas is er Individuele Inkomenstoeslag (IIT) voor huishoudens met een langdurig laag inkomen, kwijtschelding gemeentebelasting voor huishoudens met een laag inkomen in een huurwoning en bijzondere bijstand voor incidentele problematische situaties. In deze monitor kijken we naar het gebruik van deze vier armoede-regelingen:
    • U-pas
    • Individuele Inkomens Toeslag (IIT)
    • Bijzondere Bijstand (BB)
    • Kwijtschelding gemeentebelastingen
  • Vanaf 2025 zijn de collectieve aanvullende zorgverzekering en regeling tegemoetkoming zorgkosten afgeschaft. Deze nemen we daarom niet meer mee in deze rapportage.
  • In deze monitor geven we een korte beschrijving per regeling en kijken naar het gebruik en naar de  achtergrondkenmerken van gebruikers.
  • Voor het bereik van de doelgroep met de verschillende regelingen is een aparte analyse uitgevoerd waarvan de resultaten in een aparte paragraaf staan. 

Figuur. 4.1.1: Toegekende armoederegelingen gemeente Utrecht, 2023-2025

Infogram URL

4.2 U-pas

U-pas: De U-pas is een gratis meedoen-pas voor inwoners met een laag inkomen. Met de pas kunnen zij een persoonlijk budget besteden aan sport, cultuur en andere activiteiten. Ook geeft de pas korting bij aangesloten aanbieders. Het U-pasjaar loopt van juli tot juli. Een U-pas is een jaar geldig.

Doel: Het doel van de U-pas is om financiële drempels weg te nemen en mensen met een laag inkomen de kans te geven volwaardig mee te doen in de samenleving.

Doelgroep: Huishoudens met een inkomen tot 125% WSM. In 2023 waren dit 22.400 huishoudens (voorlopige cijfers).

Gebruik: 38.487 pashouders in U-pasjaar 2024-2025, 23.676 hoofdpashouders (of huishoudens).

Bereik onder huishoudens inkomen tot 125% WSM: 57% (2023)

Ruim een kwart van de U-passen zijn voor kinderen

  • In het U-pas jaar 2024-2025 zijn er 38.487 U-pashouders. 62% van de U-pashouders is hoofdpashouder. Hiermee komt het aantal huishoudens met een U-pas op 23.676.
  • Naast de 23.676 hoofdpashouders is 26% van de U-passen in handen van een kind (10.160) en 12% betreft een partner (4.651).
  • Het aantal U-pas houders is lager dan een jaar eerder (2023-2024), toen waren er 42.481 U-pas houders en 24.160 hoofdpashouders (of huishoudens). In 2023-2024 was vooral het aantal partners in huishoudens met een U-pas hoger (18% en 7.536 partners).

Figuur 4.2.1: Verdeling U-passen in huishoudens naar pashouder in U-pas jaar 2024-2025

Infogram URL

Bijna de helft van de U-pas houders is minderjarig of pensioengerechtigd

  • Ruim de helft van de U-pashouders (54%) zijn tussen de 18 jaar en AOW-leeftijd. Een op de vijf (20%) heeft de pensioengerechtigde leeftijd. Iets meer dan een kwart van de U-pas houders is minderjarig (26%). 

Figuur 4.2.2: Verdeling U-pashouders naar leeftijd in U-pas jaar 2024-2025

Infogram URL

Hoogste besteding U-pas budget bij (basisschool) kinderen

  • Gemiddeld is 75% van het U-pasbudget in 2024 -2025 gebruikt. Dit is meer dan in 2023-2024, toen was de budgetuitputting 70%. Het gebruik is toegenomen bij alle leeftijdsgroepen, maar het sterkst bij 18-plussers en AOW-ers.
  • Het gebruik van het budget is het grootst bij schoolgaande kinderen (basisschoolleeftijd 92%, middelbare school 90%).
  • Gepensioneerden gebruiken het minst van het budget (54%). Hier is de stijging ten opzichte van een jaar eerder wel het grootst. 

