3.2 Gelijkwaardige & toegankelijke stad
3.2.1 Indicatoren beleidsnota
| 2019 | 2021 | 2023 | |
|---|---|---|---|
| Score maatschappelijk welbevinden | 7,8 | 7,6 | 7,6 |
| % inwoners dat discriminatie heeft ervaren | - | - | 19% |
| Score sociale samenhang | 5,8 | 6,0 | 5,9 |
| % inwoners dat vertrouwen heeft in de medemens | 72% | 72% | 71% |
| % inwoners dat meedoet | - | - | 82% |
Maatschappelijk welbevinden nog niet terug op oude niveau, vertrouwen in anderen stabiel
We zien in de periode 2019 tot en met 2023 dat de score maatschappelijk welbevinden daalt van 7,8 in 2019 naar 7,6 in 2021 en 2023. Ten opzichte van 2019 vinden meer inwoners dat ze in deze samenleving niet belangrijk zijn en dat mensen zoals zij zich achtergesteld voelen in Nederland.
71% van de Utrechters geeft in 2023 aan dat de meeste mensen over het algemeen wel te vertrouwen zijn. Dit aandeel is de afgelopen nagenoeg jaren gelijk gebleven. Ook Utrechters in een kwetsbare situatie (Panel Meetellen) zijn gevraagd naar hun vertrouwen in de medemens. 34% van deze groep geeft aan dat de meeste mensen te vertrouwen zijn. Dit is dus aanzienlijk lager dan het gemiddelde voor Utrecht.
Sociale samenhang stabiel tussen 2019 en 2023
De score voor sociale cohesie schommelt de afgelopen jaren van een 5,8 in 2019 naar een 6,0 in 2021 en naar een 5,9 in 2023. We zien echter wel grote verschillen tussen groepen in de bevolking. Verschillen naar opleiding zijn het grootst; verschillen naar herkomst en leeftijd zijn minder groot en minder eenduidig. De score sociale cohesie (tussen 1 en 10) wordt bepaald door stellingen. Uitkomst van enkele van deze stellingen was in 2023 als volgt: in Utrecht zegt 28% dat mensen in de buurt veel met elkaar omgaan. 70% van de Utrechters vindt dat mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan en 63% voelt zich prettig bij de mensen in de buurt.
19% van de Utrechters heeft discriminatie ervaren
Bijna één op de vijf Utrechters heeft discriminatie ervaren (2023). De meest voorkomende grond van discriminatie is huidskleur, etniciteit of afkomst (9%), gevolgd door geslacht of gender (5%). We hebben ook gevraagd waar inwoners discriminatie ervaren. Het vaakst noemen inwoners buiten op straat (11%), gevolgd door werk, stage of tijdens een sollicitatie (7%). Het ervaren van discriminatie komt relatief vaak voor in de wijken Overvecht (28%), Zuidwest (22%) en Leidsche Rijn (21%). Ook komt discriminatie relatief veel vaker voor bij inwoners die (zeer) slecht kunnen leven van hun inkomen. Het aandeel inwoners dat discriminatie ervaart neemt af naar mate inwoners ouder zijn.
Door een aanpassing in de vragenlijst is het niet mogelijk om te vergelijken met eerdere jaren.
Figuur 3.2.2: aandeel inwoners dat de afgelopen 12 maanden discriminatie heeft ervaren op grond van..., 2023
Figuur 3.2.3: ervaren discriminatie naar verschillende achtergrondkenmerken, 2023
Meedoen in de samenleving is niet vanzelfsprekend, ook niet digitaal
Om te bepalen of inwoners meedoen in de samenleving stellen we vragen over school, werk, sport, cultuurbezoek, buurtactiviteiten en sociale contacten. In 2023 doet 82% van de Utrechters mee. Voor sommige groepen is meedoen minder vanzelfsprekend. Zo zien we dat oudere Utrechters minder vaak meedoen (61% van de 65-plussers doet mee). Ook inwoners zonder opleiding of met primair onderwijs/vmbo en inwoners met een havo/vwo/mbo-opleiding doen minder vaak mee. Net als inwoners met een beperking en inwoners die moeilijk kunnen rondkomen.
Ook digitale vaardigheden zijn van belang om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Ruim een kwart van de Utrechters heeft moeite om internet te gebruiken bij aanvragen of afspraken, maar er zijn grote verschillen zichtbaar naar leeftijd en opleiding.
3.2.2 Aanvullende relevante data
Discriminatie.nl: toename van het aantal meldingen in 2024
In 2024 ontving Discriminatie.nl Provincie Utrecht (voorheen Art. 1 Midden Nederland) 686 discriminatiemeldingen van Utrechtse inwoners. Met 129% is dit Een forse stijging ten opzichte van eerdere jaren (299 in 2023). 575 discriminatiemeldingen gingen over voorvallen die in de stad Utrecht plaatsvonden (ongeacht de woonplaats van de melder), wat ook meer dan een verdubbeling is vergeleken met 273 meldingen in 2023. De stijging wordt verklaard door een verbeterde zichtbaarheid van het meldpunt, maar ook door enkele opvallende gebeurtenissen in media en politiek waarna meerdere meldingen werden gedaan.
