3.1 Inleiding
In de Beleidsnota Inclusie en diversiteit is benoemd dat we extra inzetten op Utrechters in (extra) gemarginaliseerde posities. Na gesprekken met belangenorganisaties en experts, maar ook door zelf ongehoorde geluiden op te halen in de stad, zijn hiervoor een drietal doelen geformuleerd voor de periode 2024-2033. Deze doelen - een toegankelijke, veilige, bewuste en verbonden stad - zijn dus tot stand gekomen samen met de stad. Aansluitend zijn in de beleidsnota indicatoren opgesteld om de voortgang op deze doelen te monitoren. In dit hoofdstuk wordt de voortgang op deze indicatoren gemonitord. Ook zijn in dit hoofdstuk andere relevante aanvullende data opgenomen.
Sterke verschillen tussen gemarginaliseerde en geprivilegieerde groepen in Utrecht
De groep Utrechters waarvoor extra nodig is, onderscheidt zich sterk van de groep waarvoor dit niet geldt, de zogenoemde ‘geprivilegieerde’ inwoners. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de ongelijkheid in de samenleving vooral te verklaren is door de mate waarin mensen beschikken over economisch, sociaal, cultureel en persoonlijk kapitaal. De positie in de maatschappij hangt volgens het SCP af van opleiding, beroep, inkomen en financieel vermogen (economisch kapitaal) en ook van ‘wie je kent’ (sociaal kapitaal), ‘waar je bij past’ (cultureel kapitaal) en ‘wie je bent’ (persoonskapitaal: gezondheid en aantrekkelijkheid). In 2025 heeft het SCP ook specifiek voor grotere steden een indeling uitgebracht.
In Utrecht zien we duidelijke afwijkingen van het landelijk gemiddelde in de samenstelling van de bevolking. Relatief geprivilegieerde groepen zijn in Utrecht oververtegenwoordigd, terwijl de middenklasse relatief is ondervertegenwoordigd. De omvang van de meer gemarginaliseerde groepen ligt rond het landelijke gemiddelde. Bij deze groepen komen allerlei factoren samen. De analyse is intersectioneel, in de zin dat diverse kenmerken zijn samengenomen om tot een indeling te komen.
Figuur 3.1.1: verdeling van de klassenstructuur over de bevolking, in Utrecht en gemiddeld over Nederland
Geprivilegieerde groep leeft in eigen ‘bubbel’
Uit een publicatie van februari 2024 van het CBS blijkt dat Nederlanders met een hoog inkomen en zonder migratieachtergrond het meest in de eigen, spreekwoordelijke bubbel leven. Ze hebben minder contacten met mensen met een andere afkomst in hun netwerk dan Nederlanders met een migratieachtergrond. Het CBS schetst dat voor de groep met een hoger inkomen en migratieachtergrond het juist andersom is: mensen met een hoger inkomen en een migratieachtegrond hebben juist een meer divers netwerk dan mensen met een lager inkomen. Een mogelijke verklaring is dat er in 'rijkere' buurten en in werkkringen met veel hoogbetaalde banen in verhouding minder mensen van niet-Nederlandse herkomst wonen en werken.
Objectieve verschillen tussen groepen zijn kleiner dan de gepercipieerde verschillen
Socioloog Jan Willem Duyvendak duidt in zijn essay ‘Spookkloven’ dat sociale verschillen in werkelijkheid kleiner zijn dan gedacht en door de politiek, media en wetenschap onterecht worden uitvergroot. Volgens Duyvendak is in bijna alle gevallen de feitelijke kloof tussen twee groepen de afgelopen decennia (veel) kleiner geworden, terwijl de verontwaardiging erover steeds groter werd. Alleen de vermogensongelijkheid is al vijftien jaar stabiel hoog, terwijl er over deze kloof juist weinig verontwaardiging bestaat. Alle andere kloven zijn volgens Duyvendak ‘spookkloven’ die vooral gebaseerd zijn op emotionele polarisatie en niet zozeer op inhoudelijke polarisatie. Emotionele polarisatie wordt vooral beïnvloed door de politiek en (sociale) media. Dit vertekent ons beeld van de alledaagse werkelijkheid, waarin Nederlanders het over verrassend veel zaken behoorlijk met elkaar eens blijken te zijn.