Figuur 4.2.3: Besteding U-pasbudget per leeftijdsgroep, 2023-2025

Infogram URL

Grootste deel van het budget op de U-pas besteed aan OV en computer

  • Als we kijken naar het totaal van het U-pas bestede budget, dan is het grootste deel hiervan besteed aan Openbaar vervoer (18,3%) en Computers (16,6%). Hiernaast gaat ook nog een groot deel van het budget naar Verzorging (14,6%), Sport (12,9%), Fiets (10,6% en Beauty en Welness (9,8%). Een hoog aandeel betekent dat het om dure producten of activiteiten gaat of dat het veel gebruikt wordt.
  • Tussen leeftijdsgroepen zijn verschillende uitschieters. Voor kinderen van 0 t/m 3 jaar nemen net als bij oudere kinderen Computer (29,2%) en Fiets (24,9%) het grootste deel van het budget in beslag. Zij vormen daarnaast de groep die relatief het meest gebruik maakt van bestedingen in de categorie Attracties (8%). Ook bij basisschoolkinderen (4 t/m 12 jaar) gaat het grootste deel van het budget naar Computer (27,6%) en Fiets (21,3%). Het aandeel voor Sport is in deze leeftijdsgroep het grootst (24,2%). Bij kinderen in middelbare schoolleeftijd gaat het grootste deel eveneens op aan Computer (36,2%) en Fiets (19,1%). Bij volwassenen is OV de besteding die het grootste deel van het budget beslaat (37,4%). Daarnaast is het aandeel Verzorging (20,7%) en Sportschool (7,4%) bij deze leeftijdsgroep het grootst. Bij ouderen is OV de grootste post (40,3%). 

Figuur 4.2.4: Bestedingen U-pas naar categorie en leeftijd 2024 - 2025

Infogram URL

4.3 Individuele Inkomenstoeslag (IIT)

IIT: De individuele inkomenstoeslag is een jaarlijkse uitkering voor mensen die minimaal een jaar van een laag inkomen leven en geen uitzicht hebben op verbetering van hun financiële situatie.

Doel: Langdurige minima financieel ondersteunen

Doelgroep: Huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd die 12 maanden of langer leven van een inkomen tot 125% WSM en geen of weinig vermogen. De doelgroep voor IIT is in 2024 aangepast. De inkomensgrens is voor alle huishoudens nu gelijk en verhoogd van 110% WSM naar 125% WSM en huishoudens kunnen sneller IIT krijgen, namelijk na één jaar een laag inkomensniveau in plaats van 3 jaar of langer.

Gebruik: 8.389 huishoudens in 2024

Bereik onder huishoudens inkomen tot 125% WSM: 69% (2023)

80% IIT ontvangers heeft bijstandsuitkering

  • In 2024 ontvingen zo’n 8.390 huishoudens IIT. Dit zijn er bijna net zoveel als in 2023, toen werden ook zo’n 8.390 aanvragen toegekend. Een op de vijf huishoudens met IIT heeft geen bijstandsuitkering, 80% wel.
  • Iets meer dan een kwart van de toegekende aanvragen IIT is voor huishoudens in Overvecht (26%). Daarnaast woont een relatief groot deel in Noordwest (17%) en Zuidwest (17%). Eén op de tien ontvangers komt uit Zuid (10%). In 2023 en voorgaande jaren was deze verdeling vrijwel gelijk. De verdeling sluit aan bij de verdeling van huishoudens die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen in de stad.
  • Het grootste deel van de IIT ontvangers is tussen de 35 en 64 jaar oud (79%). 8% van de huishoudens met IIT bestaat uit 65-plussers. Nog 11% bestaat uit mensen tussen de 27 en 34 jaar oud. Slechts 2% van de ontvangers zijn jongeren tussen de 21 en 26 jaar. 

Figuur 4.3.1: IIT ontvangers uitgesplitst naar woonwijk, 2023-2024

Infogram URL

Figuur 4.3.2: IIT ontvangers uitgesplitst naar leeftijd, 2024

Infogram URL

Figuur 4.3.3: IIT ontvangers met en zonder bijstand, 2024

Infogram URL

4.4 Bijzondere bijstand

Bijzondere bijstand: Een vergoeding voor noodzakelijke kosten, veroorzaakt door bijzondere omstandigheden die de draagkracht te boven gaan.

