9. Duurzame leefomgeving: luchtkwaliteit
9.1 Inleiding
De gemeente Utrecht wil voor haar bewoners en bezoekers een schone stad met gezonde lucht (‘Gezond Stedelijk Leven'). Om te beoordelen hoe goed de luchtkwaliteit is kijken we naar stikstofoxiden (NOX), fijnstof (PM10), naar de fijnere fractie daarvan (PM2,5) en naar roet (EC, elementair koolstof). De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om, voor de gezondheid van de mensen, de hoeveelheid luchtverontreiniging in de buitenlucht beneden bepaalde waarden te brengen. Deze advieswaarden zijn in de meeste gevallen strenger dan de wettelijke Europese grenswaarden waaraan Nederland moet voldoen. Met maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren, willen we deze WHO-advieswaarden bereiken.
Jaarlijks verschijnt in december een landelijke Monitoringsrapportage met een bespreking van de luchtkwaliteit in het daaraan voorafgaande jaar. De definitieve gegevens over 2025, inclusief die van Utrecht, komen eind 2026 beschikbaar. Dit duurzaamheidsverslag beschrijft daarom de luchtkwaliteit in 2024. Dit zijn de meest recente cijfers die beschikbaar zijn. In de gemeentelijke Monitoringsrapportage (plus bijlage) brengen we jaarlijks in beeld hoe de luchtkwaliteit ervoor stond in het afgelopen jaar en geven we een verwachting van de luchtkwaliteit voor het jaar 2030. Daarbij vergelijken we steeds de (berekende en gemeten) concentraties met de WHO-advieswaarden. We gebruiken daarbij de metingen van het Utrechts luchtmeetnet (zie afbeelding hieronder).
Het grootste deel van de luchtverontreiniging in Utrecht komt van buiten de stad, en daarom zijn regionale, landelijke en internationale maatregelen nodig om de lucht schoner en gezonder maken. Maar tegelijkertijd ‘produceert’ en ‘exporteert’ Utrecht zelf ook luchtverontreiniging. We ondersteunen daarom regionale en (inter)nationale maatregelen om de lucht om ons heen gezonder te maken. En met lokale maatregelen zetten we ons in om de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen te verminderen die binnen onze gemeentegrenzen ontstaat. Zo is wegverkeer in Utrecht (en op snelwegen rond Utrecht) verantwoordelijk voor een groot deel van de plaatselijke uitstoot. Het verminderen van deze uitstoot (met bijvoorbeeld milieu- en zero-emissie zones) is daarom belangrijk in ons luchtbeleid "Gezonde lucht voor iedereen". We werken ook aan het verminderen van andere vervuilende bronnen, zoals mobiele (bouw)werktuigen, houtstook en binnenvaart. Zo zijn we aangesloten bij het convenant Schoon en Emissieloos bouwen, waarmee we toewerken naar zero-emissie bouwplaatsen in 2030, en we hebben in 2025 actief gecommuniceerd over het stookverbod van hout in de buitenruimte, dat per 1 januari 2025 inging. Maatregelen uit het Plan Laadinfrastructuur Utrecht 2030, het ‘Uitvoeringsprogramma Goederenvervoer 2023-2026’ en ‘Utrecht fietst!’ dragen (op termijn) ook bij aan een betere luchtkwaliteit. Deze maatregelen zijn vooral gericht op schoner én minder verkeer.
De gemeente Utrecht is (mede)ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord (SLA, een landelijk bestuursakkoord tussen Rijksoverheid, provincies en gemeenten). De deelnemers aan het SLA willen samen in 2030 (vergeleken met 2016) minimaal 50% gezondheidswinst behalen door binnenlandse, luchtverontreinigende bronnen schoner te maken. Ook is in het SLA afgesproken toe te werken naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. Omdat het SLA in januari 2021 ondertekend werd, gaat het hier nog om de WHO-advieswaarden uit 2005. De WHO heeft deze eind 2021 flink aangescherpt.
In 2025 gingen we door met het uitvoeren van maatregelen van ons uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’. Dit programma is onze bijdrage aan het SLA. Begin 2025 is de nieuwe beleidsnota ‘Gezonde lucht voor iedereen‘ door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin legden we de ambitie vast om de WHO-advieswaarden uit 2021 na te streven. In het najaar van 2025 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit 2025-2030 vastgesteld. Hierin zijn de maatregelen verder uitgewerkt.