Figuur 3.2.4: aantal discriminatiemeldingen bij het meldpunt Discriminatie.nl Provincie Utrecht tussen 2020 en 2024
De toename zien we bij vrijwel alle discriminatiegronden, waarbij herkomst en huidskleur de vaakst voorkomende discriminatiegrond is, gevolgd door geslacht, seksuele gerichtheid en godsdienst. Overigens hebben we het bij het verhalen ophalen ook een extra duiding bij deze ontwikkeling gehoord:
“De gestegen discriminatiecijfers, daar kun je heel zorgelijk naar kijken maar ook op een positieve manier. Mensen laten van zich horen, mensen staan op en zeggen iets over wat ze mee maken. Dat is echt anders in de jongere generatie. Die hebben echt een andere mindset hierin, dan de generatie van onze ouders.”
Pink Panel 2024: 3% past altijd gedrag of uiterlijk aan om discriminatie/intolerantie te voorkomen
Het Pink Panel is een jaarlijks onderzoek naar (on)veiligheid, (in)tolerantie en discriminatie die leden van de LHBTIQ+-gemeenschap in Utrecht ervaren. Van de 150 mensen die in 2024 deelnamen aan het Pink Panel geeft 21% aan dat er factoren zijn – anders dan genderidentiteit of seksuele oriëntatie - waardoor diegene onveiligheid, discriminatie en intolerantie ervaart. Dit komt bijvoorbeeld doordat de deelnemer zich met een minderheidsgroep of –community identificeert, of bijvoorbeeld vanwege een beperking of huidskleur. Op de vraag of iemand zijn gedrag of uiterlijk (bijvoorbeeld kleding of make-up) weleens aanpast om discriminatie en/of intolerantie te voorkomen antwoordt 3% ‘altijd’ en 13% ‘meestal’.
Nationaal onderzoek Moslimdiscriminatie: studenten met een migratieachtergrond ervaren stagediscriminatie
Tussen december 2023 en december 2024 is onderzoek gedaan naar de ervaringen van moslims met discriminatie en naar mogelijke aanvullende maatregelen om moslimdiscriminatie effectief tegen te gaan. Uit dit onderzoek blijkt dat moslimdiscriminatie een wijdverbreid fenomeen is dat zich afspeelt in diverse domeinen en verschillende vormen kan aannemen. Een van de voorbeelden is stagediscriminatie. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut (2021) naar stagediscriminatie in het MBO in Utrecht blijkt dat studenten met een migratieachtergrond minder vaak een positieve reactie kregen dan hun studiegenoten zonder migratieachtergrond. Ook kregen studenten die zeiden vrijwilligerswerk te hebben gedaan bij een moslimorganisatie andere antwoorden dan leeftijdsgenoten met vrijwilligerservaring bij een niet-religieuze organisatie. Deze religieuze discriminatie verschilt overigens per sector, met bijvoorbeeld vooral negatieve moslimdiscriminatie in de IT-sector, maar juist positieve discriminatie (moslims kregen vaker een positieve reactie dan niet-moslims) in de gezondheidszorg.
Leden van het Bewonerspanel Utrecht: verdeeldheid in de samenleving blijft een zorg
Van diverse aspecten die we panelleden voorleggen, is verdeeldheid in de samenleving al een aantal jaren een aspect dat bij een relatief grote groep stress oplevert. Het thema verdeeldheid volgt na zorgen over klimaatverandering. Ongeveer 33% heeft van de panelleden heeft (meestal/altijd) stress over verdeeldheid in de samenleving. Ten opzichte van 2024 en 2023 lijkt dit aandeel vergelijkbaar.
Gezondheidsmonitor Jeugd: ongunstige ontwikkelingen in ervaringen op school en jezelf kunnen zijn
We zien verschillende negatieve ontwikkelingen in de sociale leefomgeving van kinderen (groep 7 en 8 basisonderwijs) en jongeren (tweede en vierde klas voortgezet onderwijs) tussen 2019 en 2023. Utrechtse jeugd geeft vaker aan gepest te worden op school. Onder jongeren stijgt dit van 8% naar 15% en onder kinderen van 14% naar 19%. Online pesten nam toe tussen 2019 en 2021 (onder kinderen van 5% naar 9% en onder jongeren van 5% naar 7%), maar stijgt minder hard door in 2023 (kinderen 10%, jongeren 8%). Kinderen voelen zich vaker onveilig in de klas (11% in 2019 en 17% in 2023). Van de jongeren voelt 7% zich niet veilig op school.