Doel: Financieel ondersteunen van mensen die door bijzondere omstandigheden noodzakelijke kosten moeten maken.

Doelgroep: Utrechters met een laag inkomen en weinig tot geen eigen vermogen, die door bijzondere omstandigheden noodzakelijke kosten moeten maken die zij niet kunnen betalen.

Omvang doelgroep: Deze is onbekend (het gaat om specifieke situaties die zich voordoen, waarvan geen populatiegegevens bekend zijn).

Gebruik: 6.280 huishoudens hebben in 2024 gebruik gemaakt van bijzondere bijstand.

 Fors meer toekenningen en ontvangers bijzondere bijstand door energietoeslag

  • Voor bijzondere bijstand kan geen bereik worden bepaald, omdat het om specifieke kosten en situaties gaat waarvan geen populatiegegevens bekend zijn.
  • In 2024 hebben 6.280 huishoudens een uitkering bijzondere bijstand gehad. In 2023 waren dit er met 28.620 ruim 4 keer zoveel. Het ging in 2023 en 2024 om respectievelijk 52.430 en 9.440 toekenningen. Het aantal ontvangers en toekenningen is (fors) hoger door de energietoeslag die in 2023 en 2024 uitgekeerd werden via de bijzondere bijstand. In 2023 ging het om ruim 45.000 uitkeringen voor energietoeslag. In 2024 met ruim 1.900 uitkeringen een stuk minder, maar hiermee nog wel meer uitkeringen bijzondere bijstand dan regulier.
  • Bijna twee derde van de toekenningen gaat naar huishoudens waarvan de aanvrager tussen de 35 en 74 jaar oud is. Vergelijken we dit met de leeftijdsverdeling van de hoofdkostwinner in huishoudens met een laag inkomen (125% WSM) dan zien we dat ontvangers van bijzondere bijstand iets vaker jonger zijn (jonger dan 26 jaar) en iets vaker van middelbare leeftijd (45-65 jaar).

Figuur 4.4.1: Leeftijd ontvangers bijzondere bijstand 2024

Infogram URL

Meeste ontvangers bijzondere bijstand wonen in Overvecht, Zuidwest en Noordwest

  • Ook de aanvragers van bijzondere bijstand wonen relatief het vaakst in Overvecht (22%), daarna volgen Noordwest (15%) en Zuidwest (14%). Daarnaast woont nog een op de tien huishoudens met bijzondere bijstand in Zuid (11%) of Leidsche Rijn (10%).

Figuur 4.4.2: Ontvangers bijzondere bijstand uitgesplitst naar wijk

Infogram URL

Bijzondere bijstand het vaakst voor energietoeslag en ‘financiële transacties’ 

  • In 2024 betreft het grootste deel van de toekenningen bijzondere bijstand (kosten voor) financiële transacties. Hieronder vallen zowel leningen als kosten voor bewindvoering. In 2023 is het grootste deel van de toekenningen een uitkering van energietoeslag. Ruim vier vijfde van alle uitkeringen betreft energietoeslag (86%). In 2024 is dit nog een vijfde van de uitkeringen (21%).
  • De uitkeringen voor energietoeslag betrof een bijzondere situatie met een aanvullende regeling, dit geeft dus niet een gemiddeld beeld van de verdeling van soorten categorieën waar bijzondere bijstand voor nodig is. Als we kijken naar het beeld exclusief de uitkeringen voor energietoeslag, hebben we dat beeld wel. We zien dan dat financiële transacties ruim de helft van alle transacties betreft. Daarna zijn de meeste toekenningen voor voorzieningen voor wonen. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld verhuiskosten en kosten voor huisraad. Als we de energietoeslag buiten beschouwing laten, is de verdeling van soorten toekenningen in beide jaren vrijwel gelijk. 