Alle gemeentelijke, regionale en (inter)nationale luchtkwaliteitsmaatregelen droegen eraan bij dat Utrecht in 2024 opnieuw aan de Europese grenswaarden voldeed. Aan de jaargemiddelde grenswaarden voor fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) voldeed Utrecht overal ruim, maar daarmee kunnen we nog niet spreken van gezonde buitenlucht voor alle inwoners. Nog steeds worden veel inwoners blootgesteld aan concentraties stikstofdioxide en fijnstof boven de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO. Meer informatie over de gemeten en berekende Utrechtse luchtkwaliteit vindt u op de webpagina over luchtkwaliteit.
http://www.utrechtmilieu.nl/meetnet/
9.2 Fijnstof - overschrijding WHO advieswaarden
Figuur 9.2.1 overschrijding van de WHO-advieswaarden voor zeer fijn stof in 2023
Overschrijdingen van de WHO-advieswaarden voor PM2,5.
In blauw concentraties hoger dan de WHO-advieswaarde_2005 (> 10 µg/m3 jaargemiddeld).
In groen lager dan de WHO-advieswaarde_2005, maar overschrijding van de WHO-advieswaarde_2021 (<10 µg/m3 > 5 µg/m3).
Concentraties onder de WHO-advieswaarde_2021 worden nog nergens in Utrecht bereikt.
---
Fijnstof is een verzameling van verontreinigende stoffen in de lucht die slecht zijn voor de gezondheid. De hoogte van de concentraties in de buitenlucht geeft een indruk van de luchtkwaliteit en de effecten op de gezondheid. Op de lange termijn dalen de gemeten jaargemiddelde concentraties voor fijnstof in Nederland. Jaarlijkse verschillen in weersomstandigheden kunnen grote invloed hebben. Die algemene, dalende trend is ook te zien op Utrechtse meetlocaties van het Landelijk Luchtmeetnet. De concentraties voldoen al sinds 2017 aan de wettelijke grenswaarden*, maar de jaargemiddelde fijnstofconcentraties PM2,5 zijn in 2024 overal in Utrecht (en voor PM10 bijna overal) nog hoger dan de gezondheidskundige advieswaarden** van de WHO-advieswaarden uit 2021 die de gemeente Utrecht wil bereiken.
De luchtkwaliteit was in het algemeen in 2024 iets beter dan in 2023, vooral door een lagere uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof. De gemiddelde concentraties fijnstof PM10 waren landelijk gezien ongeveer 4 procent lager. De gemiddelde concentraties PM2,5 zijn iets gestegen (+2,5%).
* Wettelijke grenswaarden (normen) voor de maximaal toegestane jaargemiddelde concentratie (40 μg/m3 voor PM10 en 25 μg/m3 voor PM2,5) c.q. het maximaal aantal dagen per jaar dat het PM10 daggemiddelde boven de 50 μg/m3 mag liggen.
** De aangescherpte WHO-advieswaarden_2021 bedragen maximaal 15 μg/m³ voor PM10 en maximaal 5 μg/m³ voor PM2,5 (jaargemiddeld). Er is geen WHO- advieswaarde voor roet.
9.3 Fijnstof: blootstelling
Figuur 9.3.1 aandeel inwoners dat blootgesteld is aan diverse concentraties fijnstof
Met de bevolkingsgewogen gemiddelde concentratie kan een algemeen beeld van de gemeente worden gegeven in één getal (zie bovenstaande figuur). De bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentratie betreft een gemiddelde concentratie; dit betekent dat er zowel mensen zijn die aan hogere concentraties worden blootgesteld als mensen die aan lagere concentratie worden blootgesteld. Hoe groter het aantal inwoners dat aan een locatie is gekoppeld, des te zwaarder de concentratie op die locatie meeweegt in de berekening van het bevolkingsgewogen gemiddelde. De resultaten zijn vooral bruikbaar om in te schatten of de luchtkwaliteit voor de inwoners van de gemeente gemiddeld gezien verbetert of niet. Voor het jaar 2024 heeft het RIVM nog geen bevolkingsgewogen concentraties beschikbaar gesteld.
De berekende, (niet-bevolkingsgewogen) jaargemiddelde fijnstofconcentraties (PM10) langs drukke wegen in Utrecht bedragen in 2024 gemiddeld 16,3 μg/m³ (tussen de 14,5 en 19,0 μg/m³), die van de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) gemiddeld 9,5 μg/m³ (tussen de 8,3 en 11,3 μg/m³).
Opvallend is dat de (niet-bevolkingsgewogen) concentraties fijnstof in 2024 en 2023 veel lager waren dan in de daaraan voorgaande jaren. Dit komt voor een groot deel door de grote hoeveelheid regen (zowel in 2024 als 2023) en de hogere windsnelheid (met name in 2023): fijnstof slaat daardoor snel neer en/of verspreid zich snel, waardoor de concentratie uiteindelijk minder hoog wordt.