In 2019 ging 68% van de kinderen graag naar school. Dit is gedaald naar 63% in 2023. Jongeren geven ook minder vaak aan school leuk te vinden, dit daalt van 50% in 2019 naar 44% in 2023. Bovendien kunnen jongeren minder goed zichzelf zijn: jongeren ervaren vaker discriminatie (18% naar 22%) en beschouwen homoseksualiteit minder vaak als normaal. In 2019 was dit nog 73%, in 2023 daalde dit naar 50%
Ruim een op de zeven kinderen en een op de vijf jongeren ervaart discriminatie
In 2023 gaf 15% van de kinderen en 22% van de jongeren aan dat ze in het afgelopen jaar wel eens gediscrimineerd zijn. Onder kinderen is dat percentage al jaren stabiel, onder jongeren is sprake van een toename. In 2019 ervaarde 18% van de jongeren discriminatie. Jeugd met een buitenlandse herkomst ervaart vaker discriminatie. Discriminatie vanwege huidskleur of afkomst wordt het vaakst genoemd, gevolgd door discriminatie vanwege geloof. Meer dan de helft van de kinderen die wel eens discriminatie heeft ervaren, geeft aan dat dit op school gebeurt.
3.2.3 Verhalen uit de stad
Verhalen van inwoners: gelijkwaardigheid is nog niet voor iedereen vanzelfsprekend door een gebrek aan acceptatie ...
Uit de verhalen van inwoners blijkt dat dit bijvoorbeeld geldt voor Utrechters uit de LHBTIQ+-gemeenschap. Zij worden in de maatschappij nog steeds geconfronteerd met een gebrek aan acceptatie. Wij hoorden daarover bijvoorbeeld het volgende:
“Mijn buurman zei laatst: “weet je, aan jou zie je helemaal niet dat je homo bent.” (Alsof het dan minder erg is!). Hij bedoelde het misschien als compliment, maar het raakte me juist. Alsof ik alleen geaccepteerd word zolang ik me ‘onzichtbaar’ gedraag. Een ander voorbeeld is toen mijn buurvrouw me vertelde dat haar zoon op mannen valt. Dat deed ze fluisterend, alsof ze niet wilde dat iemand het hoorde: ‘mijn zoon is ook homo.”
Een ander voorbeeld hiervan uit de verhalen luidt als volgt:
“Een tijdje geleden liep ik op mijn gympies op straat. Ik kwam langs twee jongetjes van een jaar of 8 of 9. Een van hen zei: “jij bent een manvrouw”. Omdat ik er anders uitzie dan hij? Omdat ik op gympies liep? Ik weet het niet.”
Dit leidt ertoe dat sommige mensen uit de LHBTIQ+-gemeenschap zich beperkt voelen in hun doen en laten:
“Zelf ben ik veel voorzichtiger geworden in hoe ik me nu uit. Waar ik vroeger zonder na te denken hand in hand liep met mijn partner, durf ik dat nu niet zo snel meer. De openheid die ooit vanzelfsprekend voelde, voelt nu als een risico.”
... of doordat het maatschappelijk leven voor hen onvoldoende toegankelijk is
Ook andere groepen in een gemarginaliseerde positie geven aan dat zij nog niet gelijkwaardig mee kunnen doen aan het (maatschappelijk) leven. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die doof zijn:
“Er is geld nodig voor een Dovencafé, een clubhuis, een ontmoetingsplek. Geen luxe, maar noodzaak. Evenementen in de stad moeten ook toegankelijk zijn in Gebarentaal. Zoals in Groningen, waar bij de opening van het Forum een rondleiding in Gebarentaal werd aangeboden. Zo voelt iedereen zich welkom.”
Of mensen met doofblindheid die fysieke beperkingen in de openbare ruimte ervaren:
“Ik kan niet lopen zonder de hulp van mijn blindengeleidehond en witte stok, want de taststok zit vaak in de spaken van fietsen. Op straat houden mensen ook steeds minder rekening met me en ik kom hierdoor vaak in gevaarlijke situaties. Ik merk dat doofblind zijn redelijk onbekend is en onbekend maakt onbemind.”
Vergroten van de zichtbaarheid en representatie wordt gewaardeerd
Een van de beleidsdoelen is het inzetten op het vergroten van de zichtbaarheid en representatie van queer, non-binaire, intersekse en transpersonen (van kleur) in de stad. Uit één van de verhalen van onze inwoners horen we terug dat dit gewaardeerd wordt:
“De evenementen rond zichtbaarheid, zoals het Queer Film Festival Utrecht, de jaarlijkse Canal Pride of het Queer Culture Festival Utrecht tijdens de week van ‘coming-out day’ geven me een diep gevoel van verbondenheid. Dan zie ik de regenboogvlag wapperen bij het stadhuis en voel ik die verbondenheid.”