Figuur 4.4.3: Toekenningen bijzondere bijstand naar categorie 2023-2024

Infogram URL

4.5 Kwijtschelding gemeentebelastingen

Kwijtschelding gemeentebelastingen: Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen van gemeentelijke belastingen die samenhangen met wonen (met uitzondering van koopwoningen) en van de hondenbelasting voor maximaal twee honden. Het waterschap sluit aan bij het gemeentelijk beleid, waardoor kwijtschelding automatisch ook geldt voor de waterschapsbelasting.

Doel: Armoedebestrijding

Doelgroep: Utrechters met een inkomen tot 100% WSM, weinig tot geen eigen vermogen en een huurwoning.

Gebruik: 15.730  huishoudens in 2024

Bereik onder huishoudens inkomen tot 125% WSM: 61% (2023)

Bijna een derde van de huishoudens met kwijtschelding in Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn

  • In 2024 hebben 15.730 huishoudens een kwijtschelding van gemeentebelastingen gehad.  
  • Opvallend is dat het grootste deel van de huishoudens in Vleuten-De Meern (18%) woont. En bijna even groot deel woont in Zuidwest (17%). Daarna volgen Leidsche Rijn (14%) , Overvecht (11%) en Zuid (10%).
  • Bijna twee derde van de huishoudens die aanspraak maken op kwijtschelding is een eenpersoonshuishouden (59%). 

Bijna een derde van de huishoudens met kwijtschelding in Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn

  • In 2024 hebben 15.730 huishoudens een kwijtschelding van gemeentebelastingen gehad.
  • Opvallend is dat het grootste deel van de huishoudens in Vleuten-De Meern (18%) woont. En bijna even groot deel woont in Zuidwest (17%). Daarna volgen Leidsche Rijn (14%), Overvecht (11%) en Zuid (10%).
  • Bijna twee derde van de huishoudens die aanspraak maken op kwijtschelding is een eenpersoonshuishouden (59%). 

Figuur 4.5.1: Kwijtschelding gemeentebelastingen naar woonwijk 2021-2023

Infogram URL

Figuur 4.5.2: Kwijtschelding gemeentebelastingen naar huishoudensamenstelling, 2021-2024

Infogram URL

4.6 Bereik armoederegelingen

Uitgangspunten en kanttekeningen bij de bereikanalyse voor armoederegelingen

  • Om te kunnen bepalen in hoeverre de armoederegelingen ook daadwerkelijk benut worden door  doelgroepen hebben we bereikanalyses gemaakt. Hiervoor hebben we gegevens van gebruikers van regelingen uit de registratie van de gemeente en van BghU (Belastingsamenwerking gemeente en hoogheemraadschap Utrecht) ingebracht in een beveiligde CBS omgeving en op huishoudensniveau één-op-één gekoppeld aan de inkomensgegevens van de huishoudens. We rapporteren  de uitkomsten hiervan op hoofdlijnen. Bij de koppeling zijn de volgende kanttekeningen van belang:
  • Registraties sluiten niet helemaal op elkaar aan: het betreft de koppeling van de voorlopige inkomensgegevens van de belastingdienst over 2023 met de gebruikers van de armoederegelingen in 2023. Deze sluiten niet altijd helemaal goed op elkaar aan: een toekenning van een U-pas betreft niet een kalenderjaar, maar een U-pas jaar (juli-juli) en is een heel U-pas jaar geldig, toekenning van een regeling vindt vaak plaats op basis van het inkomen van een jaar eerder (in geval van losse aanvragen, bijstand huishoudens krijgen direct een U-pas) en huishoudens waar niet alle gegevens van bekend zijn of die verhuisd zijn in de tussentijd vallen buiten de analyse.
  • De bepaling van de (potentiële) doelgroep van een regeling is een benadering: voor de regelingen bestaan verschillende voorwaarden die niet allemaal uit de CBS data te halen zijn. Voor kwijtschelding is er bijvoorbeeld naast inkomensniveau een grens aan vermogen dat iemand mag hebben. Deze informatie hebben we niet tot onze beschikking in de gebruikte CBS data. Hiernaast wordt het wettelijk sociaal minimum door het CBS voor veel verschillende huishoudtypen bepaald, bij een groter huishouden is het bedrag hoger. In de toekenning van de regelingen wordt alleen onderscheid gemaakt tussen één en meerpersoonshuishoudens. De (potentiële) doelgroep is hierdoor groter dan de werkelijke grenzen/voorwaarden die gesteld worden.
  • Huishoudens met een onvolledig jaarinkomen doen niet mee: in de inkomensbestanden met lage inkomens van het CBS zijn huishoudens die niet een heel jaar inkomen hebben gehad en studentenhuishoudens buiten beschouwing gelaten (één van de leden van het huishouden moet iedere week inkomen hebben gehad). Mogelijk kunnen deze huishoudens wel aanspraak maken op de regeling en doen ze dat ook. Deze huishoudens vallen in deze analyse buiten de selectie van de doelgroep.
  • Geen uitgebreide analyse van gebruikers buiten de doelgroep: bij het aan elkaar koppelen van de gebruikers van de regelingen en de inkomensgegevens zien we dat deze groepen elkaar maar gedeeltelijk overlappen. Een aanzienlijk deel van de gebruikers valt niet binnen de geselecteerde doelgroep en een aanzienlijk deel van de geselecteerde doelgroep maakt geen gebruik van de regeling. We hebben gekeken naar het inkomensniveau van gebruikers van de regelingen die buiten de doelgroep vallen. Een groot deel van deze groep heeft een inkomen dat iets boven de gestelde inkomensgrens ligt. Mogelijk ligt dit aan het inkomenscriterium bij toekenning, maar er kunnen ook andere redenen zijn dat zij buiten de doelgroepselectie vallen (zoals bijvoorbeeld het hierboven genoemde onvolledige jaarinkomen). Binnen dit onderzoek  hebben we daar nog geen verdiepende analyse op uitgevoerd. 