Met die maximaal berekende waarde van 19,0 μg/m³ blijft de blootstelling aan fijnstof (PM10) in 2024 voor alle inwoners onder de voormalige WHO-advieswaarde (20 μg/m³ ). In delen van de stad krijgen inwoners nog steeds te maken met blootstelling aan concentraties hoger dan de voormalige WHO-advieswaarde (10 μg/m³) voor zeer fijn stof (PM2,5). Op een enkele locatie na wordt in 2024 nergens in de stad aan de huidige WHO-advieswaarde (15 μg/m³) voor fijnstof PM10 voldaan. Aan de huidige WHO-advieswaarde voor PM2,5 (5 μg/m³) wordt nog nergens voldaan.
9.4 Stikstofdioxide (NO2): blootstelling
Figuur 9.4.1 aandeel inwoners dat blootgesteld is aan diverse concentraties stikstofdioxide
De hoeveelheid stikstofdioxide in de lucht geeft belangrijke informatie over de blootstelling aan luchtverontreiniging door het verkeer (dat wil zeggen, aan een mengsel van stoffen, waaronder stikstofdioxide). De Gezondheidsraad stelde in 2018 dat het beter voor de (volks)gezondheid is wanneer de blootstelling aan stikstofdioxide tot ver onder de WHO- advieswaarde uit 2005 komt te liggen*. De bovenstaande grafiek geeft een overzicht van de bevolkingsgewogen gemiddelde concentratie stikstofdioxide in Utrecht (zie ook § 9.3). Voor het jaar 2024 heeft het RIVM nog geen bevolkingsgewogen concentraties beschikbaar gesteld.
De daling van de jaargemiddelde concentratie voor stikstofdioxide in Utrecht (en elders in Nederland) zet door. Tijdens de coronapandemie was er zelfs een sterke daling zichtbaar. Het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan lucht met hogere concentraties stikstofdioxide is de afgelopen jaren verder gedaald. Opvallend is dat de concentraties stikstofdioxide in 2023 en 2024 weer veel lager waren dan in 2022. Dit komt voor een groot deel door de grote hoeveelheid regen (in 2024 en 2023) en de hogere windsnelheid (met name in 2023).
De luchtkwaliteit was in 2024 weer iets beter dan in 2023, vooral door een lagere uitstoot van stikstofoxiden. De gemiddelde concentraties stikstofdioxide in de lucht waren in 2024 landelijk gezien ongeveer twee procent lager dan in 2023. De jaargemiddelde concentraties lagen in 2024 in Utrecht niettemin nog (ver) af van de aangescherpte WHO-advieswaarde (10 µg/m3).
* De EU-grenswaarde bedraagt momenteel 40 μg/m³ en kwam tot september 2021 overeen met de WHO-advieswaarde_2005. Toen is de WHO-advieswaarde aangescherpt tot maximaal 10 μg/m³ voor NO2. Inmiddels is de EU-grenswaarde naar 20 µg/m3 aangescherpt waaraan per 2030 moet worden voldaan.
9.5 NO2 concentraties meetnet
Figuur 9.5.1 concentraties NO2 van het luchtmeetnet
Sinds 2011 heeft Utrecht een uitgebreid meetnet, waarbij op meer dan zestig locaties in de stad metingen van de stikstofdioxideconcentraties plaatsvinden (zie de afbeelding in de inleiding). In de jaren voorafgaand aan de coronapandemie zien we in Utrecht over het algemeen telkens iets lagere jaargemiddelde meetwaarden. Dit zien we landelijk ook gebeuren, en komt vooral doordat er minder vervuilend wegverkeer reed. Het jaargemiddelde lag tijdens de coronapandemie nog lager dan we op grond van de normale ontwikkeling zouden verwachten. Tot en met 2022 leek de concentratie te stabiliseren. Maar in de daaropvolgende jaren lag de concentratie weer lager dan in Utrecht eerder gemeten. Dit zien we terug op zowel achtergrond- als straatmeetlocaties. Dit komt voor een deel door de trendmatige afname van de uitstoot van stikstofoxiden in Nederland, maar ook door de relatief gunstige weersomstandigheden in 2023 en 2024 (zeer nat en extreem warm), en ook door de lokale maatregelen.
9.6 Verkeersemissies
Figuur 9.6.1 verkeersemissies
De emissieberekening voor het wegverkeer maakt onder andere gebruik van schalingsfactoren - die bijvoorbeeld het effect van de Utrechtse milieuzone laten zien - en emissiefactoren, per stof en per voertuigcategorie. Deze factoren, die jaarlijks worden vastgesteld door TNO en PBL, kunnen daarbij van jaar tot jaar sterk variëren.