U-pas en kwijtschelding bereiken ruim de helft van de doelgroep, bereik IIT het hoogst

  • Zo’n 57% van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM heeft een U-pas in 2023.  Van de kinderen in huishoudens met een inkomen tot 125% WSM heeft 76% een U-pas. In 2020 had 56% van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM een U-pas.
  • Van de huishoudens met drie jaar of langer  een inkomen tot 110% WSM of 125% WSM (bij kinderen ouder dan 12 jaar) ontvangt 69% Individuele Inkomenstoeslag. In 2020 ontving 64% van de doelgroep de Individuele Inkomenstoeslag.
  • Van de huishoudens met een inkomen tot 101% WSM ontvangt 61% kwijtschelding van gemeentebelastingen. Dit komt overeen met 72% van de kinderen in huishoudens met een inkomen tot 101% WSM. In 2020 lag dit met 57% nog een stuk lager.
  • Van de doelgroep voor Utrechtse armoederegelingen, een jaar of langer 125 % WSM, maakt 63%  gebruik van één of meerdere regelingen in 2023. 

Figuur 4.6.1: Bereik armoederegelingen doelgroep 125% WSM (2020-2023)

Infogram URL

Bereik naar achtergrondkenmerken

Wanneer we kijken naar de achtergrondkenmerken van de huishoudens die bereikt worden met de regelingen, dan zien we tussen de regelingen een aantal overeenkomsten, maar ook wat specifieke verschillen. 

  • Bij alle regelingen is het bereik in Noordoost, Oost en Binnenstad lager dan gemiddeld.
  • Het bereik is het hoogst bij huishoudens met een bijstandsuitkering. In de wijken met veel huishoudens met een bijstandsuitkering is het bereik dan ook hoog. 