Om de ontwikkeling van de luchtkwaliteit te laten zien kijken we niet alleen naar de gemeten en berekende concentraties, maar ook naar de (berekende) uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door het verkeer op Utrechtse (hoofd)wegen van het gemeentelijk wegennet. Zo krijgen we een indruk van deze uitstoot, los van de weersomstandigheden in dat jaar die óók de uiteindelijke concentraties bepalen. Dit geeft een globaal beeld van het effect van luchtkwaliteitsmaatregelen die gericht zijn op het wegverkeer. De grafiek toont de verkeersuitstoot voor stikstofoxiden (NOx en NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) vergeleken met het jaar 2015 (index 2015=100). Na 2015 neemt de hoeveelheid verkeer jaarlijks toe. Een duidelijke uitzondering hierop vormen de coronajaren 2020 en 2021. Toch daalde telkens de verkeersuitstoot van (bijna) alle bovengenoemde stoffen. Dit komt doordat er in verhouding steeds meer nieuwe, minder vervuilende voertuigen in Utrecht rijden. Dit komt deels vanwege de ‘verschoning’ van het (Nederlandse) wagenpark en deels door lokale maatregelen, zoals het instellen en aanscherpen van de milieuzone.
Ondanks de feitelijke afname in emissies, schatten we de berekende verkeersemissies op het onderliggend Utrechts wegennet voor 2024 hoger in vergeleken met 2023. Dat komt door het actualiseren van het verkeersmodel. Met deze nieuwe versie schatten we het aantal gereden kilometers door middelzwaar en zwaar verkeer (vrachtwagens) hoger in dan voorheen. Het is de verwachting dat in de komende jaren de (uitlaat)emissies van NOx, NO2 en PM2.5 weer verder afnemen, ten opzichte van dit nieuwe ijkpunt, door het uitfaseren van de fossiele verbrandingsmotor (‘vervanging door elektrisch vervoer’).
Er wordt steeds meer uitstootvrij (elektrisch) gereden in Nederland en dus ook in Utrecht. Bij volledig uitstootvrij verkeer vindt geen uitstoot meer plaats uit de uitlaat door verbrandingsprocessen. Wel komt er nog fijnstof vrij door slijtage van banden, wegdek, remmen en opwervelend stof. De emissie van PM10 blijft ongeveer gelijk, omdat deze verkeersuitstoot met name komt door dit soort slijtage. Om deze uitstoot verder te verlagen, moeten we vooral minder kilometers gaan rijden.
9.7 Bewonersmeldingen geuroverlast en houtrook
Figuur 9.7.1 aantal bewonersmeldingen geuroverlast
In 2025 zijn er 287 meldingen over geuroverlast binnen gekomen, een stijging in vergelijking met de vorige jaren. Onder de noemer geuroverlast komen meldingen binnen over het bereiden van voedingsmiddelen door restaurants, snackbars, enz. 7 keer was hierbij sprake van een overtreding, in 2 gevallen is een dwangsom opgelegd.
Figuur 9.7.2 aantal bewonersmeldingen houtrook
In 2025 hebben we via de gemeente en via de stookwijzer in totaal 589 meldingen over houtrook ontvangen. Dit is een stijging ten opzichte van 2023 (301) en 2024 (498). Vanaf 1 januari 2025 is het verboden om buiten hout te stoken. In 2024 en 2025 is daar via de eigen kanalen en via de media aandacht besteed. Mogelijk is de vergrote aandacht voor houtstook en extra bewustwording van de nadelige effecten op de gezondheid aanleiding voor de toename in meldingen.
Soms zijn er aanvullende initiatieven om bewoners te bewegen minder hout te stoken, zoals bijvoorbeeld de actie Hout voor hout in Oog in Al, waarbij bewoners in ruil voor niet stoken een boompje kunnen krijgen.
De meeste meldingen die binnenkomen over houtrook gaan over houtkachels en open haarden in woningen. Bewoners die meldingen doen krijgen altijd een reactie van de gemeente, met een flyer over houtrook en tips om in gesprek te gaan met buren die stoken. Soms maken bewoners gebruik van de mogelijkheid om telefonisch contact op te nemen en te overleggen over hun specifieke situatie.
Het aantal meldingen per jaar kan schommelen, omdat de overlast samenhangt met het weer. In de tweede helft van het jaar ontvingen we in zowel 2024 als 2025 flink meer meldingen dan in de eerste helft van beide jaren. Over het stoken buiten hebben we in 2025 totaal 23 meldingen met een duidelijk adres ontvangen. Daarvan gingen 10 meldingen over vuurkorven, 9 over open vuren en 4 over barbecues.