Voor de afzonderlijke regelingen zien we de volgende beelden: 

Figuur 4.6.2: Bereik armoederegelingen doelgroep 125% WSM naar achtergrondkenmerken

Infogram URL

Huishoudens met kinderen en/of bijstand vaak een U-pas, laag bereik bij werknemers

  • Vooral huishoudens waarvan het hoofd van het huishouden een leeftijd heeft tussen de 45 tot 65 jaar hebben vaker dan gemiddeld een U-pas (70%). Bij jongeren tot 25 jaar is het bereik nog gemiddeld, bij huishoudens waarvan de hoofdkostwinner 25 tot 45 jaar oud is, is het bereik iets lager dan gemiddeld (47%).
  • Het bereik van de U-pas is bij huishoudens met kinderen hoger dan gemiddeld. Het bereik van de U-pas is het hoogst bij eenoudergezinnen (77%) en paren met kinderen (72%). Iets meer dan de helft van de alleenstaanden (1-persoonshuishoudens) in de doelgroep heeft een U-pas (53%).
  • Wanneer we naar de belangrijkste inkomensbron kijken zien we dat voor de U-pas het bereik vooral hoger is bij huishoudens met een bijstandsuitkering (93%). Ook bij huishoudens met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (65%) is het bereik met de U-pas iets hoger dan gemiddeld. Bij huishoudens met een AOW en/of pensioenuitkering (53%) en huishoudens met een werkloosheidsuitkering (47%) is het aandeel met een U-pas iets lager dan gemiddeld. Het bereik van de U-pas is het laagst bij huishoudens die hun hoofdinkomen halen uit werk in dienstverband (27%).    
  • Het bereik van huishoudens met inkomen tot 125% WSM is voor de U-pas het hoogste in Overvecht (71%). Ook in Zuidwest (64%), Zuid (61%) en Noordwest (60%) is dit (iets) hoger dan gemiddeld. In de Binnenstad en Oost (beiden 38%) is het bereik het laagst.
  • In wijken met veel bijstandsuitkeringen is het bereik relatief hoog. Wanneer we verder kijken op buurtniveau, dan zien we dat in de betreffende wijken het bereik in sommige buurten nog hoger ligt. 

Bereik IIT het hoogst van de verschillende regelingen, vooral heel hoog bij bijstandontvangers

  • Kijken we naar leeftijd van de hoofdkostwinner, dan zien we dat bij jongeren (jonger dan 25 jaar) (71%) en bij hoofdkostwinners van middelbare leeftijd (45-65 jaar) (73%) het bereik iets hoger is dan gemiddeld. Bij ouderen is het bereik lager dan gemiddeld (65 jaar en ouder: 56%). Waarschijnlijk zullen vooral ouderen bereikt worden met een onvolledige AOW en een aanvullende bijstandsuitkering.
  • Het bereik van IIT is gemiddeld voor een oudergezinnen (74%), eenpersoonshuishoudens (69%) en paren met kinderen (68%). Het bereik is lager dan gemiddeld bij paren zonder kinderen en andere typen huishoudens (63%).
  • Vooral huishoudens met een hoofdinkomen uit een bijstandsuitkering worden relatief veel bereikt met IIT (93%).
  • Kijken we naar de wijken, dan zien we een iets hoger dan gemiddeld bereik in Overvecht (76%) en Zuidwest (75%). Het bereik is iets lager dan gemiddeld in Vleuten- De Meern (61%), Oost (58%), Noordoost (56%) en Binnenstad (50%).

Bereik kwijtschelding vooral relatief hoog bij eenoudergezinnen en huishoudens met bijstand

  • Als het gaat om leeftijd is het bereik van kwijtschelding iets hoger dan gemiddeld bij hoofdkostwinners van middelbare leeftijd en ouder (45 tot 65 jaar: 68%, 65 jaar en ouder: 67%).
  • Verder zien we dat eenoudergezinnen (76%) en paren zonder kinderen (70%) vaker dan gemiddeld worden bereikt.
  • Huishoudens met een inkomen uit een bijstandsuitkering (77%) of een inkomen uit pensioen (69%) krijgen relatief vaak kwijtschelding.   
  • Ook voor kwijtschelding geldt dat in Overvecht (71%) en Zuidwest (68%) iets meer dan gemiddeld huishoudens bereikt worden. 

Hoeveel en welke huishoudens worden (nog) niet-bereikt? 

  • Als de gemeente wil inzetten op het verhogen van bereik, is het nodig te weten wat de kenmerken zijn van de groep die niet bereikt wordt. Er kan dan worden nagegaan waarom deze groepen geen gebruik maken van de regelingen en wat er gedaan kan worden om bereik te verhogen. Onderstaande figuur toont de samenstelling en kenmerken van de huishoudens die niet bereikt zijn met de regelingen. Er zijn hierin een aantal overeenkomstige kenmerken:
    • Een relatief klein aandeel van de niet-bereikte groep bestaat uit jongeren (25 jaar en jonger: 13%).
    • Het grootste deel, bijna driekwart, van de niet-bereikte huishoudens zijn eenpersoonshuishoudens.
    • De verdeling over de wijken in de stad is voor de verschillende regelingen vrijwel gelijk.

Figuur 4.6.3: Niet-bereik van regelingen doelgroep naar leeftijd, huishouden, inkomensbron en wijk

Infogram URL

Driekwart van de huishoudens die niet bereikt worden met een U-pas zijn eenpersoonshuishoudens, bij een kwart is kostwinner in loondienst

  • Het grootste deel van de huishoudens die niet bereikt worden zijn huishoudens met een hoofdkostwinner tussen de 25 en 45 jaar (37%). Ruim een kwart heeft een leeftijd tussen de 45 en 65 jaar (26%) en nog eens bijna een kwart is 65 jaar of ouder (24%). Ruim 1 op de tien is jonger dan 25 jaar (13%).
  • Ruim driekwart van de huishoudens die wel tot de doelgroep behoren maar geen U-pas hebben aangevraagd, betreft een eenpersoonshuishouden (76%).
  • Ruim een kwart van de huishoudens die wel tot de doelgroep behoren maar geen U-pas hebben aangevraagd, heeft als hoofdinkomen een inkomen uit loondienst (26% werknemer). Ongeveer een derde heeft een pensioenuitkering (AOW en/of pensioen) als belangrijkste inkomen (31%).
  • Kijken we naar de woonwijk dan zien we dat van de niet-bereikte doelgroep voor de U-pas de meeste huishoudens in Noordwest (15%) en Overvecht (14%) wonen. 

Ruim de helft van de huishoudens die niet bereikt worden met IIT heeft een uitkering voor arbeidsongeschiktheid/ziekte of andere sociale voorziening

  • Bijna de helft van de huishoudens die wel in de doelgroep vallen, maar geen IIT hebben aangevraagd heeft een kostwinner tussen de 45 en 65 jaar (45%).
  • Het grootste deel van de huishoudens bestaat uit eenpersoonshuishoudens (71%). Hiernaast is ruim een op de tien een eenoudergezin (13%). Nog eens een op de tien huishoudens die niet bereikt zijn bestaat uit paren met kinderen (10%).
  • Het grootste deel van de huishoudens die wel aanspraak zouden kunnen maken op IIT, maar deze niet hebben aangevraagd bestaat uit huishoudens met uitkering sociale voorziening anders dan bijstand of AOW (36%) en uit huishoudens met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid of ziekte (30%).
  • Ruim een op de vijf huishoudens die niet bereikt worden woont in Overvecht (20%), nog eens 15% in Noordwest.

Een kwart van de huishoudens die niet bereikt worden met kwijtschelding heeft een bijstandsuitkering

  • De leeftijdsverdeling voor niet-bereik van kwijtschelding is dezelfde als voor de U-pas. Het grootste deel van de huishoudens die niet bereikt worden zijn huishoudens met een hoofdkostwinner tussen de 25 en 45 jaar (37%). Ruim een kwart heeft een leeftijd tussen de 45 en 65 jaar (26%) en nog eens bijna een kwart is 65 jaar of ouder (24%). Ruim een op de tien is jonger dan 25 jaar (13%).
  • Het grootste deel van de huishoudens in de doelgroep die geen kwijtschelding aanvraagt bestaat uit eenpersoonshuishoudens (78%). Iets minder dan een op de tien (9%) bestaat uit paren zonder kinderen.
  • Meer dan een kwart van de huishoudens die geen kwijtschelding aanvraagt terwijl zij er wel recht op hadden hebben een bijstandsuitkering (26%). Nog eens een vijfde heeft een pensioen als belangrijkste inkomen (20%). 

Meer weten?